Gerritschinkel.nl Columns & meer

10mei/210

Archie Lee Hooker & The Coast to Coast Blues Band – Living in a memory

Blueszanger Archie Lee Hooker (25 december 1949, Lambert, Mississippi) is een neef van de legendarische John Lee Hooker. Als tiener verhuist hij naar Memphis, Tennessee, waar hij de gospelgroep The Marvelous opricht. In 1989 verkast Archie naar Californië en wordt lid van de band van oom John Lee Hooker, waar hij tot diens overlijden in 2001 deel van uitmaakt. In 2011 vertrekt Archie naar Frankrijk en gaat met Carl Wyatt & the Delta Voodoo Kings door Europa toeren. Maar Archie wil toch een eigen band. Hij vindt de juiste muzikanten en hij richt Archie Lee Hooker & the Coast to Coast Blues Band op. De band bestaat naast Hooker uit de Brazilianen Fred Barreto (lead gitaar), Matt Santos (Hammond en mondharmonica), de Franse bassist Fageot en de Luxemburgse drummer Yves ‘Deville’ Ditsch. Hun debuutalbum Chilling verschijnt in 2018. Het album wordt zeer goed ontvangen en krijgt lovende kritieken   

Eind april verscheen hun nieuwe album Living in a memory. Het album bevat twaalf nieuwe songs en is opgenomen in de Gam Studio in Waimes in het hart van de Belgische Ardennen.

Met een paar ferme klappen van Yves Ditsch opent het album met het soulvolle Long gone. Naast de geweldige blazerssectie is ook een daverende Hammondsolo van Matt Santos te horen. De blazers, de spetterende gitaarsolo van Fred Barreto en het fraaie outtro van de mondharp trekken de aandacht in It’s a jungle out there. Gitarist Bernard Allison is met een felle gitaarsolo te gast in de groovy soulbluesrocker Blinded by love. Het titelnummer Living in a memory is een warme met strijkers versierde soulballad. Het intens gezongen Sorry baby opent met een zeer mooi trompetintro en ook de lyrische gitaarsolo is niet te versmaden. De zang in deze soulbluesballad, maar ook in veel andere tracks, roept bij mij herinneringen op aan Isaac Hayes en Albert King. In de shuffle Getaway, met een vette gitaarsolo en een daverende Hammondsolo, zegt Hooker Los Angeles vaarwel en begroet hij Frankrijk. Het onderwerp in het onheilspellende Parchman bound is de Mississippi State Penitentiary. De vette blues Nightmare blues wordt grotendeels gedomineerd door de ruige mondharp van Santos. De fantastische blazerssectie is weer in topvorm in de swingende jumpblues My baby. Indringend is het gitaarwerk van Santos daarna in de gloedvolle slowblues Lost a good woman, evenals zijn wah way gitaarsolo’s in het funky Give it with a smile, waarin de blazers ook weer op de voorgrond treden, met een hoofdrol voor de saxofoon. In het mooie, vrijwel akoestische, I miss you mama brengt Hooker een ode aan zijn moeder.

Conclusie: Living in a memory is een geweldig album van een gepassioneerde zanger en een uitstekende band, met een fantastische blazerssectie als kers op de taart.

Tracks cd:

  1. Long gone
  2. It’s a jungle out there
  3. Blinded by love
  4. Living in a memory
  5. Sorry baby
  6. Getaway
  7. Parchman bound
  8. Nightmare blues
  9. My baby
  10. Lost a good woman
  11. Give it with a smile
  12. I miss you mama
6mei/210

Ted Russell Kamp – Solitaire

De Amerikaanse singer-songwriter Ted Russell Kamp is geboren in New York City, maar woont tegenwoordig in Los Angeles, California. Deze multi-instrumentalist en producer is sinds 1995 actief in de muziekscene. Hij is bekend als bassist in de band van Shooter Jennings en speelt ook bas op albums van o.a. Waylon Jennings. Ted Russell Kamp, die ook in Nederland een graag geziene artiest is, brengt in 1996 zijn debuutalbum als soloartiest uit. Vanaf 2005 komen er met grote regelmaat nieuwe soloalbums uit. Deze maand verscheen Solitaire, zijn 13e soloalbum, de opvolger van het vorig jaar verschenen Down in the den

