Gerritschinkel.nl Columns & meer

22jul/210

Martha Fields – Headed south

De muzikale roots van de uit Austin, Texas, afkomstige singer-songwriter Martha Fields liggen in de heuvels van Oost Kentucky, in West Virginia en in Texas. Ze is als het ware geboren met country- en folkmuziek in haar bloed. Ze leert zichzelf gitaar spelen en op jonge leeftijd begint ze met het schrijven van liedjes. Ze heeft o.a. opgetreden met Ricky Scaggs en Merle Travis en heeft een aantal succesvolle tournees door Europa gemaakt, waarin ze ook Nederland heeft aangedaan. Haar vorige twee albums, Southern white lies (2016) en Dancing shadows (2018) belandden in de top tien van de beste albums van de Euro Americana Chart. Martha Fields woont tegenwoordig een gedeelte van het jaar in het Franse Bordeaux.

Vorige maand verscheen haar nieuwe album Headed South. Het album, met twaalf nieuwe zelf geschreven songs, is tijdens de COVID-19 lockdown opgenomen in het zuidwesten van Frankrijk en gemixt in Butcher Shoppe Studio in Nashville door Sean Sullivan. Martha Fields wordt ook op dit album weer begeleid door haar vertrouwde Franse topmuzikanten.

Het openings- en titelnummer Heades south zet meteen de toon met heerlijke melodieuze americana en de band laat meteen ook zijn grote muzikale klasse horen. De zang van Martha Fields doet me in het met twangy gitaren versierde Let the Phoenix rise af en toe denken aan Marianne Faithfull. In my garden is lekkere R&B en met solerende bandleden, met een hoofdrol voor Vincent Samyn met zijn tinkelende pianosolo, swingt daarna Lavada’s Lounge de pan uit. Uitbundig is de zang, naast de twangy gitaren en dobro, in Death rattle of love. Dat de roots van Martha Fields in de Appalachen liggen bewijst ze in Hillbilly Babylon. Bluegrass voert de boventoon in het opwindende Do more right, met viool, banjo en gitaar. Yellow roses is een tranen trekkend mooie countryballad en ook Souvenir is een fraaie ballad met prachtige zang gedrenkt in Hammondtonen. De band, met een strakke ritmesectie, is daarna weer op dreef in het funky rockende High shelf mama. Een van de hoogtepunten is het jazzy Bad boy. Mooie pianosolo’s, opwindende tempoversnellingen met solerende bandleden en blazers. Dat Martha Fields ook voor Franse chansons haar hand niet omdraait laat ze horen in J’entends siffler le train/500 miles, een song van de Franse zanger Richard Anthony (1938 – 2015). Een indrukwekkend mooie afsluiter.

Conclusie: Headed south is een album met een authentieke mix van country, blues, rock ‘n ‘ roll, bluegrass en folk. Een fantastisch album.

Tracks:

  1. Headed south
  2. Let the Phoenix rise
  3. In my garden
  4. Lavada’s Lounge
  5. Death rattle of love
  6. Hillbilly Babylon
  7. Do more right
  8. Yellow roses
  9. Souvenir
  10. High shelf mama
  11. Bad boy
  12. J’entends siffler le train/500 miles

Line up:

  • Martha Fields – zang
  • Manu Bertrand – akoestische gitaar, dobro, pedal steel, lap steel, Weissenborn, resonator, banjo, 12-string gitaar, mandoline
  • Serge Samyn – contrabas, elektrische bas
  • Urbain Lambert – elektrische gitaar, akoestische gitaar
  • Dennis Bielsa – drums, percussie, washboard
  • Manu Godard – hammond
  • Monica Taylor – backing vocals
  • Travis Fite – backing vocals
  • Olivier Leclerc – viool
  • Vincent Samyn – piano
  • Bruno Bielsa – trompet
  • Jean Bielsa – trombone
13jul/210

Alligator Records – 50 Years of genuine houserockin’ music

Het platenlabel Alligator Records bestaat dit jaar een halve eeuw. Het label werd in 1971 opgericht door de 23-jarige bluesfan Bruce Iglauer. De eerste plaat die Iglauer voor zijn nieuwe label opneemt is het debuutalbum van zijn favoriete Chicagobluesband Hound Dog Taylor & The Houserockers. De artiesten van het label zijn in de loop van de jaren overladen met Grammy Awards en andere Blues Music Awards. De catalogus van Alligator Records omvat meer dan 350 titels en het wordt door velen gezien als de hoeksteen van de blueslabels. Ik kan me dan ook niet voorstellen dat er bluesliefhebbers zijn die niets van Alligator Records in hun platenkast hebben staan.

Het 50-jarig jubileum van Alligator Records kon natuurlijk niet ongemerkt voorbij gaan. Vorige maand verscheen er een dubbel-lp met 24 tracks en een 3-cd met maar liefst 58 tracks van artiesten van dit nu al legendarische platenlabel.  

