Gerritschinkel.nl Columns & meer

17mei/220

Barry Hay & JB Meijers – Fiesta de la vida

Barry Hay is als zanger van Golden Earring sinds het stoppen van de wereldberoemde Haagse band in 2021 helaas noodgedwongen met pensioen. Hij woont sinds 2007 voornamelijk op Curaçao, maar hij is niet verloren voor de muziekscene. Muziek maken en optreden doet hij gelukkig nog steeds. Bijvoorbeeld met multi-instrumentalist JB Meijers (o.a. De Dijk, The Common Linnets, Acda & de Munnik). In 2019 maakten Hay en Meijers het album For you baby, en op 22 april jl. verscheen hun 2e album Fiesta de la vieda, een album met tien covers en vier eigen nummers.

Het openingsnummer Spirit in the sky is de gospelachtige song van Norman Greenbaum uit 1969. Hay en Meijers brengen een stevige versie, inclusief de fuzzy gitaar en de backing vocals. Het in januari al op single uitgebrachte Unconditionally begint rustig maar evolueert na een halve minuut in een energiek rockend nummer met zonnige Caraïbische invloeden. Tanita Tikaram ’s Twist in my sobriety is een heerlijke vlotte versie die je in Mexicaanse sferen brengt. Sterk is de zang van Hay in het funky reggae achtige met blazers en orgel versierde It’s not unusual, de hit van Tom Jones uit 1965. Apart is Magic carpet ride, de hit van Steppenwolf uit 1968. Een ‘springerig’ nummer met samenzang dat orkestraal en lichtelijk psychedelisch eindigt. Perfect stranger is een melodieuze gevarieerde rocker met een strakke ritmesectie en felle gitaarlicks. Don’t let the old man in is een fraai gezongen countrysong, een compositie van countryzanger Toby Keith uit de film The Mule van Clint Eastwood uit 2018. Hay is daarna helemaal in zijn element als rockzanger in het met overweldigende  arrangementen van Meijers toegeruste Dancing barfoot van Patty Smith uit 1979. Ook How much does it take to make you love me rockt uptempo lekker weg met zeer felle gitaarlicks. Taken in is een cover van Mike + The Mechanics uit 1986, een door piano en mooie arrangementen gedragen ballad. Fraai zijn de baslijnen, de percussie naast de bijtende gitaarlicks in het uit 1983 stammende Indian ropeman van Richie Havens. Het is weer volop rocken in 20th Century boy van T-Rex, waar de geest van Marc Bolan rondwaart. Met het door velen gecoverde You never can tell van Chuck Berry weten Hay en Meijers ook raad en ze toveren hier een enerverende met tex mex saus overgoten versie uit de hoge hoed. Het ook al eerder op single uitgebrachte titelnummer Fiesta de la vida is een feestelijke afsluiter met het Mariachi orkest dat een heerlijke Mexicaanse met een Caraïbisch sausje overgoten sfeer creëert.    

Conclusie:

Fiesta de la vida is een geïnspireerd en feestelijk album waar het muzikale plezier van afdruipt. Ik kan me voorstellen dat velen uitkijken naar het concert dat de heren op 5 november a.s. in de Ziggodome zullen geven. Naast een echt Mexicaans Mariachi-orkest zal dan ook special guest Danny Vera acte de presence geven.  

Tracks cd:

  1. Spirit in the sky
  2. Unconditionally
  3. Twist in my sobriety
  4. It’s not unusual
  5. Magic carpet ride
  6. Perfect stranger
  7. Don’t let the old man in
  8. Dancing barefoot
  9. How much does it take to make you love me
  10. Taken in
  11. Indian ropeman
  12. 20th Century boy
  13. You never can tell
  14. Fiesta de la vida
10mei/220

Edgar Winter – Brother Johnny

Het is op 16 juli a.s. acht jaar geleden dat de op 23 februari 1944 in Beaumont, Texas, geboren bluesgitarist en -zanger Johnny Winter vier dagen na een optreden op het Lovely Days Festival in Wiesen, Zwitserland, overleed.

Johnny Winter speelt vanaf 1959 in verschillende onbekende bandjes. In 1968 komt zijn doorbraak als hij door het blad Rolling Stone samen met Janis Joplin wordt uitgeroepen tot een van de grote beloften in de rockmuziek. In dat jaar verschijnt ook zijn debuutalbum The progressive blues experiment. In 1977 gaat hij samenwerken met Muddy Waters en in de jaren ’80 maakt hij bluesrock in een eigen stijl. In de jaren ’90 gaat zijn fysieke gestel sterk achteruit (o.a. drank en drugs), maar hij blijft optreden tot hij in 2014 op 70-jarige leeftijd overlijdt.