My girl now is de vrolijke opener met lekker mandolinespel. Kamp schreef dit nummer al een aantal jaren geleden met Mick Brown en het verscheen in 2014 op het album Hearts from above van Brown’s band Micky and the Motorcars. Path of least resistance is sober geïnstrumenteerd met akoestische gitaar en elektrische bas. Steviger wordt het met You can go to hell, I’m going to Texas. Uptempo countryrock met een fraaie pedalsteel van John Schreffer en harmoniezang van Vanessa Olivarez. Birds that sing at down is een prachtige song met een hoog Guy Clarke gehalte en mooi zwevende orgeltonen. Kamp schreef het gospelachtige As far as the eye can see samen met Matt Szlachetka die ook de backing vocals hier voor zijn rekening neemt. Zeer fraai zijn hier weer de baslijnen. Mark Mackay speelt elektrische gitaar en is te horen in de backing vocals op The hardest road to find, een nummer in de geest van Guy Clark. In het titelnummer Solitaire is alleen Kamp te horen met zang en akoestische gitaar. Shane Alexander is medecomponist van het folky Western wind. Prachtig is het acapella zanggedeelte van Kamp, Alexander en Schreffer in dit nummer. Het bluesy By your man en het ingetogen folky A rose or two zijn pure Ted Russell Kamp songs, want hij speelt alle instrumenten zelf op deze nummers. In The spark is de ‘slepende’ pedalsteel weer een lust voor het oor. Brian Whelan horen we in de backing vocals. Only a broken heart is voornamelijk zang en bas. De zwevende orgeltonen zijn er weer in Exception to the rule en prachtig is de slidesolo van Ed Jurdi. Het slotnummer Lightning strikes twice is opwindende bluegrass. Medeauteur Don Gallardo is te horen in de backing vocals. Kamp speelt op dit nummer ook weer alle instrumenten.

Conclusie: Net als zijn voorganger Down in the den is Solitaire een prachtplaat.  

Tracks cd:

  1. My girl now
  2. Path of least resistance
  3. You can go to hell, I’m going to Texas
  4. Birds that sing at down
  5. As far as the eye can see
  6. The hardest road to find
  7. Solitaire
  8. Western wind
  9. Be your man
  10. A rose or two
  11. The spark
  12. Only a broken heart
  13. Exception to the rule
  14. Lightning strikes twice

Line-up:

  • Ted Russell Kamp – zang, bas, akoestische gitaar, elektrische gitaar, dobro, dulcimer, mandoline, banjo, Hammond, Wurlitzer, accordeon, toy piano, drums, shaker, tamboerijn, snaps, claps
  • Shane Alexander – zang (track 8)
  • Jim Doyle – drums (track 3,11)
  • Don Gallardo – zang (track 14)
  • Ed Jurdi – slide gitaar, zang (track 13)
  • Mark Mackay – elektrische gitaar, zang (track 6)
  • Vanessa Olivarez – zang (track 3)
  • John Schreffer – pedal steel (track 3,11), zang (track 8)
  • Matt Szlachetka – zang (track 5)
  • Brian Whelan – zang (track 11)
3mei/210

Rhiannon Giddens – They’re calling me home

De Amerikaanse zangeres, violiste en banjospeelster Rhiannon Giddens (21 februari 1977, Greensboro, North Carolina) was in 2005 een van de oprichters van de stringband Carolina Chocolate Drops. Hun debuutalbum Genuine Negro Jig verscheen in 2010 en dit album won een Grammy Award voor Best Traditional Album. De band stond o.a. in het voorprogramma van Taj Mahal en Bob Dylan. In 2013 startte Giddens haar solocarrière en in 2015 kwam haar solodebuutalbum Tomorrow is my turn uit. Rhiannon Giddens woont tegenwoordig in Ierland.

De Italiaanse multi-instrumentalist Francesco Turrisi (9 december 1977, Turijn) verliet in 1997 zijn vaderland om aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag jazzpiano te gaan studeren. Van hem verschenen sinds 2004 een aantal albums uit waarop hij Ierse, Zuid Italiaanse en Arabische traditionele muziek combineert. Turrisi is ook lid van l’Arpeggiata, een band die oude muziek maakt en heeft opgetreden op de belangrijkste klassieke muziekfestival in o.a. Turkije, Rusland, China, Australië, Nieuw Zeeland, Brazilië en Colombia. Francesco Turrisi woont tegenwoordig net als Rhiannon Giddens in Ierland.

Sinds 2018 werken Rhiannon Giddens en Francesco Turrisi samen. In 2019 brengen ze hun alom geprezen duo-album There is no other uit. Zoals eerder gezegd, beiden wonen in Ierland, en vanwege de wereldwijze COVID-19 pandemie konden ze eigenlijk geen kant op en besloten toen tijdens de lockdown in 2020 in Ierland een nieuw album op te nemen. Dit album They’re calling me home verscheen begin april jl. Op dit album verloochenen beiden hun afkomst niet en behalve de Ierse invloeden zijn ook de invloeden van de Amerikaanse en Italiaanse traditionele volksmuziek volop aanwezig. Extra musici op het album zijn de Congolese gitarist Niwel Tsumbu en de Ierse fluitspeelster en uilleann piper Emer Mayock.      

