Gerritschinkel.nl Columns & meer

22mei/190

Albert Castiglia – Masterpiece

Blueszanger en –gitarist Albert Castiglia wordt op 13 augustus 1969 in New York City geboren als zoon van een Cubaanse moeder en een Italiaanse vader. Als hij 5 jaar oud is verhuist de familie Castiglia naar Miami, Florida. Hij leert op zijn 12e gitaar spelen. In 1990 gaat hij deel uitmaken van The Miami Blues Authority en in 1997 wordt hij door The Miami New Times uitgeroepen tot ‘best blues gitarist in Miami’. Tot de dood van Junior Wells in 1998 speelt Castiglia lead-gitarist in diens band. Daarna speelt hij o.a. met Aron Burton, Pinetop Perkins, Melvin Taylor, Sugar Blue, Phil Guy, Ronnie Earl, Billy Boy Arnold, Ronnie Baker Brooks, John Primer, Jerry Portnoy, Larry McCray, Eddy Clearwater, Otis Clay en Lurrie Bell.

In 2004 verschijnt zijn eerste soloalbum Burn. Tot 2017 brengt hij met enige regelmaat nog negen albums uit. Deze maand wordt er weer een nieuw album van Albert Castiglia uitgebracht. Dit album, Masterpiece, is o.l.v. vriend, medemuzikant en producer Mike Zito opgenomen in de MARZ Studio in Nederland, een plaats in Jefferson County in de staat Texas.

Met de opener Bring on the rain wordt meteen duidelijk uit welke richting de wind waait op dit album. Het opent met een paar ferme drumklappen van Brian Menendez, daarna de pompende bas van Jimmy Pritchard, waarna de gierende gitaar van Castiglia de zaak afmaakt. Na de powerbluesrock met een lange scheurende gitaarsolo in I tried to tell you volgt de bluesballad Heavy, met lyrisch gitaarwerk en zang van Castiglia die enigszins lijkt op die van Van Morrisson. Keep on swinging rockt tegen de klippen op in een stijl die doet denken aan die van West, Bruce & Laing, het bluesrockpowertrio dat begin jaren ’70 furore maakte. In het titelnummer Masterpiece wordt gas teruggenomen. Een mooi melodieus en tamelijk ingetogen nummer. Maar de gashendel wordt daarna weer helemaal opengetrokken in Thoughts and prayers, met de bonkende ritmesectie en een verpletterende gitaarsolo. Spetterende gitaarsolo’s zijn te horen in de slowblues Too much secanol. De stem van Castiglia in de doordenderende bluesrocker Catch that breath doet me denken aan Greg Allman. De zang in de midtempo blues Red tide blues is indringend en Love will win war is een mooie melodieuze song in de stijl van John Hiatt. In het slotnummer, de vette midtempoblues I wanna go home, gaat het trio er na een one two three weer zeer stevig tegenaan met de solide ritmesectie en een ijzingwekkende gitaarsolo.

Conclusie:  Masterpiece bevat klassieke powerbluesrock waar de liefhebbers van vet gitaarwerk zich de vingers bij af zullen likken.

Tracks:

  1. Bring on the rain
  2. I tried to tell ya
  3. Heavy
  4. Keep on swinging
  5. Masterpiece
  6. Thoughts and prayers
  7. Too much secanol
  8. Catch my breath
  9. Red tide blues
  10. Love will win the war
  11. I wanna go home

 

21mei/190

Big Daddy Wilson – Deep in my soul

Big Daddy Wilson wordt ruim 50 jaar als Wilson Blount geleden geboren in Edenton, een klein stadje in North Carolina. Op zijn 16e stopt hij met school en even later gaat hij in het Amerikaanse leger dat hem in Duitsland stationeert. Hij trouwt daar met een Duits meisje. In Duitsland ontdekt hij de blues en is van plan om in zijn nieuwe vaderland een carrière op te bouwen. In 2004 verschijnt zijn debuutalbum Get on your knees and pray. Zijn grote doorbraak komt in 2009 als hij een contact tekent bij RUF Records met zijn album Love is the key. Zijn meest succesvolle album tot nu toe is I’m your man uit 2013. In 2014 wordt hij uitgeroepen tot de beste Duitse akoestische (blues)muzikant. Big Daddy Wilson is een veelgevraagd artiest en stond (ook in Nederland) op menig bluesfestival.

