Gerritschinkel.nl Columns & meer

2mrt/210

Aaron Lee Tasjan – Tasjan! Tasjan! Tasjan!

De Amerikaanse singer-songwriter, gitarist en producer Aaron Lee Tasjan is geboren op 24 augustus 1986 in Wilmington, Delaware en groeit op in New Albany, Ohio. Hij leert zichzelf op 11-jarige leeftijd gitaar spelen aan de hand van liedjes van Oasis. In 2006 verhuist Tasjan naar New York en wordt hij lid van de rockband Semi Precious Weapons (SPW). Hij valt op en na zijn vertrek uit SPW wordt hij leadgitarist bij The New York Dolls. In 2008 formeert hij ook zijn eigen band The Madison Square Gardeners. In 2013 verhuist Tasjan naar Nashville Tennessee om zich toe te leggen op songwriting en het starten van een solocarrière. Na twee ep ’s verschijnt in 2015 zijn debuutalbum In the blazes. Tasjan werkte ook samen met o.a. Sean Lennon, Lilly Hiatt en Tom Petty.  

Begin februari kwam zijn nieuwe album Tasjan! Tasjan! Tasjan! uit. Het album opent heerlijk zonnig en enigszins psychedelisch met Sunday women. De vrolijkheid straalt er daarna al fluitend af in Computer of love. Up all night had op een album van The Traveling Wilburys kunnen staan met die  Jeff Lynne en Tom Petty invloeden. De mooie zang in het prachtige akoestische Beatlesque Another lonely day met de heerlijke koortjes roept herinneringen op aan Elliot Smith. Het bluesy Don’t overthink it heeft naast een groot Tom Petty gehalte ook stilistisch veel weg van Nick Lowe. Cartoon music is een Kinks achtige meerstemmig gezongen song. Ook in Feminine walk, met verwijzingen naar David Bowie, Mick Jagger, Joan Jett, Marc Bolan en Grace Jonesis Ray Davies niet ver weg. Dada bois is een puur meerstemmig gezongen popliedje en in het zeer fraai gezongen Now you know belanden we weer in de sferen van Elliot Smith. Mooi akoestisch is Not that bad. Het slotakkoord Got what I wanted is psychedelisch en waarvoor Harry Nilsson zich niet had geschaamd.

Conclusie: Tasjan! Tasjan! Tasjan! is een heel lekker album met een mooie mix van pop, americana, folk, psychedelica en een scheut elektronica.

Tracks:

  • Sunday women
  • Computer of love
  • Up all night
  • Another lonely day
  • Don’t overthink it
  • Cartoon music
  • Feminine walk
  • Dada bois
  • Now you know
  • Not that bad
  • Got what I wanted
24feb/210

Tip Jar – One lifetime

Tip Jar is het internationale collectief van muzikale vrienden rond Bart de Win en Arianne Knegt. Van Amerikaanse americanahelden als Walt Wilkins en jazzvirtuoos Gilad Atzmon tot de Nederlandse snarenwonders Harry Hendriks, BJ Baartmans, violist Joost van Es en singer-songwriter Baer Traa.

Bart de Win studeerde jazzpiano aan het conservatorium, maar raakte geïnspireerd door de americana. De muziek van de Win is een cross-over tussen americana, blues en jazz. Hij is al jaren een bekende in de muziekwereld. Hij toerde met tal van internationale artiesten en maakt deel uit van Matthews Southern Comfort.

Arianne Knegt begon tijdens haar schooltijd te zingen in bands en koren. Later wordt ze leadzangeres in de country- en rockabillyband Marylou & The Good Old Boys. Sinds 2009 is zij een van de stemmen van The Simple Life.

Bart de Win maakte een aantal soloalbums en Arianne Knegt verzorgde wat vocals op die albums. Ze komen dan tot de conclusie dat hun stemmen op een natuurlijke manier samenvloeien. En dat is het begin van Tip Jar. In 2014 verscheen hun debuutalbum Back porch. Tip Jar stond in de VS in de line-up van diverse festivals in Texas en toerde in 2019 ook door Engeland.

Deze maand verscheen hun nieuwe album One lifetime. Het was oorspronkelijk de bedoeling dit vijfde album op te nemen in Austin, Texas, maar COVID-19 gooide roet in het eten. Het album werd nu opgenomen in de Daltoon Studio in Eindhoven. Hun Amerikaanse vrienden uit Texas leverden hun bijdragen via internet.