Het album opent indrukwekkend met het door de Amerikaanse bluegrass zangeres Alice Gerrard geschreven Calling me home. Prachtige gedragen zang, altviool en een sombere accordeonlijn. Avalon is een opwindend nummer. Op deze compositie van Giddens, Turrisi en Jason Robinson (Carolina Chocolate Drops) is het genieten van het snarenspel van Niwel Tsumbu. Schitterend is de zang van Giddens in Si dolce è’l tormento, een compositie van de Italiaanse componist Claudio Monteverdi (1567 – 1643). De banjo van Giddens en de chitarra battente van Turrisi zijn prominent aanwezig in de bekende hymne I shall not be moved. Via Black as crow belanden we met de Ierse fluit in Ierse sferen. O death is een gepassioneerd gezongen gospel met Turrisi op frame drum. Tsumbu ’s gitaarspel is weer fraai in de instrumental Niwel goes to town. De hemelse zang van Giddens in het semi acapella When I was in my prime, de vioolsolo en het melodieuze spel van Turrissi toveren dit nummer om tot een pareltje. Waterbound is een traditional over North Carolina, waarna fluit en banjo de instrumental Bully for you heerlijk inkleuren. Het Italiaanse slaapliedje Nenna Nenna is louter  acapella zang van Giddens en Turrisi te horen. Het album sluit af met een zeer aparte uitvoering van Amazing grace, de door de Anglicaanse priester John Newton in 1772 geschreven christelijke hymne. Een neuriënde Giddens, frame drum en uilleann pipes. Een zeer fraai slot.  

Conclusie: De COVID-19 pandemie levert gelukkig niet alleen ellende op want Rhiannon Giddens en Francesco Turrisi hebben ons met They’re calling me home op een verrassend album getrakteerd.

Tracks cd:

  1. Calling me home
  2. Avalon
  3. Si dolce è’l tormento
  4. I shall not be moved
  5. Black as crow
  6. O death
  7. Niwel goes to town
  8. When I was in my prime
  9. Waterbound
  10. Bully for you
  11. Nenna Nenna
  12. Amazing grace

Line-up:

  • Rhiannon Giddens – zang, altviool, banjo
  • Francesco Turrisi – accordeon, frame drum, cello banjo, chitarra battente, tantan, tombak, calabash, zang
  • Niwel Tsumbu – nylonsnarige akoestische gitaar
  • Emer Mayock – Ierse fluit, uilleann pipes
29apr/210

Sara Watkins – Under the pepper tree

Sara Watkins (8 juni 1981, Vista, Californië) is een Amerikaanse singer-songwriter en multi-instrumentaliste. Op haar 8e (!) richt ze haar eerste band op, het akoestische trio Nickel Creek, Naast haarzelf bestaat dit trio uit broer Sean en vriend Chris Thile. In 2014 richt ze samen met Sarah Jarosz en Aoife O ‘Donovan ook de americana-groep I’m With Her op. Van beide bands verschijnen meerdere albums. Maar Watkins start in 2007 ook een solocarrière. Haar solodebuut Sara Watkins komt in 2009 uit. Maart jl. verscheen haar nieuwe album Under the pepper tree.    

Het album, dat gericht is op kinderen en gezinnen, opent met Pure imagination, een liedje uit de Amerikaanse muziekfilm Willy Wonka and the Chocolate Factory uit 1971, met in de hoofdrol Gene Wilder, waarmee meteen een sfeervolle fantasiesfeer wordt geschapen. Uit de soundtrack van de Disneyfilm Peter Pan uit 1953 komt daarna het heel korte The second star to the right. Nickel Creek is met Sean Watkins op gitaar en Chris Tyle op mandoline te horen in het fraaie Blue shadows on the trail. Met een vioolintro begint het dromerige Edelweiss uit de musical Sound of Music uit 1959. De jongste dochter van Watkins zingt hierop vertederend mee. Uit de film Breakfast at Tiffany’s uit 1961 komt Henry Mancini’s Moon river, oorspronkelijk vertolkt door Audrey Hepburn. Fraai is Watkins’ versie hier met akoestische gitaar en orgel op de achtergrond. Het titelnummer Under the pepper tree is een heel korte instrumental met alleen viool. Zeer warm en helder is de zang, naast de tokkelende gitaar, in When you wish upon a star, uit de soundtrack van de film Pinoccio van Walt Disney uit 1939. Na het zeer ingetogen Night singing zijn de tinkelende pianoklanken te horen in La la Lu uit de Disneyfilm Lady and the tramp uit 1955. I’m With Her wordt herenigd met mooie samenzang in Tumbling tumbleweeds, waarin Watkins een slepende vioolsolo laat horen. Blanket for sail is een song van Harry Nilsson uit de animatiefilm The Point uit 1971. Beautiful dreamer werd rond 1860 geschreven door Stephen Foster en o.a. op de plaat gezet door Bing Crosby en Roy Orbison en werd ook in veel films en televisieseries gebruikt. Sara Watkins brengt de luisteraar nu een beetje in Hawaiiaanse sferen. Prachtig wordt er geïnstrumenteerd in het sfeervolle Stay awake, afkomstig uit de musicalfilm Mary Poppins uit 1964 met Julie Andrews en Dick Van Dyke. Heel apart, met akoestische gitaar en heldere soms fluisterende zang, is het in 1945 door Rogers en Hamnmerstein voor de musical Carousel geschreven You’ll never walk alone. Het album eindigt zeer sfeervol met Good night, het slaapliedje dat John Lennon schreef voor zijn 5-jarige zoontje. Het nummer werd in 1968 door The Beatles op hun befaamde White Album gezet en werd toen gezongen door Ringo Starr. Niks ten nadele van Ringo Starr, maar hij kan qua zang absoluut niet in de schaduw staan van Sara Watkins.      