Edgar Winter is de jongere broer van Johnny Winter (28 december 1946, Beaumont, Texas). Hij is een multi-instrumentalist en speelt o.a. saxofoon en verschillende toetseninstrumenten. Eind jaren ’60 begeleidt hij zijn broer Johnny en zij treden samen op tijdens het Woodstock Festival in 1969. In 1972 richt hij The Edgar Winter Group op en scoort een hit met Frankenstein.    

Op 15 april jl. verscheen het album Brother Johnny, waarop Edgar Winter een ode brengt aan zijn overleden broer. Op dit album weet Edgar zich omringd door een groot aantal gerenommeerde muzikanten die Johnny hebben gekend of door hem zijn geïnspireerd.

Het album opent met Mean town blues, een dampende bluesrocker met virtuoos (slide) gitaarwerk van Joe Bonamassa. Vlammende gitaarlicks van Kenny Wayne Shepherd zijn daarna te horen in Alive and well. Keb’ Mo’ levert fantastisch werk af in de prachtige countryblues Lone star blues, een compositie van Edgar en dat ook op single is uitgebracht. Billy Gibbons (ZZ Top) en Derek Trucks vechten spetterende gitaarduels uit in I’m yours and I’m hers. Joe Walsh (Eagles) neemt in Johnny B. Goode van Chuck Berry de leadvocals voor zijn rekening. In deze daverende versie is David Grissom (o.a. bekend van zijn werk met John Mellencamp), gitaristisch in topvorm naast de hamerende piano en de altsaxsolo van Edgar. Rustiger gaat het er aan toe in Stranger, een ballad met Joe Walsh op gitaar, Ringo Starr op drums en zang van Michael McDonald. Bob Dylan’s Highway 61 rockt weer stevig weg met de virtuoze gitaarlicks van Kenny Wayne Shepherd en John McFee (Doobie Brothers). Steve Lukather (Toto) verrast met een door merg en been gaande gitaarsolo in Rick Derringer’s bekende jaren ’70 rocker Rock ‘n‘ roll hoochie koo. When you got a good friend van Robert Johnson is een prachtige countryblues met fraai gitaarwerk van Doyle Bramhall II. Edgar schreeuwt het uit naast de felle gitaarsolo’s van Phil X (Bon Jovi) in de Stones klassieker Jumpin’ Jack Flash. Taylor Hawkins, de onlangs overleden drummer van Foo Fighters is de vocalist in Guess I’ll go away met Doug Rappoport,(bekend van zijn tournees met Edgar Winter en Rick Derringer), op gitaar. Drown in my own tears is een emotionele ballad met Edgar op piano en sax. Joe Bonamassa voert het tempo weer fel op in Self destructive blues. Warren Hayes’ (Gov’ Mule) gitaar vlamt in de funky bluesrocker Memory pain. Het klassieke Stormy Monday blues (T-Bone Walker) is een fraaie bluesballad met piano en een lyrische gitaarsolo van Robben Ford. Bobby Rush is top met zijn scheurende mondharp in het door Muddy Waters bekend geworden Got my mojo workin’. Het eerbetoon eindigt met End of the line, een nieuwe pianoballad van Edgar, versierd met strijkers van David Campbell.

Conclusie: Brother Johnny is een zinderend eerbetoon van een sterrenensemble aan gitaarvirtuoos Johnny Winter,

Tracks cd:

  1. Mean town blues
  2. Alive and well
  3. Lone star blues
  4. I’m yours and I’m hers
  5. Johnny B. Goode
  6. Stranger
  7. Higway 61 revisited
  8. Rock ‘n ‘ roll hoochie koo
  9. When you got a good friend
  10. Jumpin’ Jack Flash
  11. Guess I’ll go away
  12. Drown in my own tears
  13. Self destructive blues
  14. Memory pain
  15. Stormy Monday blues
  16. Got my mojo workin’
  17. End of the line
5mei/220

Ann Peebles & the Hi Rhythm Section – Live in Memphis

De Amerikaanse soulzangeres en songwriter Ann Peebles wordt geboren op 27 april 1947 in Kinloch, Missouri. Ze begint als kind te zingen in het koor van de kerk van haar vader. Met het Peebles Choir speelt ze met andere familieleden in het voorprogramma van gospelsterren als Mahalia Jackson en van de gospelgroep The Soul Stirrers waar o.a. ook Sam Cooke deel van uitmaakt. Peebles, die  beïnvloed wordt o.a. Muddy Waters, Mary Wells en Aretha Franklin, begint daarna met op te treden in clubs in St. Louis. Medio jaren ’60 sluit ze zich aan bij de revue van bandleider Oliver Sain. Al snel wordt ze ontdekt en krijgt ze via producer Willie Mitchell een platencontract bij Hi Records. In 1969 verschijnt haar debuutalbum This is Ann Peebles, de jaren daarna gevolgd door een aantal succesvolle albums en singles. Wegens gezondheidsproblemen is Ann Peebles in 2012 gestopt met optredens. In 2014 wordt ze opgenomen in de Memphis Music Hall of Fame.