De mooie duozang is meteen te horen in het openingsnummer Go on to get lucky, dat door de accordeon ook een cajunsausje krijgt. Prachtig ingetogen is de zang in Something I said met de Win op melodica. Kiss me is heerlijke opwindende bluegrass met een glansrol van Joost van Es op fiddle. Dreamer’s dream walst lekker weg, met mandoline en fraaie duozang. Best year of your life is soulvol met subtiele begeleiding. Soulvol is de zang van Arianne daarna ook in Find your way. De Win neemt in Tell me something de leadvocals voor zijn rekening met weer de mooie duozang in het refrein. Het folky Amsterdam rain is een pareltje, met leadvocals van Arianne, mooie basloopjes en de accordeon met flarden van de bekende schlager ‘Tulpen uit Amsterdam’. Het titelnummer One lifetime is een mooi akoestisch liedje en de prachtige pianoballad Falloing angel roept door de geweldige harmonieën herinneringen op aan Crosby Stills & Nash. Met de tuba van Harold Spaan en de klarinet van Gilad Atzmon belanden we in het slotnummer The right words in de jazzsferen van New Orleans. 

Conclusie: One lifetime is een wonderschoon en gevarieerd album. Een feest om naar te luisteren.

Tracks:

  1. Go on to get lucky
  2. Something I said
  3. Kiss me
  4. Dreamer’s dream
  5. Best year of your life
  6. Find your way
  7. Tell me something
  8. Amsterdam rain
  9. One lifetime
  10. Falloing angel
  11. The right words

Line up:

  • Bart de Win – zang, piano, accordeon, Wurlitzer, koebel, melodica, Hammond B3
  • Arianne Knegt – zang
  • Eric van de Lest – drums
  • BJ Baartmans – mandoline, dobro
  • Tonnie Ector – staande bas
  • Gilad Atzmon – klarinet
  • Harold Spaan – tuba
  • Joost van Es – viool
  • Bill Small – zang, bas
  • Ron Flint - bas
  • Harry Hendriks – zang, elektrische gitaar, ukelele, bas, akoestische gitaar, mondharmonica
  • Walt Wilkins – zang
  • Bear Traa - zang
14feb/210

Ally Venable – Heart of fire

Ally Venable (7 april 1999) is een jonge singer-songwriter-gitariste uit Kilgore, Texas. Ze groeit op met zingen in de kerk en luistert naar de muziek van Texaanse musici zoals Stevie Ray Vaughan. In 2013, ze is dan pas 14, komt haar debuut ep Wise man uit. Ondanks haar jeugdige leeftijd wint ze al meerdere prijzen waaronder vijf keer The East Texas Music Award. Volgens Texas roots-icoon Mike Zito is Ally Venable de toekomst van de blues en de cross-over muziek van de Amerikaanse rootsrock.

Deze maand verschijnt haar nieuwe (4e) album. Dit album, Heart of fire, is afgelopen jaar opgenomen in de Bessie Blue Studios in Stantonville, Tennessee, met de beroemde producer Jim Gaines. Ally wil op dit nieuwe album een toon creëren van het overwinnen van worstelingen en van doorzetten. ‘Mijn visie is om een positieve boodschap van liefde te verspreiden. De wereld heeft dat nu nodig. Mijn doel voor dit album was om mensen een uitlaatklep te geven’.

Het album opent stevig rockend en met (wah wah) gitaarwerk met het titelnummer Heart of fire. Uitstekend zijn het gitaarwerk, de uitbundige zang en de lekker golvende keys in Played the game. Hateful blues is een cover van de Amerikaanse jazzpianist, zanger en orkestleider Perry Bradford. Het begin van het nummer brengt je terug naar de krakende platen uit de jaren ’20, maar na een kleine minuut explodeert het nummer in een stevige blues. Road to nowhere schreef Venable samen met Devon Allman, die hier een verschroeiende solo uit zijn gitaar tovert. Mooi is ook de duozang in het refrein. In de samen met bluesgitarist Lance Lopez geschreven stevige bluesballad Bring on the pain is Ally’s held Kenny Wayne Shepherd te gast met zijn vlijmscherpe gitaarlicks. Duidelijke invloeden van Led Zeppelin zijn er in Hard change, ook weer samen geschreven met Lance Lopez en in Do it in heels. Fameus gitaarwerk. Zeer stevig met wah wah gitaarlicks is Sad situation. Bill Withers’ Use me is funky met fraai drumwerk en uitbundige zang. Het prijsnummer van het album is de bijna negen minuten lange instrumental Tribute to SRV. Een zeer gevarieerde gitaarode aan een van de helden uit haar jeugd Stevie Ray Vaughan. Met de funky bluesrocker What do you want from me wordt het album met een verschroeiende gitaarsolo in stijl afgesloten.        