Cd 1 opent uiteraard met Hound Dog Taylor & The Houserockers. Een lekker begin met het ruige Give me back my wig. Verder veel spetterend gitaarwerk van gitaargoden als Son Seals, Fenton Robinson, Albert Collins, Roy Buchanan en Johnny Winter. De scheurende mondharp van Big Walter Horton, Carey Bell, James Cotton en William Clarke. Koko Taylors  explosieve zang mag niet ontbreken en met Professor Longhair duiken we de sferen van New Orleans in. Opwindende liveperformances van Lonnie Mack, Lonnie Brooks en Luther Allison. Het funky en soms bijna klassieke gitaarspel van Clarence ‘Gatemouth’ Brown, de swingende pianoblues van het trio Saffire en de rockabilly rootsrock van The Palladins.

Op cd 2 komen we geweldige gitaarbeulen tegen als Michael Burks, Kenny Neal, Smokin’ Joe Kubek, Long John Hunter, Joe Louis Walker en de jonge Australische slidegitarist Dave Hole. Ook hier weer veel mondharp (Carey Bell, Billy Boy Arnold, Corky Siegel en Phil Wiggins). Gospel is er van Mavis Staples, Corey Harris en de robuust rockende Holmes Brothers. CJ Chenier zorgt voor de zydeco. Katie Webster en Janiva Magness zijn de geweldige zangeressen.

Ook op cd 3 staat een grote variatie aan stijlen. Marcia Ball met haar zeer aangename New Orleans stijl, de vette slide van Lil’ Ed, prachtige slowblues (Roomful of Blues, Shemekia Copeland, Elvin Bishop, JJ Grey & Mofro, Tinsley Ellis). Beulswerk op de gitaar van Christone Ingram, Selwyn Birchwood, Guitar Shorty, Toronzo Cannon, Nick Moss, Coco Montoya). Mondharp (Charlie Musselwhite, Dennis Gruening, Rick Estrin & The Nightcats).  

Conclusie: Slowblues, vette bluesrock, soulblues, spetterende gitaren, huilende mondharmonica’s, swingende piano’s, blazers, uitstekende zangers en zangeressen, alles komt voorbij in deze fantastische verzamelaar. Bijna vier uur puur genieten.   

Tracks cd 1

  1. Hound Dog Taylor & The Houserockers – Give me back my wig
  2. Koko Taylor – I’m a woman
  3. Big Walter Horton with Carey Bell – Have mercy
  4. Fenton Robinson – Somebody loan me a dime
  5. Professor Longhair – It’s my fault darling
  6. Son Seals – Telephone angel
  7. Johnny Winter – Lights out
  8. Albert Collins – Blue Monday hangover
  9. James Cotton – Little car blues
  10. Albert Collins, Robert Cray & Johnny Copeland – The dream
  11. William Clarke – Pawnshop bound
  12. Lonnie Mack – Ridin’ with the blinds (live)
  13. Lonnie Brooks – Cold lonely nights (live)
  14. Luther Allison – Soul fixin’ man (live)
  15. Clarence ‘Gatemouth’ Brown – Got my mojo working
  16. Saffire – The uppity blues women – Sloppy drunk
  17. Roy Buchanan – That did it
  18. The Palladins – Keep on lovin’ me, baby

Tracks cd 2:

  1. Michael Burks – Love disease
  2. Kenny Neal – I’m a blues man
  3. The Holmes Brothers – Run myself out of town
  4. Little Charlie & The Nightcats – Jump start
  5. Katie Webster – I’m still leaving you
  6. Smokin’ Joe Kubek & Bnois King – Don’t lose my number
  7. The Kinsey Report – Corner of the blanket
  8. Carey Bell – I got a rich man’s woman
  9. C.J. Chenier & The Red Hot Louisiana Band – Au contraire mon frere
  10. Mavis Staples – There’s  a devil on the loose
  11. Michael Hill’s Blues Mob – Presumed innocent
  12. Steady Rollin’ Bob Margolin – Not what you said last night
  13. Billy Boy Arnold – Man of considerable taste
  14. Cephas & Wiggins – Ain’t seen my baby
  15. Long John Hunter – Marfa lights
  16. Dave Hole – Phone line
  17. Eric Lindell – Josephine
  18. Joe Louis Walker – I won’t do that
  19. Janiva Magness – That’s what love will make you do
  20. The Siegel-Schwall Band – Going back to Alabama
  21. Corey Harris & Henry Butler – Why don’t you live so God can use you?