Op 7 februari 1992 trad Ann Peebles met The Hi Rhythm Section op in Memphis, Tennessee, tijdens An Evening of Classic Soul. Dit concert (voorzover bekend de enige live-opnamen van Peebles & The Hi Rhythm Section die er zijn) is eind april uitgebracht op het door David Less geproduceerde album Live in Memphis.

Het album opent vlot met If I can’t seen you, een song van haar album The handwriting on the wall uit 1978, gevolgd door het funky door Clay Hammond geschreven Part time love, tevens een single uit 1970. Didn’t we do it is een schitterende, door Bernard Miller, Billy Always en Willie Mitchell geschreven gevoelige soulballad. Fantastisch is de zang van Peebles in het door Al Jackson jr. geschreven I feel like breaking up somebody’s home, dat in 1971 een grote hit was. Daarna volgen twee songs van Earl Randle. Allereerst Peebles’ bekende hit I’m gonna tear your playhouse down uit 1972, een song die ook door o.a. Paul Young (1984) en Graham Parker & the Rumour (1977) op de plaat werd gezet. Heerlijke blazers die ook te horen zijn in I didn’t take your man. Ann Peebles is in absolute topvorm in de fantastische soulballad (You keep) me hangin’ on (niet te verwarren met de wereldhit van The Supremes uit 1966). Let your love light shine is groovy funky gospelsoul. Het album eindigt met I can’t stand the rain, het bekendste nummer en grootste hit van Ann Peebles uit 1973. Velen hebben dit nummer gecoverd, zoals Ike & Tina Turner, Lowell George en Janis Joplin. Een prachtig slotakkoord.     

Conclusie: Live in Memphis is een zeer fraai album. Memphis soul van grote klasse.

Tracks cd:

  1. If I can’t see you
  2. Part time love
  3. Didn’t we do it
  4. I feel like breaking up somebody’s home
  5. I’m gonna tear your playhouse down
  6. I didn’t take your man
  7. (You keep) me hangin’ on
  8. Let your love light shine
  9. I can’t stand the rain

Line up:

  • Ann Peebles – zang
  • Leroy Hodge – bas
  • Charles Hodges – keyboards
  • Howard Grimes – drums
  • Thomas Bingham – gitaar
  • David J. Hudson – backing vocals
  • Tina Crawford – backing vocals
  • John Sangster – saxofoon
  • Anthony Royal – trompet
  • Dennis Bates – trombone
29apr/220

Albert Castiglia – I got love

Blueszanger en –gitarist Albert Castiglia wordt op 13 augustus 1969 in New York City geboren als zoon van een Cubaanse moeder en een Italiaanse vader. Als hij vijf jaar oud is verhuist de familie Castiglia naar Miami, Florida. Hij leert op zijn 12e gitaar spelen. In 1990 gaat hij deel uitmaken van The Miami Blues Authority en in 1997 wordt hij door The Miami New Times uitgeroepen tot ‘best blues gitarist in Miami’. Tot de dood van Junior Wells in 1998 speelt Castiglia lead-gitaar in diens band. Daarna speelt hij o.a. met Aron Burton, Pinetop Perkins, Melvin Taylor, Sugar Blue, Phil Guy, Ronnie Earl, Billy Boy Arnold, Ronnie Baker Brooks, John Primer, Jerry Portnoy, Larry McCray, Eddy Clearwater, Otis Clay en Lurrie Bell. In 2004 verschijnt zijn eerste soloalbum Burn. 

Onlangs kwam er weer een nieuw album van Castiglia uit. Dit album, I got love, is ook nu weer geproduceerd door Mike Zito en opgenomen in diens studio. Tien van de elf songs zijn geschreven door Castiglia zelf of samen met anderen.

Het album opent met het titelnummer I got love, een keiharde gitaarrocker met een hoog ZZ Top gehalte. De vaart blijft er daarna goed in met het stevige funky Don’t pray with the devil en de harde funky rocker Burning bridges, met felle gitaarlicks, orgelflarden en een strakke ritmesectie. Melodieus en lyrisch is het gitaarspel van Castiglia in Sanctuary. Na het felle Double down pakt Castiglia uit met vet slidespel in het zinderende Long haul daddy. What’s wrong with you is een midtempo bluesrocker met een stampende ritmesectie en felle gitaarlicks. De enige cover op het album is Melvin Taylor’s Depression blues, een fraaie funky versie met veel wah wah gitaar. Striemend is Castiglia’s gitaarwerk in het zompige Freedomland. De invloeden van Stevie Ray Vaughan zijn aanwezig in You don’t know hell. Het slotnummer Take my name out of your mouth is een straffe slowblues met vette slide, sterke zang en een tinkelende piano.