Conclusie: Mijn eerste kennismaking met Ally Venable is een openbaring. Heart of fire is een album vol passie, met eerlijke, rauwe en stevige bluesrock. Mike Zito zou zo maar eens gelijk kunnen hebben.

Tracks:

  1. Heart of fire
  2. Played the game
  3. Hateful blues
  4. Road to nowhere
  5. Bring on the pain
  6. Hard change
  7. Do it in heels
  8. Sad situation
  9. Use me
  10. Tribute to SRV
  11. What do you want from me

Line up:

  • Ally Venable – zang, lead gitaar, rhythm gitaar
  • Bobby Wallace – bas
  • Landon Moore – bas
  • Jana Misener – cello
  • Cody Dickinson – drums
  • Elijah Owing – drums
  • Patrick Fusco – keyboards
  • Rick Steff – keyboards (track 2)
  • Kenny Wayne Shepherd – lead gitaar (track 5)
  • Devon Allman – lead gitaar, backing vocals (track 4)
10feb/210

Robbert Duijf – Dangerous mood

Zanger-gitarist Robbert Duijf (1974) maakt traditionele rootsmuziek en is geïnspireerd door grootheden als Charlie Patton, Lead Belly, Robert Johnson, Son House, Dave van Ronk, Michael de Jong en John Renbourn. Duijf vormde een aantal jaren met zanger-mondharmonicaspeler Guido Brassé het Limburgse duo Third House On The Left. Van dit duo verscheen in 2017 het album Love to see you cry. In 2019 brengt Duijf zijn eerste soloalbum Going home uit. In datzelfde jaar wint hij de finale van de Dutch Blues Challenge in Nieuw Vennep in de categorie solisten. Hij mag dan in 2020  Nederland vertegenwoordigen tijdens de International Blues Challenge in Beale Street in Memphis, Tennessee, alwaar hij tot de halve finale doordringt.

Meestal speelt Robbert als soloartiest, maar hij wilde nu wel eens iets anders proberen. Dus stapt hij begin 2020 met een aantal getalenteerde musici de Husky Studio’s in zijn woonplaats Heerlen binnen. Om een lp op te nemen. Zo’n zwarte schijf, want volgens Duijf was het altijd al zijn jongensdroom om ‘iets op vinyl te doen’.  

Eind vorige maand verscheen, alleen digitaal en op vinyl, zijn nieuwe album Dangerous mood, een album zonder overdubs, alles in één keer live ingespeeld en geproduceerd door Angelo Bombrini.

De sfeer en stijl van John Lee Hooker is in het openings- en titelnummer Dangerous mood meteen aanwezig. ‘Maak niet te veel plannen voor de toekomst, leef nu’ is het motto van de rustige ingetogen countryblues Oh death. Dat Robert Duijf geïnspireerd is door Michael de Jong is te horen in het mooie melodieuze Fools parade. ‘Wees aardig en neem het leven niet te serieus’. Lapsteel, fijne baslijnen en mooi akoestisch gitaarspel horen we in Like a wolf, het verhaal over de eerste wandeling door het bos nadat zijn hond was overleden. Het tempo gaat omhoog in Running, een liedje over iemand die op de vlucht is. In het vrijwel acapella My town brengt Duijf een korte maar mooie ode aan zijn woonplaats Heerlen. Heroïne is weer in de stijl van John Lee Hooker. In Going home brengt Duijf een prachtig saluut aan een van zijn andere grote voorbeelden, Charlie Patton. Mooi is hier de samenzang met Maud Knubben. Ook in het enigszins onheilspellende I am the devil, is de vocale bijdrage van Knubben mooi. De countryblues Troubles is gebaseerd op een waargebeurd verhaal. In het laatste nummer, het emotionele Ship wreck, zingt Duijf hoe moeilijk het omgaan is met verslaving.