Op 19 april jl. verscheen zijn nieuwe album Deep in my soul. Het album is geproduceerd door Jim Gaines en is opgenomen in de Bessie Blue Studios in Stantonville, Tennessee.

Al meteen in het openingsnummer I know wordt duidelijk dat de titel van het album volledig de lading dekt. Meeslepend gezongen soulblues met de Alabama Horns en de backing vocals van Trinecia Butler en Kimberlie Helton. Mooi gitaarwerk is dan te horen in het uptempo Ain’t got no money. In de ballad met orgel en piano Mississippi me brengt Wilson met zijn prachtige bariton een ode aan Mississippi en BB King. In het funkyTripping on you vallen de mooie baslijnen van Dave Smith op en in I got plenty de vrolijke piano van Mark Narmore. In de prachtige soulballad Hold on to your love is het orgelspel van Rick Steff wonderschoon. Het funky titelnummer Deep in my soul wordt grotendeels gedragen door de blazers en de groovy baslijnen. Het gedreven drumwerk en een pittige gitaarsolo bepalen de kracht van I’m walking. Een van de hoogtepunten is de soulbluesballad Crazy world, met orgel, melodieus gitaarwerk en backing vocals. Soulblues van grote klasse is ook Redhead stepchild, waarin Wilson nog maar eens ten overvloede laat horen wat prachtige stem hij heeft. Enigszins afwijkend is het rockende Voodoo met de wah wah gitaarriffs van Laura Chavez. Het slotakkoord is de traditional Couldn’t keep it to myself, met de zeer fraaie backing vocals van Mitch Mann, Brad Guin en Ken Waters. Alleen jammer dat deze gospel slechts 47 seconden duurt.     

Conclusie:  Deep in my soul is een verpletterend mooi album.

Tracks:

  1. I know
  2. Ain’t got no money
  3. Mississippi me
  4. Tripping on you
  5. I got plenty
  6. Hold on to our love
  7. Deep in my soul
  8. I’m walking
  9. Crazy world
  10. Redhead stepchild
  11. Voodoo
  12. Couldn’t keep it to myself

Line-up

  • Big Daddy Wilson - zang
  • Laura Chavez - gitaar
  • Dave Smith - bas
  • Steve Potts - drums
  • Will McFarlane - gitaar
  • Mark Narmore - toetsen
  • Rick Steff - orgel
20mei/190

De laatste loodjes

De euforie rondom ‘onze’ Duncan oversteeg de laatste dagen de opwinding rondom de recente prestaties van Ajax. De comeback van Nederland bij het Eurovisie Songfestival vergelijk ik maar met de opstanding van het Nederlands Elftal. Uit de put naar de top.

Maar waar nu de discussies oplaaien over de plaats waar het Songfestival volgend jaar moet worden gehouden en wie dit dan moet presenteren, hebben de Goudse voetbalclubs andere ‘zorgen’ aan hun hoofd. Komend weekend eindigt de reguliere competitie en er staat nogal wat op het spel. De laatste loodjes dus, en die wegen het zwaarst.

Kampioen Gouda kan eigenlijk al met vakantie en voor Olympia valt er ook niets meer te halen. Jodan Boys moet zaterdag nog even een verplicht nummer in Nootdorp afwerken en kan zich dan gaan opmaken voor de uitdagende strijd om promotie naar de 3e divisie.

Voor ONA en DONK staat er zondag veel op het spel. Het 100-jarige ONA is in het moeras van de onderste regionen verzeild en kan hopelijk in de laatste wedstrijd bij Foreholte de vermaledijde P/D wedstrijden ontlopen. DONK wil graag rechtstreeks naar de 2e klas promoveren, maar dan moet de concurrentie ook meewerken. Anders wacht de loterij van de nacompetitie. Het zou mooi zijn als beide Goudse clubs de vlag uit kunnen hangen, want dan hebben we volgend jaar weer een mooie stadsderby.