Tracks cd 3:

  1. Marcia Ball – Party town
  2. Lil’ Ed & The Blues Imperials – What you see is what you get
  3. Roomful of Blues – In a roomful of blues
  4. Billy Branch & The Sons of Blues – Blue and lonesome
  5. Christone ‘Kingfish’ Ingram – Outside of this town
  6. Shemekia Copeland – Clotilda’s on fire
  7. Curtis Salgado – The longer that I live
  8. Selwyn Birchwood – Living in a burning house
  9. Elvin Bishop & Charlie Musselwhite – Midnight hour blues
  10. The Cash Box Kings – Ain’t no fun (when the rabbit got the gun)
  11. Tommy Castro & The Painkillers – Make it back to Memphis (live)
  12. JJ Grey & Mofro – A woman (live)
  13. Rick Estrin & The Nightcats – I’m running
  14. Coco Montoya – You didn’t think about that
  15. Tinsley Ellis – Ice cream in hell
  16. Chris Cain – You won’t have a problem when I’m gone
  17. Guitar Shorty – Too late
  18. The Nick Moss Band feat. Dennis Gruening – The hig coast of low living
  19. Toronzo Cannon – The Chicago way
7jul/210

Lukas Nelson & Promise of the Real – A few stars apart

De Amerikaanse rockband Promise of the Real (POTR), is in 2008 opgericht door Lukas Nelson (25 december 1988), zoon van de beroemde Willie Nelson, en drummer Anthony LoGerfo. Beide heren ontmoetten elkaar tijdens een concert van Neil Young en besloten toen samen muziek te gaan maken. Sinds 2015 zijn Lukas Nelson & Promise of the Real ook de begeleidingsband van Neil Young. In 2010 verscheen hun debuutalbum Lukas Nelson & Promise of the Real.  

De COVID-19 pandemie zorgde er voor dat Lukas Nelson & Promise of the Real helaas na tien jaar uitgebreid toeren over de hele wereld een pauze moesten inlassen. Maar deze rustpauze kwam volgens Nelson wel zijn innerlijke rust ten goede en het was ook een mooi moment om te reflecteren.  

Vorige maand verscheen het nieuwe album van Lukas Nelson & Promise of the Real. Het album A few stars apart telt elf nummers en werd in drie weken opgenomen in RCA Studio in Nashville met de gelauwerde producer Dave Cobb (o.a. Sturgill Simpson, Chris Stapleton, John Prine, Jason Isbell).

Het album opent met de mooie ballad We’ll be alright, waarbij de stem van Lukas af en toe dicht in de buurt komt van die van zijn vader Willie Nelson. Het tempo gaat omhoog in Perennial bloom (back to you), een melodieuze rocker met gitaren en drums in de stijl van Tom Petty & the Heartbreakers. In Throwin’ way your love bewijst de band zijn grote klasse. Het titelnummer A few stars apart, een romantische ballad met piano en orgel, wordt gevolgd door het funky No reason, met fraaie baslijnen en opvallende percussie. In het folky Leave ‘em behind wordt weer uitstekend gemusiceerd, met een strakke ritmesectie en Logan Metz op banjo. Na de strakke gitaarrocker Wildest dreams, wederom in de beste traditie van Tom Petty, bewijst Nelson een soulvolle zanger te zijn in de met lekkere baslijnen en tinkelende piano aan het eind versierde ballad Giving you away. Het samen met Rina Ford geschreven Hand me a light is een prachtige countryballad met mooie harmonieen. De stem van Lukas lijkt in de uptempo jazzy countrysong More than we can handle ook weer op die van vader Willie. Het slotnummer Smile is een zeer fraaie pianoballad.

Conclusie: Met A few stars apart hebben Lukas Nelson & Promise of the Real wederom een uitstekend album afgeleverd waar de energie van af spat.  

Tracks:

  1. We’ll be alright
  2. Perennial bloom (back to you)
  3. Throwin’ away your love
  4. A few stars apart
  5. No reason
  6. Leave ‘em behind
  7. Wildest dreams
  8. Giving you away
  9. Hand me a light
  10. More than we can handle
  11. Smile

Line-up

  • Lukas Nelson – zang, akoestische gitaar, elektrische gitaar, piano
  • Logan Metz – banjo, lap steel, mellotron, orgel, piano, wurlitzer, backing vocals
  • Dave Cobb – akoestische gitaar
  • Anthony LoGerfo – drums
  • Corey McCormick – (contra) bas, mellotron, backing vocals
  • Tato Melgar – percussie
30jun/210

Jan van Bijnen – Modest man

Singer-songwriter en multi-instrumentalist Jan van Bijnen was jarenlang muzikaal begeleider van artiesten als Freek de Jonge, Rob de Nijs en Claudia de Breij en werd ook bekend als slidegitarist in de band van de Berlijnse singer-songwriter Sonja Markowski en als lid van de 50’s act Lazy J et son Orchestre. Het muzikale hart van van Bijnen ligt bij americana en bluegrass. Een aantal jaren geleden vormde van Bijnen met Joost Verbraak een nieuw duo. Hun debuutalbum 2nd Line City verscheen in oktober 2016. De opvolger Endless road kwam in 2018 uit.