Tracks:

  1. Dangerous mood
  2. Oh death
  3. Fools parade
  4. Like a wolf
  5. Running
  6. My town
  7. Heroïne
  8. Going home
  9. I am the devil
  10. Troubles
  11. Ship wreck

Line up:

  • Robbert Duijf – zang, akoestische gitaar
  • Angelo Bombrini – lapsteel, keys, banjo, percussie, handclap, backing vocals
  • Gino Bombrini – drums, bas (track 1,7)
  • Michel Henquet – upright bas (track 4,5,9)
6feb/210

The Band – Saints and sinners (live 1983)

De Canadees-Amerikaanse rockband The Band is tot 1964 onder de naam The Hawks de  begeleidingsgroep van Ronnie Hawkins. Vanaf 1965 worden ze de begeleidingsband van Bob Dylan. Als Dylan lange tijd door een motorongeluk uit de roulatie is trekt de band zich terug in een gehuurd huis (Big Pink) in Woodstock en beginnen ze met het opnemen van eigen muziek. In 1968 verschijnt hun debuutalbum Music from Big Pink. In 1976 besluit The Band zich, vooral op initiatief van zanger-gitarist Robbie Robertson, op te heffen en zich te gaan richten op individuele projecten. Hun afscheid wordt op grootste wijze gevierd op 25 november 1976 (Thanksgiving Day) in Winterland Ballroom in San Francisco. The Band ontvangt tijdens dit concert (The Last Waltz) een groot aantal gasten (o.a. Bob Dylan, Ronnie Hawkins, Muddy Waters, Neil Young, Joni Mitchell, Dr. John, Van Morrison, Eric Clapton, Paul Butterfield en Neil Diamond). Martin Scorsese legt dit legendarische concert vast op film die in 1978 wordt uitgebracht. In 1977 komt Islands uit, het laatste album van The Band in de originele samenstelling. Hierna houdt The Band het voor gezien.

In 1983 brengt Levon Helm The Band weer bij elkaar. Alleen Robbie Robertson is er niet meer bij. Aangevuld met leden van The Cate Brothers Band, begint The Band weer te toeren. Hoe The Band bij hun comeback in 1983 klonk is te horen op het vorige maand uitgebrachte album Saints and sinners.

Levon Helm opent met fraaie mandolineklanken opwindend Rag mama rag. In de ballad Long black veil, neemt Rick Danko de leadvocals voor zijn rekening en Garth Hudson de accordeon. Een sterk punt bij The Band is dat ieder bandlid, m.u.v. Garth Hudson, leadvocalist is. In The shape I’m in is dat Richard Manuel. Danko zingt daarna weer melancholisch in de mooie ballad It makes no difference met Hudson ditmaal op saxofoon. Levon Helm, die naast zich ook Terry Cagle (en ook af en toe Richard Manuel) op drums weet, geeft een intense mondharpsolo ten beste in Milkcow blues van Kokomo Arnold en unior Parker’s klassieker Mystery train. De gitaarsolo van Earl Cate is ook fraai en doet eigenlijk niet onder voor Robbie Robertson. Ook in King Harvest (has surely come) is het gitaarspel van Cate fraai. Na Stage fright, met een keyboardsolo, wisselen Helm en Danko elkaar in The W.S. Walcott medicine show met de leadvocals af en scheurt Hudson er weer stevig op los met zijn saxofoon. You don’t know me is een door Manuel ingetogen gezongen ballad. Swingend met mondharpsolo’s, een hamerende piano en een saxsolo is de jumpblues Caledonia. Garth Hudson mag daarna excelleren op keyboards met zijn beroemde lange intro van Chest fever. Java blues is een fraaie blues afkomstig van Rick Danko’s debuutalbum uit 1977. De afsluiter is een lekkere versie van Willie and the hand jive van Johnny Otis.   

Conclusie: The Band bleek het musiceren in 1983 nog niet te hebben verleerd. Ook zonder Robbie Robertson liet de band horen dat hun muziek vooral ook live van grote klasse is. 

Tracks:

  1. Rag mama rag
  2. Long black veil
  3. The shape I’m in
  4. It makes no difference
  5. Milk cow blues
  6. Mystery train
  7. King Harvest (has surely come)
  8. Stage fright
  9. The W.S. Walcott medicine show
  10. You don’t know me
  11. Caledonia
  12. Chest fever
  13. Java blues
  14. Willie and the hand jive

Line up:

  • Rick Danko – bas, gitaar, zang
  • Levon Helm – drums, zang, mandoline, mondharp
  • Garth Hudson – keyboards, saxofoon, accordeon
  • Richard Manuel – piano, orgel, zang, drums
  • Terry Cagle – drums, backing vocals
  • Earl Cate – gitaar, backing vocals
  • Ernie Cate – keyboards
  • Ron Eoff – bas
1feb/210