Kortom, er staat voor veel voetbalsupporters een spannend weekend voor de deur. Spanning tot de laatste minuut behoort tot de mogelijkheden. Voor mij als verslaggever mag de beslissing ver in de blessuretijd vallen. Desnoods via een zeer omstreden winnende treffer. Maar daar zullen trainers, spelers en fans het waarschijnlijk niet mee eens zijn. We gaan het beleven.

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties
15mei/190

Steve Howell & Jason Weinheimer – History rhymes

De in Marshall, Texas, geboren zanger-gitarist Steve Howell was 13 jaar toen hij in 1965 kennis maakte met de countryblues van Mississippi John Hurt. Sinds die tijd heeft hij een grote voorliefde voor de (akoestische) gitaarblues van bluesmannen als Son House, Blind Wilie McTell, Robert Johnson, Rev. Gary Davis, Blind Willie Johnson en Blind Blake. Naast zijn liefde voor de folk- en countryblues is Howell beïnvloed door de (traditionele) jazz van o.a. Miles Davis, Bill Evans, Lester Young, Louis Armstrong, Jack Teagarden, Art Tatum, Count Basie, Duke Ellington en Wes Montgomery om maar een paar jazzgrootheden te noemen. Tijdens zijn tijd bij de US Navy was hij gestationeerd in Engeland (Wales) en speelde daar in folkclubs. Bij zijn terugkeer in de VS in 1977 trad hij veel op in Texas en Louisiana. Sinds 2006 verschijnen er regelmatig platen van hem, met o.a. zijn band The Mighty Men.

Jason Weinheimer is een veteraan in de muziekscene. Hij speelde bas in de bands van o.a. Shelby Lynne, Allison Moorer en Steve Howell & the Mighty Men. De laatste jaren was hij ook actief als producer van platen van o.a. John Moreland, Buddy Flett en Jim Mize.   

Vorige maand verscheen History rhymes, het nieuwe album van Steve Howell & Jason Weinheimer. Op dit album worden zij bijgestaan door gitarist Dan Sumner en multi-instrumentalist David Dodson,

Het album opent ontspannen met There’ll be some changes made, een swingjazzsong van Billy Higgins en Benton Overstreet uit 1921. Lekker ontspannen is daarna ook Harold Arlen en Johnny Mercer’s slowblues Blues in the night. Fraai zijn vervolgens de fingerpicking gitaarnoten in Shuckin’ sugar van Blind Lemon Jefferson. In de traditional, de folksong Jack of diamonds, speelt David Dodson zeer fraai mandoline en hij brengt de luisteraar daarna met zijn spel in de korte traditional Frosty morn in Keltische sferen. Intens is de vertolking van Rev. Gary Davis’ gospel If I had my way. Heerlijk jazzy is Everybody loves my baby, een jazzsong van Jack Palmer en Spencer Williams, ook ooit door Fats Waller en The Boswell Sisters opgenomen. Prachtig gitaarwerk in de beste traditie van Chet Atkins, Wes Montgomery en Joe Pass. Zeer ingetogen gezongen en subtiel begeleid is You don’t know me, een compositie van Cindy Walker en Eddie Arnold en vooral bekend geworden in de uitvoering van Ray Charles. Howell en Sumner gaan I got a right to sing the blues heerlijk fingerpicking met hun gitaren te lijf. Een zeer mooie uitvoering van de jazzstandaard van Ted Koehler en Harold Arlen. Texas Rangers – the falls of Richmond is een traditional. Howell draagt dit nummer op aan zijn overleden vader T.D. “Rusty” Howell en de senior Texas Rangers Glen Elliot, Max Womack en Bob Mitchell. Ook zijn achterooms Pete Miller (Texas Rangers) en Charlie Miller (Arizona Rangers) worden in deze song geëerd. Indrukwekkend mooi vertolkt. Huddie Ledbetter’s Titanic verhaalt over het schip die niet kon zinken, maar in 1912 toch verging. In deze song wordt ook het verhaal verteld van de zwarte wereldkampioen zwaargewicht Amerikaanse bokser Jack Johnson, die niet mee mocht op de Titanic. Het album eindigt met de laidback countryblues Pine Bluff, Arkansas van Bukka White. Een heerlijke ruim 6 ½ minuut durende ontspannende versie.