Maar nu vond van Bijnen het tijd om zijn eerste solo-cd uit te brengen. Hij had een aantal songs geschreven, die volgens hem een persoonlijker en een andere muzikaal karakter dragen, waardoor ze minder geschikt zijn om door het duo Van Bijnen – Verbraak op de plaat te worden gezet.

Deze maand verscheen Modest man, het eerste soloalbum van Jan van Bijnen. Het album kwam tot stand via crowdfunding. Op Modest man staan tien door van Bijnen geschreven songs.    

In het rustig gezongen openingsnummer Now you know it horen we de mooie contrabastonen van Hans Custers en de trombone en sousafoon van Joost Verbraak. Van Bijnen speelt alle instrumenten op And your daddy too zelf (akoestische gitaar, drums, contrabas) en hij verrast met een lyrische solo op zijn resonator gitaar. Recollect that sign, met dobro, mandoline, piano en Hammond, klinkt geweldig. In het country getinte Foodtruck kinda love is weer een prachtige melodieuze dobro te horen, naast banjo en mandoline. In het mooi gezongen If only for a moment, worden naast dobro ook de ukelele en de vibrafoon tevoorschijn gehaald. Op Join me on the porch krijgt Van Bijnen fraaie muzikale ondersteuning van ‘togethermachine’ Marcel van As. Fraai zijn de baritongitaarlicks in The me in you. Van Bijnen ’s ietwat hese zang in het rustige The streetcar I ride doet me zeker in dit nummer denken aan Steve Forbert en hij laat hier ook horen met de pedal steel overweg te kunnen.

Verbraak is de ‘dienende’ drummer op Maybe a dream, bij het zeer fraaie gitaarwerk van van Bijnen en de backing vocals van de jonge zangeres Nienke Dingemans. In het titelnummer, de mooie uitsmijter Modest man, met alleen zang en akoestische gitaar, ontmoet Bijnen uiteenlopende figuren als Nelson Mandela, de excentrieke dammer Jannes van der Wal, filmacteur Omar Sharif en Sloop John B.   

Conclusie: Modest man is een heerlijk, warm en zeer prettig in het gehoor liggend album.

Tracks:

  1. Now you know it
  2. And your daddy too
  3. Recollect that sign
  4. Foodtruck kinda love
  5. If only for a moment
  6. Join me on the porch
  7. The me in you
  8. The streetcar I ride
  9. Maybe a dream
  10. Modest man

Line-up

  • Jan van Bijnen – zang, gitaren, dobro, mandoline, mandola, pedalsteel, banjo, ukelele, bas, contrabas, piano, Hammond, vibrafoon, drums, percussie
  • Joost Verbraak – trombone, horn, sousafoon, drums (track 9)
  • Hans Custers – contrabas (track 1)
  • Nienke Dingemans – backing vocals (track 9)
  • Marcel van As – ‘togethermachine’ (track 6)

28jun/210

Eric Johanson – Covered tracks vol. 2

De in New Orleans (Louisiana) geboren zanger-gitarist Eric Johanson deelde het podium als leadgitarist met o.a. Cyril Neville, Anders Osborne, JJ Grey, Eric Lindell en The Neville Brothers. In 2017 tekende hij een platencontract bij Whiskey Bayou Records, het platenlabel van zijn ontdekker Tab Benoit, bluesrockicoon uit Louisiana. In datzelfde jaar verschijnt zijn door Benoit geproduceerde debuutalbum Burn it down. Johanson toerde daarna twee jaar met Tab Benoit en deed ook solo-optredens.

In maart van dit jaar bracht Johanson het album Covered tracks vol. 1 uit, een album met (akoestische) covers van o.a. Chicago, Nine Inch Nails, Skip James, The Free, The Allman Brothers Band en Taj Mahal. Nauwelijks drie maanden later is nu Covered tracks vol 2 verschenen. Wederom een (akoestisch) album met covers van bekende artiesten als b.v. Son House, The Neville Brothers, Mississippi John Hurt en zelfs The Beatles.