Conclusie: Under the pepper tree is een mooie warme nostalgische muzikale trip.

Tracks cd:

  1. Pure imagination
  2. The second star to the right
  3. Blue shadows on the trail
  4. Edelweiss
  5. Moon river
  6. Under the pepper tree
  7. When you wish upon a star
  8. Night singing
  9. La la Lu
  10. Tumbling tumbleweeds
  11. Blanket for a sail
  12. Beautiful dreamer
  13. Stay awake
  14. You’ll never walk alone
  15. Good night

Line-up:

  • Sara Watkins – zang, viool, Rhodes piano, akoestische gitaar
  • Tyler Chester – gitaar, orgel, piano, banjo, elektrische bas, timpani
  • Alan Hampton – bas
  • Ted Poor – drums
  • Rich Hinman – pedal steel
  • Chris Thile – mandoline, zang
  • Sean Watkins – gitaar, zang
  • Sam Cooper – zang
  • David Garza – gitaar, zang
  • Taylor Goldsmith – zang
  • Aoife O ‘Donovan – zang
  • Sarah Jarosz – zang
20apr/210

Southside Johnny & La Bamba’s Big Band- Grapefruit moon – the songs of Tom Waits

De Amerikaanse singer-songwriter Southside Johnny (4 december 1948, Neptune, New Jersey) is vooral bekend als frontman van Southside Johnny & the Asbury Jukes. Hij staat ook bekend als de peetvader van de Jersey Shore Sound, een mengeling van oude rock ‘n ‘ roll, oude rhythm & blues en blue-eyed soul. Met the Asbury Jukes maakte hij sinds medio jaren ’70 van de vorige eeuw een groot aantal albums. Naast een aantal soloalbums nam hij in 2008 het album Grapefruit moon op met La Bamba’s Big Band, een album met covers van Tom Waits. Een ambitieus project.

Op 12 maart jl. is het album Grapefruit moon opnieuw uitgebracht. Prachtig geremasterd zodat alles nog beter tot zijn recht komt. En het klinkt allemaal kraakhelder, een lust voor het oor.

Het album opent met de ingetogen pianoklanken van de ballad Yesterday is here, maar al snel geeft de geweldige blazerssectie een spetterende voorstelling. Zeer energiek wordt vervolgd met Down, down, down. Uptempo, met de schuurpapieren stem van Southside Johnny die er ook een felle mondharpsolo uitgooit naast een zeer solide ritmesectie en solerende blazers. Walk away is een nummer van Waits van de soundtrack Dead man walking uit 1997 en Tom Waits geeft hier zelf ook  vocaal acte de presence. In Please call me baby is Johnny een swingende jazzcrooner in een vol bad met blazers. En het instrumentale intermezzo met een verpletterende saxsolo is ronduit schitterend. De big band speelt in het titelnummer Grapefuit moon tamelijk ingetogen. Deze ballad, met een akoestisch gitaarintro, is wat mij betreft het prijsnummer van dit album. All the time is in the world is weer stevig, met een strakke ritmesectie en een blazerssectie die de gashandel weer opentrekt. Tango till they’re sore is zo’n typisch Waits nummer met een bluesy huilende mondharp. Johnsburg, Illinois is een langzaam nummer van nog geen twee minuten, maar de bigband is nadrukkelijk aanwezig net als daarna in New coat of paint, met een hoofdrol voor de saxofoon. Shiver me timbers is ook vooral mooi door de tinkelende piano, de mondharp en de accordeon. De zang in Dead and lovely is afwisselend ingetogen en uitbundig. Ook fraai zijn de basloopjes. Het latingetinte Temptation is ook weer zo’n typische Waits song. Mooie gitaarlicks en explosieve blazers. Een kleine zeven minuten swingen! Het album sluit af met de bonustrack Straight to the top , een liveopname en een duet met Richie ‘La Bamba’ Rosenberg.      