Kat Danser – One eye open

De uit Edmonton afkomstige Canadese singer-songwriter-gitariste Kat Danser (Poolse en zigeuner- roots) heeft in haar geboorteland de bijnaam ‘Canada’s swamp blues queen’. Zij heeft talrijke onderscheidingen gekregen, zoals drie nominaties voor een Western Canadian Music Award, een nationale Maple Blues Award voor Best New Artist of the Year, winner van de Ambassador of The Blues Award. In 2002 verschijnt haar debuutalbum Ascension.

Op 19 februari komt Kat Danser met haar gloednieuwe album One eye open. Op dit album, haar 6e, werkt zij weer samen met de ervaren producer en gitarist Steve Dawson en wordt ze begeleid door een ensemble van gerenommeerde rootsmuzikanten. I.v.m. COVID-19 moest het album ‘op afstand’,  verspreid op plaats en in tijd, worden opgenomen.  

Met de opener Way I like it done is het meteen feest. De blazerssectie, de flonkerende piano, gitaar en de swingende ritmesectie brengen de luisteraar in de vrolijke sferen van New Orleans. In de langzame shuffle Lonely & the dragon, met een wervelende orgelsolo van Kevin McKendree, horen we de grote vocale kwaliteiten van Kat Danser, soms ingetogen, dan weer intens. Bring it with you when you come is een zeer fraaie cover uit de jaren ’20 van Gus Cannon. Swingend, ragtime achtig, trompet en een heerlijke pianosolo. Met de voortreffelijke blazerssectie en de gitaarlicks belanden we daarna met Frechman street shake weer in de sferen van New Orleans. Met Jesse Mae Hemphill’s soulvolle countryblues Get right, church, met een mooie baritonsaxsolo, duikt de band, met Lawson op gitaar voorop, de Mississippi Delta in. One eye closed is een spetterende punkachtige rocker opgesierd met een verschroeiende gitaarsolo. In het uptempo Trainwreck heeft Danser duidelijk leentjebuur gespeeld bij Junior Parker (Mistery train). Please, don’t cry en End of the days zijn soulvolle ballads met de uitstekende band achter de prachtige stem van Kat Danser. Het slotnummer, het Spaanstalige en temperamentvol gezongen Mi corazon (‘Oh la Habana, me has robado el corazón’), is een indrukwekkend mooie afsluiter met naast de zang een hoofdrol voor de fabuleuze blazerssectie.     

Conclusie: One eye open is ronduit een geweldig album.

Tracks:

  1. Way I like it done
  2. Lonely & the dragon
  3. Bring it with you when you come
  4. Frenchman street shake
  5. Get right, church
  6. One eye closed
  7. Trainwreck
  8. Please, don’t cry
  9. End of days
  10. Mi corazón

Line up:

  • Kat Danser – zang, gitaar
  • Steve Dawson – gitaar
  • Gary Craig – drums
  • Jeremy Holmes – bas
  • Kevin McKendree – keyboards
  • Jeremy Cook – bariton sax
  • Dominic Conway – tenor sax
  • Malcom Aiken - trompet
24jan/210

Giulia Millanta – Tomorrow is a bird

Singer-songwriter-gitariste Giulia Millanta is geboren in Florence, Italië. Van haar vader leert ze op haar 8e de eerste gitaarakkoorden. Giulia heeft altijd de neiging gehad om te reizen en de wereld te verkennen. Ze verhuist naar de bergen in Toscane en werkt daar als reisgids en paardentrainster. In 2005 en 2006 woont ze in Barcelona en speelt met straatmuzikanten. Terug in Florence behaalt ze haar diploma algemene geneeskunde, maar ze heeft dit nooit in de praktijk gebracht. Als ze eind twintig is begint ze op te treden in bars en clubs en haar eigen liedjes te schrijven. In 2008 verschijnt haar debuutalbum Giulia and the Dizzyness. Na een Europese toer van 2012 verhuist ze naar Austin, Texas om haar dromen over een internationale carrière waar te maken. Ze toert tussen 2016 en 2018 regelmatig door de VS en Europa. Millanta, die zowel in het Engels, Italiaans, Frans en Spaans zingt, wordt vaak vergeleken met Norah Jones en Madeleine Peyroux.