Het album opent met een bluesy versie met slide van Sleep to dream, een nummer van Fiona Apple uit 1996. Heerlijk funky is Yellow moon, van The Neville Brothers. Zeer fraai is de akoestische gitaarsolo. Met de slidegitaar in Death letter van Son House trakteert Johanson op een heerlijke portie deltablues. In the pines, het Amerikaanse volksliedje bekend van o.a. Leadbelly, Bill Monroe (die er een bluegrassversie van maakte) en ook Nirvana (MTV Unplugged 1994), krijgt hier door Johanson ook een mooie interpretatie. Prachtige jazzy countryblues, met slide, is Make me a pallet on your floor van Mississippi John Hurt. Na de Freddie King cover My credit didn’t go through wordt countrybluesman Mississippi Fred McDowell geëerd met Goin’ down to the river. 4th of July, van de grungeband Soundgarden van hun baanbrekende album Superunknown uit 1994, klinkt bij Eric Johanson heel anders, maar hij maakt er een heel mooie heldere vertolking van. Ingetogen en melodieus, met een fraaie slidesolo, is Can’t you see, een song van het debuutalbum van The Marshall Tucker Band uit 1973. Dat Johanson een goede zanger is bewijst hij in And I love her van The Beatles (A hard day’s night uit 1964). Apart is het slotnummer My melancholy baby, een vaudeville achtige song van Ernie Burnett en George Norton uit 1912 en bekend van o.a. Leon Redbone die het in 1977 op zijn album Double time zette.      

Conclusie: Ik kan het album Covered tracks vol. 2 van harte aanbevelen en zou het bovendien niet erg vinden als Eric Johanson met een vol. 3 zou komen.

Tracks:

  1. Sleep to dream
  2. Yellow moon
  3. Death letter
  4. In the pines
  5. Make me a pallet on your floor
  6. My credit didn’t go through
  7. Goin’ down to the river
  8. 4th of July
  9. Can’t you see
  10. And I love her
  11. My melancholy baby
17jun/210

John Hiatt & the Jerry Douglas Band – Leftover feelings

Singer-songwriter John Hiatt (20 augustus 1952, Indianapolis) is al bijna 50 jaar actief in de muziekscene. In 1974 kwam zijn debuutalbum Hangin’ around the observatory uit. Zijn eerste albums waren echter geen commercieel succes. Het echte succes kwam pas in 1987 met het album Bring the family. Op dat album staat ook zijn hit Have a little faith in me.

John Hiatt heeft in zijn lange carrière met veel musici samengespeeld en platen opgenomen (met Ry Cooder, Nick Lowe en Jim Keltner vormde hij bv de supergroep Little Village). Het was een langgekoesterde wens van Hiatt om ook met de befaamde dobro-speler, lapsteel-gitarist en producer Jerry Douglas (28 mei 1956, Warren, Ohio) muziek op te nemen. En deze wens kwam uit. Na maanden noodgedwongen thuiszitten i.v.m. de wereldwijze COVID-19 pandemie, dook John Hiatt met The Jerry Douglas Band de studio in. Het resultaat is te horen op het album Leftover feelings. Dit 24e album van John Hiatt is in vier dagen opgenomen in Studio B in Nashville, de beroemde studio waar gerenommeerde artiesten als Elvis Presley, Roy Orbison, Chet Atkins, The Everly Brothers, Don Gibson, Roger Miller, Charlie McCoy, Waylon Jennings, Dolly Parton, John D. Loudermilk en nog vele anderen platen hebben opgenomen. Het album is geproduceerd door Jerry Douglas. Vermeldenswaard is bovendien dat het een album is waarop geen drummer is te horen.   

Long black electric Cadillac is de heerlijke uptempo opener, waarin The Jerry Douglas Band zich naar hartenlust uitleeft op snaren en viool. Fraai is de dobro van Douglas in de deltablues Mississippi phone booth. In The music is hot, melodieuze americana, worden herinneringen opgehaald aan Waylon Jennings en Merle Haggard. In het uptempo All the lilacs in Ohio, met lekkere harmonieen, is het bluegrass wat de muzikale klok slaat. In het door Hiatt ingetogen gezongen I’m in Asheville laten de leden van The Jerry Douglas Band zich weer van hun beste kant zien. In de aangrijpende ballad Light of the burning sun zingt Hiatt over de zelfmoord van zijn oudste broer en de impact die dat had op zijn familie. Prachtig is ook de dobrosolo van Douglas. Little goodnight is steviger en rockt lekker weg en Buddy boy is weer een mooie ballad met strings en de soulvolle knauwende stem van Hiatt. Changes in my mind is een typische Hiatt ballad, met naast de prachtige zang de fantastische begeleiding. Fameus is daarna ook weer het snarenwerk in het rockende Keen rambler. Het slotnummer Sweet dream is weer een typische Hiatt song waaraan The Jerry Douglas Band een extra dimensie geeft.

Conclusie: Leftover feelings  is een geweldig album van zeer energieke en geïnspireerde musici. John Hiatt & The Jerry Douglas Band is een meesterlijke combinatie.    