Conclusie: Liefhebbers van intieme en ontspannen country blues en jazz moeten dit album onmiddellijk aanschaffen.

Tracks:

  1. There’ll be some changes made
  2. Blues in the night
  3. Shuckin’ sugar
  4. Jack of diamonds
  5. Frosty morn
  6. If I had my way
  7. Everybody loves my baby
  8. You don’t know me
  9. I got a right to sing the blues
  10. Texas Rangers – The Falls of Richmond
  11. Titanic
  12. Pine Bluff, Arkansas

Line-up

  • Steve Howell – zang, archtop en flattop gitaar
  • Jason Weinheimer – bas
  • Dan Sumner – archtop gitaar
  • David Dodson – mandoline, banjo

 

13mei/190

De erehaag

Een voetbalicoon nam afgelopen zondag afscheid. Vriend en vijand (voor zover die er zijn) pinkten een traantje weg. Met het stoppen van Robin van Persie is de Nederlandse voetbalwereld er minder leuk op geworden. Maar aan alle mooie dingen komt een eind. Meer dan terecht dat er die middag in de Kuip een prachtige erehaag werd gevormd voor deze balkunstenaar.

Net als de spelers van ADO Den Haag die in de erehaag voor van Persie stonden, deden de spelers van WDS dat een dag daarvoor ook voor aanvang van de wedstrijd in het Groenhovepark voor hun tegenstander. Een mooi eerbetoon voor kampioen Gouda. Als ‘beloning’ bezorgden de bezoekers Gouda de eerste thuisnederlaag. Niet geheel onterecht trouwens dat ze de punten meenamen.

Zondag zag ik een soms flitsend TAC ’90 een gehavend maar dapper strijdend ONA een voetbaldraai om de oren geven. Na het laatste fluitsignaal vloeide de champagne bij de Hagenaars om het kampioenschap te vieren. Maar niet voordat de teleurgestelde ONA spelers hun tegenstanders hartelijk hadden gefeliciteerd. Een mooi sportief gebaar en getuigend van respect voor je tegenstander. Respect voor je tegenstander, daar kunnen de Gele Hesjes die telefonerend en weigerend om tegenstander Mark Rutte de hand te schudden nog een voorbeeld aan nemen.

Voor het mooiste Goudse sportmoment van het afgelopen weekend moest je zondag in Ede zijn. Nadat ze zaterdagavond een 3e wedstrijd hadden afgedwongen, veroverden de vrouwen van GZC DONK in het hol van de leeuw de landstitel door in een zinderende finale regerend kampioen Polar Bears te onttronen. Dit inspireerde de mannen van GZC DONK ongetwijfeld, maar die moeten nog stevig aan de bak. Binnenkort een dubbele erehaag in het Groenhovenbad? Ik ga er dan gewoon in staan!

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties
9mei/190

Johnny Rae Lee – Reflections

De Canadese blueszanger, -gitarist en songwriter Johnny Rae Lee is geboren op 19 mei 1973 in Toronto. Zijn stijl is een combinatie van authentieke en hedendaagse blues, zowel elektrisch als akoestisch. Omdat hij vindt dat je de blues heel jong moet leren begrijpen maakt hij op jonge leeftijd een muzikale studiereis naar Mississippi en New Orleans. Behalve ‘rondhangen’ speelt hij met lokale muzikanten uit Mississippi en New Orleans. Na zijn terugkeer in  Canada blijft hij de blues spelen in de lokale clubs van Toronto. In 2000 wordt hij door Eco Art uitgenodigd om deel te nemen aan ‘Young International Talents’ en maakt een kleine tour door Italië. Van 2005 – 2010 speelt hij met een aantal muzikale vrienden in de Rolling Papers Blues Band op verschillende bluesfestivals. Ze staan o.a. ook in het voorprogramma van Eric Bibb en Poppa Chubby.