Conclusie: Liefhebbers van stevige melodieuze recht toe recht aan bluesrock kunnen hun hart ophalen aan dit sterke album.

Tracks cd:

  1. I got love
  2. Don’t pray with the devil
  3. Burning bridges
  4. Sanctuary
  5. Double down
  6. Long haul daddy
  7. What’s wrong with you?
  8. Depression blues
  9. Freedomland
  10. You don’t know hell
  11. Take my name out of your mouth

Line up:

  • Albert Castiglia – zang, gitaar
  • Justine Tompkins – bas, zang
  • Ephraim Lowell – drums, zang
  • Lewis Stephens – orgel, piano
22apr/220

Ken Newman – What am I afraid of

Ken Newman is een singer-songwriter-gitarist uit San Francisco. Naast zijn optredens in een rockduo met drummer David Rabkin, geeft Newman ook akoestische shows als soloartiest in Noord-Californië.  

Deze maand verschijnt zijn debuutalbum What am I afraid of. Het album is geproduceerd door Scott Mickelson en opgenomen in diens studio in Mill Valley, California. Newman heeft het album opgedragen aan zijn moeder Estelle Newman. De teksten zijn veelal maatschappijkritisch en zijn bijgevoegd bij het album. 

Het openingsnummer What am I afraid of, een opwindende uptempo rocker, schreef Newman samen met Scott Mickelson, die op veel nummers ook gitaar en bas speelt. Van dit titelnummer is een indrukwekkende videoclip gemaakt die op internationale filmfestivals prijzen heeft gewonnen in de categorie Music Video. Nothing to see here is ook een  uptempo rocker met lekker gitaarwerk. Het tempo gaat daarna iets terug in de ballad Danny don’t go upstairs. Totaal anders is het jazzy Talk to you, met trombone en trompet en fraai pianospel van Brendan Getzell. Fraai zijn de gitaarlicks in het opwindende I can’t breathe. We should do this again is mooi ingetogen gezongen ballad met fraai pianospel van Adam Rossi. Het soms lichtelijk psychedelische Dreaming of guns en het uptempo met strak drumwerk van Frank Reina gelardeerde I’m your .45 zijn songs over (de verheerlijking van) het wapenbezit. Melodieus is de bijdrage van gitarist Dennis Haneda in Away from you. The fish song is geschreven door de eveneens uit San Francisco afkomstige singer-songwriter E.G. Phillips. De zang van Newman, die hier ook keyboards speelt, roept in dit nummer herinneringen op aan David Bowie. Het album sluit af met een prachtige ingetogen akoestische versie (alleen zang en gitaar) van I can’t breathe.

Conclusie: Mijn eerste kennismaking met Ken Newman is mij goed bevallen. What am I afraid of ie een mooi debuutalbum.

Tracks cd:

  1. What am I afraid of
  2. Nothing to see here
  3. Danny don’t go upstairs
  4. Talk to you
  5. I can’t breathe
  6. We should do this again
  7. Dreaming of guns
  8. I’m your .45
  9. Away from you
  10. The fish song
  11. I can’t breathe (acoustic)

Line up:

  • Ken Newman – gitaar, zang, keyboards (track 10)
  • Scott Mickelson – gitaar (track 1,2,3,5,7,8), bas (track 1,2,3,6,8,10), percussie (track 6), keyboards (track 7,10)
  • Frank Reina – drums (track 1,2,4,5,8,9)
  • Kyle Caprista – drums (track 3,7)
  • Lilan Kane – zang (track 4)
  • Brendan Getzell – piano (track 4)
  • Luke Kirley – trombone (track 4)
  • Dave Len Scott – trompet (track 4)
  • David Hayes – bas (track 4)
  • Kevin White – bas (track 5,7,9)
  • Adam Rossi – piano (track 6)
  • Dennis Haneda – gitaar (track 9)
20apr/220

Jack Bottleneck & Band – Cow country

Johan Venema, in muziekkringen beter bekend onder zijn artiestennaam Jack Bottleneck, is een zanger-gitarist uit Rinsumageest, (gemeente Dantumadeel), een dorp in de Friese Wouden. Bottleneck was voor mij ook een onbekende totdat ik in 2015 kennis maakte met zijn lovend ontvangen debuutalbum Lost and found. Een album met een authentieke en eigenzinnige mix van country, rauwe blues, bluegrass, folk en americana.