Conclusie: Southside Johnny brengt met de fantastische La Bamba’s Big Band een indrukwekkend eerbetoon aan Tom Waits.

Tracks cd:

  1. Yesterday is here
  2. Down, down, down
  3. Walk away
  4. Please call me baby
  5. Grapefruit moon
  6. All the time in the world
  7. Tango till they’re sore
  8. Johnsburg, Illinois
  9. New coat of paint
  10. Shiver me timbers
  11. Dead and lovely
  12. Temptation
  13. Straight to the top (live) (bonustrack)

Line-up:

  • Southside Johnny – zang, mondharmonica
  • Glenn Alexander – dobro, gitaar, mandoline
  • John Ballesteros – percussie
  • Clarence Banks, Art Baron, Jeff Bush, Ben Williams II, Brian Pastor  – trombone
  • Bobby Bandiera – backing vocals
  • Jeff Bashkow – klarinet, fluit, altsax
  • Samuel Paul Bortka – klarinet, fluit, tenorsax
  • Dana Calitri, Carol Lee Goodgold, Curtis King, Richard Rosenberg, Vaneese Thomas, Fonzi Thornton,   – koor
  • Tim Cappello – sopraan- en tenorsax
  • Frank Elmo – fluit, alt- en sopraansax
  • Charlie Giordano – accordeon
  • Scott Healy – harpsichord, piano
  • Howard Johnson, Marcus Rojas – tuba
  • Jeff Kazee – Hammond
  • Erik Lawrence, Baron Raymonde – fluit, altsax
  • Michael Mancini – piano
  • Ed Manion – klarinet, sax
  • Ray Marchica – drums
  • Michael Merritt – bas
  • Shawn Pelton – drums, percussie
  • Mark Pender, Stu Satalof, Chris Anderson – flugelhorn, trompet
  • Jerry Vivino – klarinet, fluit, altsax, tenorsax
14apr/210

Trainman Blues – Shadows and shapes

Trainman Blues is het project van een bluesduo, bestaande uit de Ierse zanger-gitarist Richard Farrell en de Deense bassist-producer Laust ‘Krudtmeier’ Nielsen. Ze ontmoetten elkaar in de legendarische Mojo Blues Bar in Kopenhagen. Eind 2016 begon hun muzikale samenwerking. In 2018 verscheen hun debuutalbum Trainman blues, een album dat goed ontvangen werd door critici en muziekliefhebbers. Het album werd in 2018 in Denemarken ook gekozen tot bluesalbum van het jaar.

Vorig jaar hebben de ‘bluesbrothers’ Farrell en Nielsen de laatste hand gelegd aan hun tweede album.

Dit album, Shadows and shapes, verscheen vorige maand. Het album opent funky met de John Lee Hooker achtige gruizige blues Losing time, met een scheurende mondharpsolo van Peter Nande, gevolgd door de intens gezongen soulvolle ballad, met een bluesy middenstuk, Can’t keep on running. Ook in Undivided seer neemt Trainman Blues je mee terug naar de soul van de jaren ’60 en ’70. Het gitaarwerk in Poor you is lekker funky en Better everyday is een Al Green achtige soulballad met sax en backing vocals van Cecilia Andersen. Het titelnummer Shadows and shapes is een intrigerende blues uit het diepe zuiden, met droog drumwerk en percussie en waarin de stem van Farrell weer meerdere toonhoogten kent. Drumwerk en percussie domineren daarna het gospelachtige uptempo Troubled mind. De soulballad I’m fire begint met het afstrijken van een lucifer en hierin is ook een fraaie orgelsolo van Christian Jørgensen te horen. Sing your own song is een ballad, met een mooie gitaarsolo van Ronnie Boysen en de backing vocals van Cecilia Andersen in het refrein. Boysen levert een indringende gitaarsolo af in het funky Spice of life. Na de worksong I cried is Find my wings, met een wurlitzer intro en outro van Christian Jørgensen, een soulvolle uitsmijter die je in de sferen van Sam Cooke en Nina Simone brengt.

Conclusie: Shadows and shapes is een lekker rauw album gedrenkt in oude blues en oude soul.