In 2020 gaat ze de studio in om een nieuw album op te nemen. Dit (7e) album, Tomorrow is a bird, komt hier eind januari uit. Millanta produceerde het album samen met multi-instrumentalist Gabriel Rhodes en ze wordt muzikaal bijgestaan door een aantal invloedrijke muzikanten uit de muziekscene van Austin. Millanta schreef acht nummers zelf en twee samen met anderen. Tegelijk met dit album verscheen ook haar eerste boek Between the strings, een boek met mijmeringen, aantekeningen en gedachten over het leven in het algemeen en dat van een artiest op tournee in het bijzonder.

Het samen met Gabriel Rhodes geschreven Castle in the clouds is het aanstekelijke openingsnummer waarin meteen de heldere zang van Millante de boventoon voert. Het fraaie gitaarwerk valt daarna op in het titelnummer Tomorrow is a bird. De single In a dream is een uptempo, bluesy en weer aanstekelijk nummer. Millanta schreef dit nummer samen met Rhodes en Miles Zuniga, zanger-gitarist van de uit Austin, Texas afkomstige rockband Fastball, bekend van The way, hun enige hit uit 1998. Helder en uitbundig is de zang van Millanta daarna weer in de aangrijpende ballad Sugar home. De begeleiding is lekker rockend in Animal, waarin de zang varieert van enigszins hees tot uitbundig en bij mij soms herinneringen oproept aan Kate Bush. Kiss you goodbye is een ballad waarin heerlijk wordt geïnstrumenteerd. Breathe begint zeer ingetogen. Vooral de cello is schitterend. Fraai is het drumwerk van Rick Richards, samen met de melodieuze gitaarlicks en de backing vocals in Quiet fight. Het hoogtepunt van het album is voor mij Violet, een prachtig melodieus folky nummer waarin alles goed is. Met de ingetogen ballad Unconventional wordt in stijl afgesloten.

Conclusie: Tomorrow is a cloud is een heel mooi album van een fantastische zangeres.

Tracks:

  1. Castle in the clouds
  2. Tomorrow is a bird
  3. In a dream
  4. Sugar home
  5. Animal
  6. Kiss you goodbye
  7. Breathe
  8. Quiet fight
  9. Violet
  10. Unconventional

Line up:

  • Giulia Millanta – zang, akoestische gitaar, elektrische gitaar
  • Gabriel  Rhodes – gitaar, piano, backing vocals, bas (track 8)
  • David Pulkingham – gitaar, backing vocals
  • Lindsay Greene – upright elektrische bas
  • Joey Shuffield – drums, percussie
  • Rick Richards – drums (track 8)
  • Brian Standefer – cello
18jan/210

Alabama Slim – The parlor

Alabama Slim, wordt als Milton Frazier geboren op 29 maart 1939 in Vance, Alabama. Hij groeit als kind op met het luisteren naar 78-toeren platen met oude blues en hij wordt verliefd op de muziek van Big Bill Broonzy en Lightnin’ Hopkins. Slim brengt de zomers door op de boerderij van zijn grootouders en daar leert hij zingen. In de jaren ’50 en ’60 speelt hij met zijn band in kleine jukejoints van Alabama. In 1965 verhuist hij naar New Orleans.   

Slim is al jaren bevriend met Little Freddie King (a.k.a. Fread Eugene Martin), niet te verwarren met de Texaanse bluesgitarist Freddie King (1934 – 1976). Slim en Little Freddie King schrijven songs, treden samen op, maar staan nooit samen in de studio. Als ze in 2005 al hun bezittingen verliezen door de overstromingen door de orkaan Katrina, vestigen Slim en King zich in Dallas, Texas en brengen ze het grootste deel van hun dagen door op een appartement, met het zingen van oude en het verzinnen van nieuwe nummers. In 2007 verschijnt hun album The mighty flood op.

In juni 2019 nemen Alabama Slim, Little Freddie King en producer Adrie Dean in een paar uur in studio The Parlor in New Orleans tien songs op. Deze ruwe nummers worden daarna door Matt Patton en Bronson Tew gemixt en worden de nummers door Matt Patton (Drive-by Truckers), Jimbo Mathus (Squirrel/Nut Zippers) voorzien van bas, orgel en piano. Eind januari a.s. verschijnt het resultaat hiervan op het album The parlor.  