Jack Bottleneck deelde het podium met o.a. Danny Vera, Julian Sas, The Hackensaw Boys, Scott H Biram en Henhouse Prowlers. Sinds 2019 speelt hij met zijn vaste band, bestaande uit bassist Rob Taekema, sologitarist Herman Frank en drummer Johannes Blanksma, alle drie door de wol geverfde musici die het podium met vele grootheden hebben gedeeld.

Deze maand verscheen Cow country, het nieuwe album van Jack Bottleneck. Net als zijn voorganger bestaat zijn tweede langspeler ook uit covers. Slechts het titelnummer werd door Rob Taekema geschreven.

Het soepele openingsnummer Ain’t waitin’ is een van de drie covers van de betreurde Amerikaanse singer-songwriter Justin Townes Earle (1982 - 2020). Meteen valt de rauwe gruizige zang op. De stem van Bottleneck in Blind love van Tom Waits doet me behalve aan Waits ook denken aan Michael de Jong. Prachtig is ook de lyrische gitaarsolo. Rory Gallagher ’s boogie Loanshark blues is een live-uitvoering, met prominent drumwerk, keyboards en een felle gitaarsolo. Through the aches is een mooie bluesballad geschreven door de Zweedse singer-songwriter Daniel Norgren. Een van de hoogtepunten van het album is Who’s gonna shoe your pretty little feet, een traditional die voor het eerst in 1929 door de stringband Mc Cartt Brothers & Patterson werd opgenomen, maar vooral bekend is geworden in de uitvoering van Woody Guthrie. De uitvoering van Bottleneck en de zijnen is ook authentiek met fraai mandolinespel. Halfway to Jackson van Justin Townes Earle rockt lekker weg met felle gitaarsolo’s en fraaie basloopjes. Het titelnummer Cow country is het enige eigen nummer. Rob Taekema schreef deze prachtige ballad. De tweede cover van Daniel Norgren is uptempo met keyboards en aanstekelijk gitaarwerk. What ever turns you on is een song van de uit Virginia afkomstige bluegrassband The Hackensaw Boys. Mooi gezongen, droog drumwerk, flarden keyboards en een indringende gitaarsolo. Het album eindigt met een strakke versie van Christchurch woman, de derde cover van Justin Townes Earle.

Conclusie: Na Lost and found heeft Jack Bottleneck met Cow country wederom een authentiek en zeer smaakvol album afgeleverd.   

Tracks cd:

  1. Ain’t waitin’
  2. Blind love
  3. Loanshark blues (live)
  4. Through it aches
  5. Who’s gonna shoe your pretty little feet
  6. Halfway to Jackson
  7. Cow country
  8. What ever turns you on
  9. The sweet
  10. Christchurch woman

Line up:

  • Jack Bottleneck – zang, gitaar
  • Rob Taekema – bas, keyboards
  • Herman Frank – gitaar
  • Johannes Blanksma – drums
8apr/220

Scott Mickelson – Known to be unknown

De Amerikaanse singer-songwriter-producer Scott Mickelson is geboren en getogen in Massachusetts en woont sinds de jaren ’80 van de vorige eeuw in San Francisco. Op jonge leeftijd treedt Mickelson op in clubs als CGGB’s in New York en hij krijgt op zijn 17e een platencontract. Als voorman van de folkrockband Fat Opie maakt hij vijf albums. In 2015 verschijnt zijn eerste soloalbum Flickering. Voor dit album wordt hij onderscheiden met twee Grammy Ballot onderscheidingen als Best Folk Album en Best Roots Music Performance.   

Deze maand verschijnt Known to be unknown, het nieuwe en vierde soloalbum van Scott Mickelson.

Het openingsnummer UNarmed american is een meeslepende binnenkomer, met stomende elektrische gitaren, een stuwende bas en met een groot koor. In dit politiek geladen nummer, tevens de 1e single van het album, draagt Mickelson zijn boodschap over wapengeweld en wapenbeheersing in de VS uit. Go to bed hungry is een prachtige georkestreerde song met mooie harmoniezang. A murder of crowns schreef Mickelson in de eerste weken van de lockdown. Mensen deden wat hen gevraagd werd maar anderen verzetten zich tegen de coronamaatregelen. Een prachtige song met mandoline en cello en tevens onlangs ook op single uitgebracht. Het stevig rockende Ithaca met scheurende gitaar en mondharp doet me denken aan Warren Zevon. Na het melodieuze Only ugly when you cry wordt de instrumental Chicago Transit Authority voorgeschoteld. Lekkere jazzrock/big band jazz met trombone, tuba en trompet verwijzend naar de beginsound van de band Chicago. Die trying is ook stevig met gitaar en orgel. Blur in the memory is een heel kort (ruim een minuut) durend instrumentaal psychedelisch intermezzo. Het album sluit af met een mooie akoestische versie van UNarmed american.  