Tracks cd:

  1. Losing time
  2. Can’t keep on running
  3. Undivided seer
  4. Poor you (explicit lyrics)
  5. Better everyday
  6. Shadows and shapes
  7. Troubled mind
  8. I’m fire
  9. Sing your own song
  10. Spice of life
  11. I cried
  12. Find my wings

Line-up:

  • Richard Farrell – zang, gitaar, backing vocals
  • Laust ‘Krudtmeier’ Nielsen – bas, gitaar, beats, orgel
  • Peter Nande – mondharp (track 1)
  • Ronnie Boysen – gitaar (track 2,9,10,12)
  • Rune Høimark – gitaar (track 5,8)
  • Thomas Crawfurd – drums, percussie (track 2,3,5,6,9,12)
  • Lars Heiberg Andersen – drums (track 1,4,7,8,10)
  • Christian Jørgensen – orgel, wurlitzer (track 8,12)
  • Alain Apaloo – slide gitaar (track 7)
  • Yves Moffre – saxofoon (track 5)
  • Cecilia Andersen – backing vocals (track 1,2,5,9,11,12)
13apr/210

The Northern Belle – We wither, we bloom

The Northern Belle is een Noorse band die in 2012 is opgericht. De 7-koppige band uit Oslo, o.l.v. zangeres en songwriter Stine Andreassen, wordt beschouwd als de pioniers van de Nordicana-beweging, een beweging die inheemse Scandinavische volksmuziek combineert met verschillende Amerikaanse muziekvormen. In 2015 verschijnt hun debuutalbum The Northern Belle en de opvolger Blinding blue neon komt in 2018 uit. Voor dit laatste album werd The Northern Belle genomineerd voor de Spellemannprisen 2018, zeg maar de Noorse Grammy Awards, in de categorie country.

Hun 3e album We wither, we bloom verscheen al eind augustus 2020, maar door de COVID-19 pandemie is er eigenlijk niets mee gebeurd. Onder het motto ‘beter laat dan nooit’ krijgt dit album een herkansing in de hoop dat er nu wel iets mee gaat gebeuren.

Al meteen bij het openingsnummer Gemini word je vrolijk. Een heerlijke uptempo melodieuze folky song waar de geest van Fleetwood Mac en Stevie Nicks rondwaart. Remember it is ook uptempo en iets steviger met drums en percussie en mooie heldere gitaarakkoorden. How deep is een ballad met ingetogen gitaren en viool, maar Taylor made is weer uptempo americana met uitbundige zang en mooie harmonieen, en dat geldt daarna ook voor Late bloomer. In de met strijkers versierde ballad Born to be a mother zijn Keltische invloeden aanwezig. Uptempo folky en harmonieus is Two minds. Lonely, met gedragen zang,is een beetje zweverig. Mooi is de pedal steel in de ballad No clue. De zang van Andreassen doet me in het uptempo Evelyn denken aan Dolly Parton. Het enigszins psychedelische Love of mine is weer ondergedompeld in een bad van strijkers. Het album eindigt met het titelnummer, het akoestische We wither, we bloom. Alleen zang en akoestische gitaar. Jammer dat dit nummer nog geen minuut duurt.     

Conclusie: We wither, we bloom is een lekker album om heel vrolijk van te worden.

Tracks cd:

  1. Gemini
  2. Remember it
  3. How deep
  4. Taylor made
  5. Late bloomer
  6. Born to be a mother
  7. Two minds
  8. Lonely
  9. No clue
  10. Evelyn
  11. Love of mine
  12. We wither, we bloom

Line-up:

  • Stine Andreassen – zang, gitaar
  • Ole-Andre Sjøgren – gitaar, backing vocals
  • Bjrnar Ekse Brandseth – dobro, pedal steel, gitaar, backing vocals
  • Johanne Flottorp – viool, backing vocals
  • Marie Tveiten – percussie, gitaar, backing vocals
  • Yngve Jordalen – bas
  • Svein Inge Bjørkedal – drums
11apr/210

Adam Douglas – Better angels

Adam Douglas (1981) is geboren en getogen in Oklahoma, maar deze singer-songwriter-gitarist woont al meer dan 10 jaar in Noorwegen. Naast het toeren deed hij ook sessiewerk  met o.a. Jon Bon Jovi, Larry Carlton, Sting, Bonnie Raitt, Robben Ford, Kirk Fletcher en Ten Years After. In 2015 komt zijn platendebuut I may never learn uit, in 2018 gevolgd door The beauty & the brawn. De muzikale voorbeelden voor Douglas zijn Howlin’ Wolf, Sam Cooke, Tom Petty en Joe Jackson.