Hot foot is het openingsnummer, een nog geen twee minuten durende boogie a la John Lee Hooker. De boogie stampt daarna door in Freddie’s voodoo boogie, waarin King ook de vocalen voor zijn rekening neemt. De wervelende orgeltonen van Jimbo Mathus in de slowblues Rob me without a gun voegen een extra tintje toe. Ingetogen is het drumwerk van Ardie Dean in de midtempo blues Rock with me momma. De gitaarlicks van Slim en King zijn lekker in de slowblues All night long. Het swingende Forty jive is politiek getint en de orgelflarden zijn hier ook weer fraai. Het tempo gaat weer omhoog in Midnight rider. Hoewel Alabama Slim alle songs zelf schreef, leunt hij sterk op klassieke bluessongs van bluesmannen als John Lee Hooker, BB King, RL Burnside, Lightnin’ Hopkins, Howlin’ Wolf en Big Bill Broonzy. Rock me baby, Someday baby en Down in the bottom zijn daar weer mooie voorbeelden van.

Conclusie: Deze bijna 82-jarige veteraan weet hoe eerlijke en ongepolijste klassieke blues moet klinken.

Tracks:

  1. Hot foot
  2. Freddie’s voodoo boogie
  3. Rob me without a gun
  4. Rock with me momma
  5. All night long
  6. Forty jive
  7. Midnight rider
  8. Rock me baby
  9. Someday baby
  10. Down in the bottom

Line up:

  • Alabama Slim – gitaar, zang
  • Little Freddie King – gitaar, zang (track 2)
  • Ardie Dean – drums
  • Jimbo Mathus – piano, orgel
6jan/210

Jeffrey Foucault – Deadstock – uncollected recordings 2005-2020

De muziek van de Amerikaanse singer-songwriter-producer Jeffrey Foucault (26 januari 1976, Whitewater, Wisconsin), bevat invloeden van country, blues, rock ‘n ‘ roll en folk. Hij toert sinds 2001, zowel solo als met een band, uitgebreid in de VS, Canada en Europa. Sinds 2013 vormt hij ook een duo met drummer Billy Conway. Foucault ’s debuut soloalbum Miles form the lightning verschijnt in 2001. Zijn grote(re) doorbraak komt in 2006 met het album Ghost repeater. Met de band Cold Satelitte, brengt hij twee albums uit. Foucault is getrouwd met singer-songwriter Kris Delmhorst en woont met zijn vrouw in New England.

In december 2020 kwam Jeffrey Foucault weer met een nieuw album, Deadstock, uncollected recordings 2005-2020. Een album met onuitgebracht studiowerk en twee songs die alleen in Europa zijn uitgebracht uit de afgelopen vijftien jaar en die nu voor het eerst op een album zijn verzameld.

Het album opent met de prachtige gospel There’s a destruction on this land van Reverend Gary Davis. Daarna volgt de zgn. ‘woestijntrilogie’, drie songs die Foucault schreef tijdens zijn tournee in 2005 in het zuidwesten van de woestijn van Arizona. Het rustige Mesa, Arizona, met de pedalsteel van Eric Haywood, de backing vocals van Caitlin Canty in Any town will do en de vocals van Kris Delmhorst in het uptempo Real love. Cold late spring Bark River is ingetogen met een ‘slepende’ pedal steel. In Real hard thinking gaat het er wat steviger aan toe. Geese fly by is een alternatieve versie van het nummer uit 2009 van het album Cold Satelitte. De uptempo akoestische blues met mondharp en lapsteel Money blues is een outtake van de Ghost repeater sessies. Crown of smoke, met backing vocals van Pieta Brown, is te beschouwen als een ‘aanvulling’ op Little warble van zijn album Blood brothers. Foucault schreef het rustige Jacaranda toen hij met een gelukzalig gevoel op de 101 in California reed. Fraai is Here comes Rainer, een ode aan de in 1997 overleden slidegitarist Rainer Ptacek uit Tucson, Arizona. Careless flame is een soulvolle countryballad, een song die Foucault ook al eerder op de plaat zette. Shadows tumble is een typische akoestische Foucault song. Heerlijk zijn de backing vocals van Delmhorst daarna in Adios Mexico, een song die Foucault samen schreef tijdens zijn tournee in Alaska met zijn vriend Airon Kluberton, een vliegtuigmonteur uit Alaska. Ghost repeater is een alternatieve versie, zonder accordeon, van het titelnummer van zijn gelijknamige album uit 2006. Het album wordt afgesloten met een mooie akoestische versie van Pretty hands, een song die ook op het album Blood brothers uit maart 2020 staat.  