Conclusie: Hoe vaker je Known to be unknown draait, hoe meer het genieten is..

Tracks cd:

  1. UNarmed american
  2. Go to bed hungry
  3. A murder of crows
  4. Ithaca
  5. Only ugly when you cry
  6. Chicago Transit Authority
  7. Die trying
  8. Blur in the memory
  9. UNarmed american (acoustic)

Line up:

  • Scott Mickelson – zang, gitaren, orgel, mondharmonica,   
  • Frank Reina – drums
  • Sadie Mickelson – cello
  • Luke Kirley – trombone, tuba
  • Cayce Carnohan – trompet
  • Ben Morrison, Sam Chase, Josh Windmiller, Brad Brooks, Ken Newman, Mick Shaffer, Jesse Brewster, Shannon Koehier, Davind Luning – vocals (track 1)
6apr/220

The Blues Band – So long

The Blues Band wordt in 1979 opgericht door twee ex leden van Manfred Mann, zanger- mondharmo-nicaspeler Paul Jones, en gitarist Tom McGuinness. De eerste line-up bestaat verder uit bassist Gary Fletcher (The Wildcats), slide-gitarist Dave Kelly (The John Dummer Band) en drummer Hughie Flint (John Mayall’s Bluesbreakers). In 1982 vervangt drummer Rob Townsend (Family) Hughie Flint. In 1980 verschijnt hun debuutalbum The Official Blues Band Bootleg Album, een mix van bluesstandards en originele songs. The Blues Band wordt in 1983 kortstondig ontbonden om in 1986 opnieuw te worden opgericht. Met grote regelmaat komen er daarna nieuwe albums van The Blues Band uit.

Eind maart verscheen hun nieuwe album So long. De band kondigt zelf aan, en de titel is misschien veelzeggend, dat dit hun laatste album zal zijn. Gezien hun leeftijd zou dit zo maar het geval kunnen zijn want het zijn dikke zeventigers en Paul Jones en Tom McGuinness hebben zelfs al 80 kaarsjes uitgeblazen. So long bevat 16 tracks, waarvan drie covers en voor verschillende bekende oudgedienden uit de Britse bluesscene (o.a. Albert Lee, Zoot Money, Bob Hall en Ben Waters) zijn op het album gastrollen weggelegd.

Het album opent met een strakke opwindende versie van de Skip James klassieker Hard times killing floor uit 1931, gevolgd door de stomende boogie Sweet sweet girl, met een vette slide en een glansrol van pianist Ben Waters. Tough times is een tamelijk ingetogen blues met mondharp, Bob Hall op piano en de legendarisch Zoot Money op orgel. Op de funky blues Hoggin’ horen we een flonkerende pianosolo van Ben Waters, naast het prominente drumwerk van Rob Townsend en de charismatische zang van Paul Jones. Gary Fletcher neemt de leadvocals voor zijn rekening in de door een vuige mondharp gedreven rocker Don’t let it be you. Them ol’ crossroads blues is een uitbundige door Dave Kelly gezongen stomende bluesrocker met een vette slidesolo en een hamerende piano van Bob Hall. Een glansrol is daarna weer weggelegd voor Paul Jones (zang en mondharp) in de Eric Bibb cover Don’t ever let nobody drag your spirit down. Gitarist Tom McGuinness is de leadzanger in de midtempo blues Midnight bus. Verrassend is To love somebody, een cover van The Bee Gees. Met Zoot Money op orgel en de backingvocals van The Paulettes wordt dit nummer min of meer omgetoverd in een soulballad. In het funky Something yoy heard is Paul Jones weer sterk op dreef met zijn zang en indringende mondharpsolo. Na de door McGuinness met licht trillende stem gezongen slowblues Bring on the blues, gaan alle remmen los in het opwindende Ti fi une grande dame maintenant (big girl) met fraaie gastrollen van pianist Ben Waters, gitarist Albert Lee, violist Steve Simpson en bandlid van het eerste uur Hughie Flint op bodhrán (Ierse trommel). Sterk is Jones weer in Come on give me some blues. Fletcher neemt de lead vocals daarna weer voor rekening in de rustige blues My love made you wrong. Na de mooie soulballad Tough love wordt het album met Tick tock melodieus en met een huilende mondharp afgesloten.   

Conclusie: De tijd zal het leren of dit album het definitieve afscheid is, maar als So long het laatste album is van The Blues Band dan hebben deze door de blueswol geverfde veteranen de fans een mooi afscheidscadeau gegeven. En anders, tot ziens.