Begin deze maand verscheen zijn nieuwe album Better angels. De inspiratie voor zijn 3e album haalt Douglas o.a. uit de prachtige natuur (de bergen en de fjorden) van zijn nieuwe thuisland. Douglas wordt op dit album bijgestaan door een aantal voortreffelijke Noorse musici.  

Het album opent ontspannen, soulvol en melodieus met Joyous we’ll be, dat ook als eerste single is uitgebracht. De fantastische blazers in Into my life herinneren mij aan de stijl  van de blazers van de rockband Chicago. Een van de hoogtepunten van het album is voor mij Build a fire. Funky bluesy soul met de blazers die een geweldige bigbandsfeer creëren. Na het zelf reflecterende So naive, zingt Douglas met veel passie naast de strijkers en de klaterende pianoklanken de ballad Change my mind, een cover van Lucy Silvas uit 2018. Beady Belle draaft op in het funky Where I wanna be. De Noorse begeleiders zijn weer fantastisch in het intens gezongen Blue white lie. A whistle to blow neigt duidelijk naar bluesrock met duels tussen gitaar en saxofoon. In Both ways zijn invloeden van gospel en country aanwezig en Just a friend is Al Green achtige jazzy soul met fijn pianospel. Dat Douglas een geweldige zanger is bewijst hij nogmaals in de prachtige countryballad Lucky charm. Dying breed is de lekkere uptempo met blazers voorthuppelende bonustrack.

Conclusie: Better angels is een heerlijk album.

Tracks cd:

  1. Joyous we’ll be
  2. Into my life
  3. Build a fire
  4. So naive
  5. Change my mind
  6. Where I wanna be (feat. Beady Belle)
  7. Blue white lie
  8. A whistle to blow
  9. Both ways
  10. Just a friend
  11. Lucky charm
  12. Dying breed

Line-up:

  • Adam Douglas – akoestische gitaar, elektrische gitaar, lead vocals, backing vocals
  • Ruben Dalen – drums, percussie
  • Martin Windstad – percussie
  • Marius Reksiø- bas
  • Thor-Erik Fjellvang – piano, orgel, clavinet, synth, marxofhone
  • Iver Olav Erstad – hammond B-3
  • Kaja Fjellberg Pettersen – cello
  • Line Sørensen Voldsdal – viola, viool
  • Tracee Meyn – backing vocals
  • Børge-Are Halvorsen – bariton en tenor saxofoon
  • Even Kruse Skatrud – trombone
  • Jens Petter Antonsen – trompet
30mrt/210

The Secret Combination – Finally

The Secret Combination ontstaat in de nazomer van 2000 tijdens opnamesessies van singer-songwriter Jeff Mitchell in de Utrechtse Starsound Studio. Aanwezig zijn muzikanten van de bands Secret Sounds, City to City, Cash On Delivery, Het Goede Doel en Urban Dance Squad. Het resultaat van deze sessies is te horen op hun debuutalbum Introducing… The Secret Combination, dat in 2001 verschijnt.

Dit jaar bestaat de band 20 jaar en deze maand is hun langverwachte 5e album verschenen, Finally, een dubbelalbum. Het album is verpakt in het schitterende artwork van de op 3 maart jl. overleden bevriende kunstenaar en cabaretier Jeroen van Merwijk.

Cd 1 opent met Not a day goes by, fijne sfeervolle americana, met een heerlijke pedal steel en een strakke ritmesectie. Lekker bluesy en enigszins funky is 3 Minutes en de pedal steel en slide zijn naast de mooie harmonieën een feest voor het oor in de countryrocker You know and I know. In the still of the night is een symfonische ballad met strijkers en Room no 5 is een ingetogen poppy ballad. Heel mooi wordt er geïnstrumenteerd, o.a. met een flonkerende gitaarsolo, in het melodieuze Everything by now. Deel een eindigt ingetogen en grotendeels semi akoestisch met You can do better

Cd 2 begint uptempo met het folky Mr. Mailman, een song met wortels in de seventies, melodieuze gitaarlicks, pedal steel en backing vocals. De fraaie pedal steel van Johan Jansen speelt ook in A trap so tender een oorstrelende rol. Fijn gitaarwerk van René van Barneveld is te horen in de uptempo countryrocker Considering you. Ain’t no crime is behoorlijk stevig. Rainy day parade is weer andere koek en hier wordt de luisteraar naast de piano ondergedompeld in een overvloedig bad van strijkers. Ook My lovin’ right is een prachtig gezongen ballad. Real love is de stevige uitsmijter, met een strakke ritmesectie, harmonieën en keyboard- en gitaarsolo’s.      

Conclusie: Met Finally geeft The Secret Combination zichzelf en de liefhebbers van goede muziek een mooi verjaardagscadeau. Met als kers op de taart het prachtige artwork van Jeroen van Merwijk.