Conclusie: Mooi dat al dit fraais dat op de plank was blijven liggen nu op dit prima album is verschenen.  

Tracks:

  1. There’s a destruction on this land
  2. Mesa, Arizona
  3. Any town will do
  4. Real love
  5. Cold late spring Bark River
  6. Real hard thinking
  7. Geese fly by
  8. Money blues
  9. Crown of smoke
  10. Jacaranda
  11. Here comes Rainer
  12. Careless flame
  13. Shadows tumble
  14. Adios Mexico
  15. Ghost repeater
  16. Pretty hands

Line up:

  • Jeffrey Foucault – zang, akoestische, elektrische en resophonic gitaar
  • David Goodrich – akoestische gitaar (track 7)
  • Billy Conway – drums (track 1,2,3,4,6,9,10,11,12,14,15,16)
  • Steve Hayes – drums (track 8,13)
  • Rick Cicalo – bas (track 8,13)
  • Jeremy Moses Curtis – bas (track 1,2,3,4,6,9,10,11,12,14,15,16)
  • Bo Ramsey – elektrische gitaar (track 1,3,5,9,11,13,16), lap steel (track 8)
  • Dave Moore – harmonica (track 8)
  • Eric Haywood – pedal steel (track 2,5,9,10,12,15,16), akoestische gitaar (track 11)
  • Caitlin Canty – zang (track 3)
  • Pieta Brown – zang (track 9)
  • Kris Delmhorst – zang (track 4,10,11,13,14,15)
3jan/210

The Pawn Shop Saints – Ordinary folks

The Pawnshop Saints is een americana-combo uit Berkshire Hills, New England. De band is opgericht door singer-songwriter, folk- en bluegrass-muzikant Jeb Barry. Muzikaal is de band beïnvloed door o.a. Steve Earle, Townes van Zandt en Jason Isbell. Hun debuutalbum Burry me in a lonely place komt in 2014 uit.

Deze maand verscheen er weer een nieuw album van The Pawnshop Saints, Ordinary folks, de opvolger van het dubbelalbum Texas, etc. uit 2018. Voor de negen songs op dit album deed Barry inspiratie op tijdens een reis die hij twee jaar geleden maakte door de Appalachen in Kentucky en Tennessee. Hij zag daar hardwerkende, trotse en gewone mensen die er in hun leven, ondanks de vele moeilijkheden en uitdagingen, toch het beste van proberen te maken.

Het openingsnummer You don’t know the Cumberland gaat over de achteruitgang in de kolenindustrie in Kentucky en in Old men, new trucks schildert Barry de troosteloze winterse omgeving in zijn woonplaats. Beiden zijn ingetogen songs met rustig gitaarspel en de brushes van drummer Josh Pisano. De aanleiding tot het schrijven van Body in the river waren de overstromingen in Tennessee in mei 2010. Mooi is hier het twangy gitaarspel. In Southern mansions staat de kijk op de bewoners die in stacaravans (mobile homes) wonen centraal. New Years Eve, somewhere in the midwest schreef Barry samen met Jason Isbell. Dit nummer werd meerdere keren herschreven en opgenomen. In de COVID-19 periode nam Barry de versie op die nu op dit album is terechtgekomen. Een sobere versie met de gruizige stem van Barry en een fijne slide. De gospel Ain’t no mama here verwijst naar de ellende in de jaren ’30 tijdens de zgn. Dust Bowl, een periode van grote droogte en stofstormen. Pack a day gaat over de sociale veranderingen en de problemen die sommigen daar mee hebben. In Lynyrd Skynyrd wordt een schitterende akoestische ode gebracht aan de ‘Boys from Jacksonville’ en wordt benadrukt dat muziek een belangrijke uitlaatklep kan zijn. Het slotnummer Dry river song is een mooie akoestische ballad, met backing vocals en een fraai tokkelende banjo.

Conclusie: Ordinary folks is een indrukwekkend mooi album.  

Tracks:

  1. You don’t know the Cumberland
  2. Old men, new trucks
  3. Body in the river
  4. Southern mansions
  5. New Year’s Eve, somewhere in the midwest
  6. Ain’t no mama here
  7. Pack a day
  8. Lynyrd Skynyrd
  9. Dry river song

Line-up:

  • Jeb Barry – zang, gitaren, bas, banjo
  • Michael O’Neill – gitaren, zang
  • Josh Pisano – drums
  • Chris Samson – bas