Tracks cd:

  1. Hard times killing floor
  2. Sweet sweet girl
  3. Tough times
  4. Hoggin’
  5. Don’t let it be you
  6. Them ol’ crossroads blues
  7. Don’t ever let nobody drag your spirit down
  8. Midnight bus
  9. To love somebody
  10. Something you heard
  11. Bring on the blues
  12. Ti fi une grande dame maintenant (big girl)
  13. Come on give me some blues
  14. My love made you wrong
  15. Tough love
  16. Tick tock

Line up The Blues Band:

  • Paul Jones – mondharmonica, zang (track 2,4, 7, 10, 13, 15)
  • Gary Fletcher – akoestische en elektrische gitaar, bas, elektrische piano, orgel, zang (track 5,14)
  • Dave Kelly – akoestische en elektrische gitaar, slide, wah wah gitaar, zang (track 1, 3, 6, 9, 12, 16)
  • Tom McGuinness – akoestische en elektrische gitaar, mandoline, zang (track 8, 11)
  • Rob Townsend - drums
  • Guest musicians:
  • Ben Waters – piano (track 2, 4, 12, 13)
  • Zoot Money – orgel (track 3, 9)
  • Bob Hall – piano (track 3, 6)
  • The Paulettes – backing vocals (track 9)
  • Albert Lee – gitaar (track 12)
  • Steve Simpson – viool (track 12)
  • Hughie Flint – bodhrán (track 12)
5apr/220

Kenny ‘Blues Boy’ Wayne – Blues from Chicago to Paris

Pianist en singer-songwriter Kenny ‘Blues Boss’ Wayne wordt als Kenneth Wayne Spruell geboren op 13 november 1944 in Spokane, Washington. Via zijn moeder wordt Kenny beïnvloed door de muziek van Nat King Cole, Little Willie John en Fats Domino en later wordt hij geïnspireerd door pianisten als George Shearing, Erroll Garner, Mongo Santamaria, Ray Charles, Charles Brown, Floyd Dixon, Big Joe Turner, Johnny Johnson en Amos Milburn. In de jaren ’60 en ’70 is Wayne in Los Angeles sideman bij verschillende pop- en rockmusici. In de jaren ’80 verhuist hij naar Vancouver, British Columbia en daar krijgt hij zijn bijnaam ‘Blues Boss’ opgeplakt. In 1995 verschijnt zijn debuutalbum Alive & loose. In 2017 wordt Kenny ‘Blues Boss’ Wayne opgenomen in The Boogiewoogie Piano Hall of Fame in Cincinnati, Ohio.

Begin maart verscheen er na twee jaar weer een nieuw album van Kenny ‘Blues Boy’ Wayne. Op dit album, Blues from Chicago to Paris, brengt Wayne een ode aan de legendarische blueszanger, bassist, componist Willie Dixon (1915 – 1992) en blues- en boogiewoogie pianist en zanger Memphis Slim (1915 – 1988). De 17 songs op het album stammen uit de jaren ’50, begin jaren ’60 van de vorige eeuw. Memphis Slim (geboren als Peter Chatman) verhuisde in 1962 naar Parijs, alwaar hij ook op 24 februari 1988 overlijdt. Vandaag ook de naam van het album Blues from Chicago to Paris.

Het overgrote deel van de zeventien songs zijn composities van Willie Dixon, maar het album opent en eindigt met een nummer van Memphis Slim. Het album is een variatie van uptempo boogiewoogie (Rock and rolling this house, Somebody tell that woman),langere(jazzy) ballads (A new way to love, Messin’ round with the blues, I got a razor) en, shuffles (African hunch). Nummers als Got you on my mind, Don’t let the music die, I ain’t gonna be no monkey man) zijn fraaie vertolkingen van het legendarische Big Three Trio van Willie Dixon eind jaren ’40, begin jaren ‘50. In die, maar ook in andere songs, is de duozang met Russel Jackson, die in sommige nummers op bas mag soleren, fraai. Soms is de geest van Mose Allison aanwezig (One more time). In Pigalle love worden zoete herinneringen aan Place Pigalle in Parijs opgehaald. 

Conclusie: Blues from Chicago to Paris is een prachtige ode van Kenny ‘Blues Boy’ Wayne aan de grootheden Willie Dixon en Memphis Slim. Verplichte aanschaf van liefhebbers van ‘old school’ pianoblues.  