Tracks cd 1:

  1. Not a day goes by
  2. 3 Minutes
  3. You know and I know
  4. In the still of the night
  5. Room no. 5
  6. Everything by now
  7. You can do better

Tracks cd 2:

  1. Mr. Mailman
  2. A trap so tender
  3. Considering you
  4. Ain’t no crime
  5. Rainy day parade
  6. My lovin’ right
  7. Real love

Line-up:

  • Jeff Mitchell – lead vocals
  • Toni Peroni – drums                                                         
  • Chip Visser – bas, zang                                                    
  • René van Barneveld – gitaar                                             
  • Johan (JJ) Jansen – pedal steel                                        
  • Robin van Vliet – keyboards, zang                        

25mrt/210

Jason Ringenberg – Rhinestoned

De Amerikaanse singer-songwriter en gitarist Jason Ringenberg (22 november 1958, Kewanee,  Illinois), verhuist in 1981 naar Nashville, Tennessee en richt daar de alternatieve countryband Jason & the Scorchers op. Met deze baanbrekende band brengt hij een groot aantal albums uit. Hun debuutalbum Lost & Found verschijnt in 1985. 

Maar tegelijkertijd timmert punk-country-rocker Ringenberg ook aan de weg als soloartiest. Deze maand verschijnt, drie jaar na Stand tall, zijn nieuwe soloalbum Rhinestoned. COVID-19, de politieke situatie in zijn vaderland met Black Lives Matter waren een bron van inspiratie voor dit nieuwe album. En er lagen ook nog een aantal nummers die niet op zijn vorige album Stand tall pasten. Het nieuwe album wordt gecompleteerd met een aantal bewust gekozen covers. Het album is opgenomen in de Tone Chaparal Studio van multi-instrumentalist George Bradfute in Madison, Tennessee. De studio is gehuisvest in het huis waar countryzanger Jim Reeves ooit woonde.   

Met de melodieuze countryrocker Before love and war komt de stemming er meteen in. Lekker gitaarwerk en backing vocals van Kristi Rose. The freedom rides weren’t free is een politiek getinte song over de Civil Rights Movement in de roerige jaren ’60 van de vorige eeuw in de VS met rassenrellen en vredesmarsen. Dat Ringenberg niet veel op heeft met de veranderingen in de muziekstad Nashville maakt hij duidelijk in het intens gezongen Nashville without rhinestones. Een van de hoogtepunten is de verpletterend mooie versie, met fiddle, accordeon en het duet met Kristi Rose, van The storms are on the ocean van The Carter Family. De Engelse theoloog en methodistenleider Charles Wesley zal zich ongetwijfeld in zijn graf omdraaien bij Ringenberg’s rockende versie van diens hymne Christ the Lord is risen today uit 1739. In Rode with Crazy Horse vertelt Ringenberg over zijn tocht te paard naast het opperhoofd van de Oglala Lakota stam, die in 1877 de dood vond in Fort Robinson, Nebraska. My highway songs is een schitterende melodieuze countrysong met pedal steel, fiddle, mandoline, cello en bariton gitaar. Time warp is een sprankelende cover van The Ozark Mountain Daredevils, en een andere cover, You win again van Hank Williams, krijgt een strakke uitvoering met pedal steel en een scheurende mondharp. Stoned on rhinestones is pure uptempo countryrock in de beste traditie van Jason & the Scorchers en het geluid van de Scorchers dringt ook door in de luidruchtige gitaarrocker Keep that promise. Het slotnummer, de melodieuze countrysong Window town, heeft een hoog Nick Lowe gehalte. De fameuze steel van George Bradfute mag hier zeker niet onvermeld blijven. 

Conclusie: Rhinestoned is een fantastisch album.

Tracks:

  1. Before love and war
  2. The freedom rides weren’t free
  3. Nashville without rhinestones
  4. The storms are on the ocean
  5. Christ the Lord is risen today
  6. Rode with Crazy Horse
  7. My highway songs
  8. Time warp
  9. You win again
  10. Stoned on rhinestones
  11. Keep that promise
  12. Window town

Line-up

  • Jason Ringenberg – zang, akoestische gitaar, backing vocals, harmonica
  • George Bradfute – (12 string) akoestische gitaar, elektrische gitaar, bariton gitaar, bas, banjo,  mandoline, cello
  • Steve Ebe – drums, percussie
  • Kristi Rose – lead vocals, backing vocals
  • Fats Kaplin – pedal steel, fiddle, accordeon
  • Addie Ringenberg – backing vocals
  • Mark Andrew Miller – backing vocals
  • Camille Ringenberg – piano, backing vocals