Tracks:

  1. Long black electric Cadillac
  2. Mississippi phone booth
  3. The music is hot
  4. All the lilacs in Ohio
  5. I’m in Asheville
  6. Light of the burning sun
  7. Little goodnight
  8. Buddy boy
  9. Changes in my mind
  10. Keen rambler
  11. Sweet dream

Line up:

  • John Hiatt – zang, akoestische gitaar
  • Jerry Douglas – dobro, lapsteel, backing vocals
  • Daniel Cambronero – bas, string arrangementen,
  • Mike Seal – akoestische en elektrische gitaar
  • Christian Sedelmyer – viool, string arrangementen
  • Carmella Ramsey – backing vocals
15jun/210

Harp Mitch & Guitar Jakobs – Blues bie’n schemerlamp – Studio sessions 2020 – 2021

De in Oldenzaal geboren en getogen Nederlandse zanger en mondharmonicaspeler Michel Zwiers, alias Harp Mitch, en de uit Neuenhaus afkomstige Duitse gitarist Helmut Jakobs, alias Guitar Jakobs, zijn al weer twee decennia binnen verschillende bands actief in de bluesscene. Als akoestisch duo zijn ze drie jaar bezig een programma te ontwikkelen om in theaters, cafés en andere podia hun reis door de blues te verkondigen.

Bijna een jaar zijn ze aan het werk geweest met nummers op te nemen tijdens hun repetities in de studio. Puur akoestisch met gitaar, mondharmonica en zang. Zij hebben zich zelfs gewaagd aan instrumenten die zij normaal gesproken helemaal niet bespelen. Ze durven nieuwe uitdagingen aan te gaan en treden hierbij buiten hun comfortzone. Toen beide heren de opnamen die ze tijdens hun sessies hadden opgenomen terug gingen luisteren bleek dat er genoeg bruikbaar materiaal was voor een album. Een album met tien oude klassieke bluesnummers. En die klassiekers worden niet klakkeloos nagespeeld, maar Harp Mitch en Guitar Jakobs geven er een eigen interpretatie aan. Het resultaat is nu te horen op de cd met de prachtige titel ‘Blues bie’n schemerlamp’.

Het album opent met Up the line van Little Walter, met melodieuze harpsolo’s en fraai akoestisch gitaarwerk. Met Crawlin’ kingsnake (Sonny Boy Williamson, John Lee Hooker, Big Joe Williams en vele anderen), duiken Mitch en Jakobs met een spetterende wah wah mondharp en akoestische gitaar de delta in. Down so long is een slowblues van J.D. Harris met Jakobs op slide. Key to the highway, de blues standard, bekend van o.a. Big Bill Broonzy, heeft een hoog Sonny Terry & Brownie McGhee gehalte. In Hate to see you go van Little Walter is uiteraard weer een huilende mondharp te horen. Checkin’ up on my baby, is met een loeiende mondharp en shaker lekker rudimentair. Bo Diddley wordt in het zonnetje gezet met een prachtige vertolking van Before you accuse me. De bluesharp is weer geweldig in een lange versie van Too late van Little Walter. Vrolijke vaudeville blues is te horen in Nobody knows you when you down and out, de blues standard van Jimmie Cox uit 1923. Het slotnummer is de bluesballad Window of my eyes van Cuby & the Blizzards. Met fraai pianospel en lapsteel is deze aparte versie een heel mooie ode aan Harry Muskee c.s.

Conclusie: Blues bie’n schemerlamp bevat tien eerlijke, eigen interpretaties van klassieke bluessongs. Laat de theaters en de podia maar snel weer helemaal opengaan, want de muziek van Harp Mitch en Guitar Jakobs is uitermate geschikt voor een intiem bluesconcert.

Tracks:

  1. Up the line
  2. Crawlin’ kingsnake
  3. Down so long
  4. Key to the highway
  5. Hate to see you go
  6. Checkin’ up on my baby
  7. Before you accuse me
  8. Too late
  9. Nobody knows you when you down and out
  10. Window of my eyes

Line-up

  • Harp Mitch – zang, mondharp, piano, shaker
  • Guitar Jakobs – gitaar, lapsteel, slidegitaar

14jun/210

Van Morrison – Latest record project vol. 1

Van Morrison (31 augustus 1945, Belfast, Noord Ierland) behoeft geen nadere introductie. Van the Man, alias The Belfast cowboy, draait al meer dan een halve eeuw mee in de muziekscene. Hij wordt in 1964 bekend als zanger, saxofonist en mondharmonicaspeler van de Noord Ierse band Them, waarmee hij grote hits scoort als Gloria, Mistic eyes en Here comes the night. In 1967 start Van Morrison een solocarrière, die tot op de dag van vandaag voortduurt. Sinds zijn debuutalbum Blowin’ your mind, verschijnen er met zeer grote regelmaat bijna jaarlijks nieuwe albums. In zijn debuutjaar 1967 scoort hij ook de grote hit Brown eyed girl, een nummer dat tegenwoordig nog regelmatig op de radio is te horen en ook een vaste klant is in Radio 2 Top 2000. Op 13 juni 2015 wordt hij in de Britse adelstand verheven en mag hij zich sindsdien Sir Van Morrison noemen. De Noordier staat niet bekend als een vrolijke Frans en de nurkse muzikant is ook geen fan van critici en pers.