Tracks cd:

  1. Rock and rolling this house
  2. The way she loves a man
  3. A new way to love
  4. Reno blues
  5. African hunch
  6. Just you and I
  7. Messin’ round (with the blues)
  8. One more time
  9. Somebody tell that woman
  10. Stewball
  11. After while
  12. Got you on my mind
  13. Don’t let the music die
  14. Pigalle love
  15. I ain’t gonna be no monkey man
  16. I got a razor
  17. Wish me well

Line up :

  • Kenny Wayne – piano, zang
  • Russel Jackson – akoestische bas, zang
  • Joey DiMarco – drums
31mrt/220

Julian Sas – Electracoustic

De inspiratiebronnen van de Nederlandse bluesrockgitarist Julian Sas (29 mei 1970, Beneden Leeuwen), zijn o.a. Johnny Winter, Muddy Waters, Willie Dixon, Walter Trout, Jimi Hendrix, John Lee Hooker, Freddie King en vooral ook Rory Gallagher. In 1996 richt hij de Julian Sas Band op en in datzelfde jaar verschijnt het debuutalbum Where will it end. De band, die in de loop de jaren een aantal wisselingen in de samenstelling ondergaat, brengt daarna regelmatig nieuwe albums uit. Ook bouwt de band een sterke livereputatie op.  

De COVID-19 pandemie zorgde er voor dat ook de Julian Sas Band niet kon optreden. Een drama was het overlijden van bassist Fotis Anagnostou op 10 januari 2021. De band ging echter niet bij de pakken neerzitten en dook de studio in om nieuwe songs op te nemen. het resultaat is terug te vinden op het dubbelalbum Electracoustic, dat op 4 maart jl. verscheen. Het album is opgedragen aan de betreurde bassist Fotis Anagnostou. De baspartijen worden op dit album gespeeld door Barend Courbois, de zoon van de befaamde jazzdrummer Pierre Courbois.

Cd 1 bevat 12 elektrisch gespeelde songs. Het openingsnummer World on fire is een zinderende bluesrocker met felle gitaarlicks, een strakke ritmesectie en gedrenkt in orgeltonen. Het tempo gaat daarna iets omlaag in het groovy Waiting for tomorrow. In de slowblues Blues are killing me anyhow teistert Sas zijn gitaar weer en gooit Roland Bakker er weer een bak orgeltonen tegenaan. Volop orgel en felle gitaarsolo’s horen we in het funky Liberation, en dezelfde muzikale ingrediënten zijn er in Just a song. Heerlijk zijn de baslijnen en de vette gitaarlicks in een bad van orgeltonen in de uptempo bluesrocker Devil at the door. Na de rocker Coming your way is het tijd voor het hoogtepunt, de lange ballad Fallin’ from the edge of the world. De prachtige orgel- en gitaarsolo’s zijn een streling voor het oor. These days is weer een intense rocker met slide, een strakke ritmesectie en een hamerende piano. Intens is de zang naast de orgel- en gitaarsolo’s in de bluesballad I will carry you. Alle remmen gaan daarna weer los in het stevige en opwindend rockende Always on the run. Het slotnummer is het funky Leave it up to you, met verschroeiend gitaarwerk.

De 12 songs op cd 2 zijn dezelfde als op cd 1, in dezelfde volgorde, maar dan in een akoestische uitvoering. Sas bewijst ook met de akoestische gitaar uitstekend overweg te kunnen. Nummers als Liberation en Just a song krijgen hierdoor een jazzy tintje. Daar waar Roland Bakker op cd 1 strooit met zijn orgeltonen is hij nu zeer prominent aanwezig met zijn flonkerende pianoklanken. Songs als Devil at the door en These days (met een fraaie slide), rocken ook akoestisch lekker weg. En met piano- en gitaarsolo’s is Fallin’ from the edge of the world ook in de akoestische versie het prijsnummer.

Conclusie: Electracoustic is zowel elektrisch als akoestisch een uitstekend album. Julian Sas bewijst opnieuw tot de Eredivisie van de Nederlandse bluesrock te horen.

Tracks cd 1 ‘The electric session’:

  1. World on fire
  2. Waiting for tomorrow
  3. Blues are killing me anyhow
  4. Liberation
  5. Just a song
  6. Devil at the door
  7. Coming your way
  8. Fallin’ from the edge of the world
  9. These days
  10. I will carry you
  11. Always on the run
  12. Leave it up to you

Tracks cd ‘The acoustic session’:

  1. World on fire
  2. Waiting for tomorrow
  3. Blues are killing me anyhow
  4. Liberation
  5. Just a song
  6. Devil at the door
  7. Coming your way
  8. Fallin’ from the edge of the world
  9. These days
  10. I will carry you
  11. Always on the run
  12. Leave it up to you

Line up:

  • Julian Sas – gitaar, zang
  • Roland Bakker – Hammond, piano
  • Lars-Erik van Elzakker – drums
  • Barend Courbois – bas