Aan zijn toch al imposante discografie van meer dan 40 soloalbums heeft Van Morrison weer een nieuw exemplaar toegevoegd. Vorige maand verscheen Latest record project vol. 1, een album met maar liefst 28 nummers. Van Morrison is het oneens met de coronamaatregelen en heeft de laatste tijd als protest een aantal anti-lockdownliedjes uitgebracht. Ook op zijn nieuwe album blijkt hij verbitterd en laat hij zijn kijk op de COVID-19 pandemie en andere maatschappelijke problemen in verschillende nummers duidelijk horen, iets wat niet iedereen hem in dank afneemt. Maar laat ik me tot de muziek beperken en de teksten laten voor wat ze zijn.

In muzikaal opzicht is er toch genoeg te beleven. Veel nummers klinken als echt Van Morrison in de oren. Jazz, soul, R&B, gospel en blues, het zijn de vertrouwde muzikale elementen. Lekkere uptempo R&B met Hammond (Where have all the rebels gone, No good deed goes unpunished). Typische Van Morrison ballads (Tried to do the right thing, Double agent, Mistaken identity). Chicago blues met orgel en mondharp (The long con), een bluesduet met Chris Farlowe (Big lie). De sound van zijn oude band Them is te horen in Stop bitching, do something, A few bars early). Spetterende saxsolo’s (They owe the media, het jazzy Only a song, het vrolijke Up county down, My time after a while). Countryinvloeden horen we in Western man en de gospel is niet ver weg in Love should come with a warning). Via Diabolic pressure belanden we in de sferen van New Orleans en in Deadbeat Saturday night zitten rockabilly elementen. De stem van Van Morrison mag er nog zijn, hoewel hij hier en daar een beetje vlak klinkt. En hij heeft zich omringd met een stel uitstekende begeleiders.       

Conclusie: Je kunt veel van Van Morrison zeggen, desondanks valt er muzikaal toch aardig wat te genieten op dit album.   

Tracks:

  1. Latest record project
  2. Where have all the rebels gone
  3. Psychoanalyst’s ball
  4. No good deed goes unpunished
  5. Tried to do the right thing
  6. The long con
  7. Thank God for the blues
  8. Big lie
  9. A few bars early
  10. It hurts me too
  11. Only a song
  12. Diabolic pressure
  13. Deadbeat Saturday night
  14. Blue funk
  15. Double agent
  16. Double blind
  17. Love should come with a warning
  18. Breaking the spell
  19. Up county down
  20. Duper’s delight
  21. My time after a while
  22. He’s not the kingpin
  23. Mistaken identity
  24. Stop bitching, do something
  25. Western man
  26. They own the media
  27. Why are you on facebook
  28. Jealousy

Line up:

  • Van Morrison – zang, akoestische en elektrische gitaar, harmonica, percussie, piano, saxofoon, vibrafoon, backing vocals
  • Richard Dunn – clavinet, Hammond, orgel, piano
  • Colin Griffin – drums, percussie
  • Mez Clough – drums, backing vocals
  • Pete Hurley – bas
  • Jeff Lardner – drums
  • Dave Keary – banjo, akoestisch en elektrische gitaar, mandoline, backing vocals
  • Stuart McLlroy – piano
  • Paul Moran – bas, Hammond, piano
  • Jim Mullen – elektrische gitaar
  • Gavin Scott – bas
  • Teena Lyle – percussie, vibrafoon, backing vocals
  • Chris Farlow, backing vocals
  • Crawford Bell – backing vocals
  • Dana Masters – backing vocals
  • Kelly Smiley – backing vocals
2jun/210

Doc Feldman & the Alt + Cntry + Delete – A healthy dose of anxiety

Het aardige van het schrijven van recensies is dat je soms geconfronteerd wordt met voor jou onbekende musici. Een voorbeeld hiervan is de Amerikaanse singer-songwriter-multi-instrumentalist Doc Feldman, een in Lexington, Kentucky gevestigde lokale veteraan van verschillende bands. Een van die bands was de vijfkoppige altcountryband The Good Saints. Na het uiteenvallen van die band ging Feldman op de solotoer. In 2013 kwam zijn solodebuut Sundowning at the station uit, een album met muziek gebaseerd op de traditionele Amerikaanse volksmuziek. Feldman werd op dit album begeleid door The LD 50.

Vorige maand verscheen A healthy dose of anxiety, het nieuwe album van Doc Feldman & the Alt + Cntry + Delete. Feldman wordt op zijn tweede album begeleid door lokale musici: Josh Nolan (gitaar, elektrische piano), Willie Eames (gitaar), Robert Trott (bas), David Chapman (drums), David Farris (drums) en Kevin Holm-Hudson (piano). Het album, met tekst en muziek van Doc Feldman, is mede tot stand gekomen door een subsidie van de Kentucky Arts Council.  

Het openingsnummer, het stevige bluesy met lekker swampy gitaarwerk, Receiving, een song over wanhoop en eenzaamheid, is opgedragen aan de Amerikaanse psycholoog Rollo May (1909 – 1994), een psycholoog die aandacht besteedde aan de tragische kant van het menselijk bestaan. Help never comes form above is een cynische folkrockballad in een bad van keyboards. In Let me love you wisselen fel gitaarwerk en akoestische gedeelten elkaar mooi af. Passievol is de zang in het psychedelische Screwed, dat met een mooi akoestisch gitaarintro begint en waarin ook de keyboards weer volop aanwezig zijn. Het maatschappijkritische Heavy edges is weer lekker stevig en bluesy met felle gitaarlicks, een vette ritmesectie en intense zang. San Antonio missions is een mooie en warme pianoballad en Go easy is weer psychedelisch. Gedreven is de zang in het fraai geïnstrumenteerde Straight talk fully wired. De sound van de ballad Bad news wordt grotendeels bepaald door het strakke drumwerk en het lekkere gitaarwerk. Blessed be the unlucky is een bijna tien minuten lange melodieuze ballad met akoestische gitaar, mondharp en wederom uitstekende zang. Een schitterende uitsmijter.

Conclusie: De eerste kennismaking met Doc Feldman is mij uitstekend bevallen. Geniet van dit mooie album.  

Tracks:

  1. Receiving (for Rollo May)
  2. Help never comes from above
  3. Let me love you
  4. Screwed
  5. Heavy edges
  6. San Antonio missions
  7. Go easy
  8. Straight talk fully wired
  9. Bad news
  10. Blessed be the unlucky
28mei/210

Lucinda Williams – Runnin’ down a dream – tribute to Tom Petty

Singer-songwriter-gitarist Tom Petty (20 oktober 1950 -  2 oktober 2017) is al weer ruim 3 ½ jaar dood, maar hij is gelukkig niet vergeten en zijn muziek leeft voort. Veel muzikanten vonden en vinden nog steeds inspiratie in de songs van Tom Petty en zetten deze op de plaat.

Zo ook singer-songwriter Lucinda Williams. Met vertrouwde muzikanten verdiepte zij zich in het repertoire van een aantal van haar favorieten die de zesdelige serie Lu’s Jukebox vormen. De oorspronkelijke streamings gaan nu op cd en vinyl  verschijnen. Vol. 1 Runnin’ down a dream – a tribute to Tom Petty, gewijd aan de betreurde Petty, is vorige maand uitgebracht.

Met Rebels, (Southern accents, 1985), opent het album stevig met vooral robuust drumwerk. Het titelnummer Runnin’ down a dream, van Petty’s debuutalbum Full moon fever (1989) is een vette rocker, met vlammend gitaarwerk en een ‘jagende’ ritmesectie. Het nummer Gainsville, zijn geboorteplaats in Florida, was een onuitgebrachte track van Tom Petty tot het nummer in 2018 op de box An American treasure verscheen. Indringend is Williams’ zang in de swampy versie van Louisiana rain, een song uit de beginperiode van Tom Petty & the Heartbreakers (Damn the torpedoes, 1979). Dan volgen er weer twee songs van Full moon fever. Een stevige versie van I won’t back down, met een pompende bas en een fraaie slide en de kenmerkende lijzige zang van Williams en een twangy gitaar in de ballad A face in the crowd. Van het album Wildflowers (1994) heeft Williams gekozen voor het titelnummer, met een mooie bijdrage van Joshua Grange op elektrische piano, en voor het ruige You wreck me. Twangy gitaarwerk en de weer typische zang is er daarna in de ballad Room at the top (Echo 1999). De volgende ballad You don’t know how it feels (Wildflowers 1994) is een van de hoogtepunten. Na het funky Down south, van Petty’s 3e en laatste soloalbum Highway companion (2006), trakteert Williams ons op een broeierige en ‘slepende’ versie van Southern accents. Lucinda Williams sluit het album af met Stolen moments, haar eigen mooie stevige ode aan Tom Petty.

Conclusie: Lucinda Williams c.s. brengen een passievolle ode aan Tom Petty. Ik ben benieuwd naar vol. 2 t/m 6.

Tracks cd:

  1. Rebels
  2. Runnin’ down a dream
  3. Gainesville
  4. Louisiana rain
  5. I won’t back down
  6. A face in the crowd
  7. Wildflowers
  8. You wreck me
  9. Room at the top
  10. You don’t know how it feels
  11. Down south
  12. Southern accents
  13. Stolen moments

Line-up:

  • Lucinda Williams – zang
  • Joshua Grange – gitaar, keyboards
  • Fred Eltringham – drums
  • Steve Mackey – bas
  • Stuart Mathis – gitaar