In 2016 komt zijn debuutalbum Stories uit, een album met 10 akoestische en elektrische bluessongs met verschillende levensverhalen en –ervaringen. Zo schreef Lee het nummer Dreaming net na de terroristische aanslagen van 2015 in Parijs.

Het nieuwe album van Johnny Rae Lee & The Blues Boys heet Reflections. The Blues Boys zijn de musici die Lee in de late jaren ’90 heeft ontmoet, drummer Corrado Della Luna, die ook op Stories speelt, en bassist Dario Iovino. Roberto Gianni speelt op het nieuwe album keyboards.

Het album opent relaxed met het verhaal van ‘the pride of old Tennessee’, de haan Mr. Roy.

Lekkere relaxte blues met akoestisch en elektrisch gitaarwerk. Fraai en fel gitaarwerk is te horen in het funky Drive the blues away. De ritmesectie is prima en dat is ook zo in het uptempo rockende Release me. Organist Roberto Gianni meldt zich in de heerlijke slowblues Upside down, met snijdende gitaarsolo’s van Lee. Brother is een echt bandnummer waarin Lee verhalen uit zijn jeugd ophaalt. Een van de mooiste songs is As I watch you grow, met een akoestisch gitaarintro en mooie mondharpsolo’s. Na de boogie Travelling man waaiert de mondharp weer naast de elektrische gitaarsolo’s in de soulblues Blues in your soul. Older is weer een prachtige slowblues met orgel en gitaar. Het slotnummer, het funky Blues on you wordt gedragen door de strakke ritmesectie waarover Lee weer een spetterende gitaarsolo uitstort.

Conclusie:  Johnny Rae Lee & The Blues Boys hebben mij met Reflections prettig verrast. Een lekker album.

Tracks:

  1. Roy
  2. Drive the blues away
  3. Release me
  4. Upside down
  5. Brother
  6. As I watch you grow
  7. Travelling man
  8. Blues in your soul
  9. Older
  10. Blues on you

Line-up:

  • Johnny Rae Lee – gitaar, zang
  • Dario Iovino – bas, double bas, harmonica
  • Corrado Della Luna – drums
  • Roberto Gianni – keyboards
6mei/190

VV Benschop

In 40 jaar kan er heel veel veranderen. Afgelopen vrijdagavond was ik in mijn geboorteplaats Benschop. Nu rij ik wel vaker door het dorp, maar bij de plaatselijke voetbalvereniging was ik in geen 40 jaar geweest. Ik heb daar in de jaren ’70 van de vorige eeuw een aantal jaren met heel veel plezier gespeeld. Begonnen als (destijds) snelle linksbuiten, maar toen een elftal een keer een keeper nodig had ben ik daar ingevallen. En sindsdien was ik de vaste keeper van Benschop 5. En al zeg ik het zelf, ik kon vrij goed een balletje tegenhouden.

Vrijdagavond was ik dus na jaren weer bij de VV Benschop. Ik had mijn jongste broer meegenomen want die kende ongetwijfeld meer mensen bij de jubileumreceptie dan ik. Vol bewondering heb ik het sportcomplex bekeken. Een mooi clubhuis, een prachtige overdekte tribune, fraaie kleedkamers en een heuse businessruimte. Daar waar in de oertijd van het voetbal in Benschop eerst de koeien van het veld moesten worden gejaagd en de vlaaien verwijderd, beschikt Benschops voetbaltrots nu over een kunstgrasmat.

Zoals ik al vreesde herkende ik nog maar heel weinig mensen, maar dat kon de pret niet drukken. De naam van Hans Kraay sr, de eerste trainer die Benschop 1 meteen naar het kampioenschap leidde, zoemde rond op de druk bezochte receptie ter ere van het 50-jarig bestaan van VV Benschop.

Er is na mijn voetbalperiode heel veel veranderd maar wat gebleven is is het enorme enthousiasme van de clubleden. De club bruist en leeft als nooit tevoren.

‘VV Benschop, een dorpsclub die al 50 jaar midden in de samenleving staat’, staat met grote letters in de speciale jubileumkrant. Een waarheid als een koe. Je zou er bijna weer gaan voetballen.

 

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties
30apr/190

Hans Theessink – 70 Birthday bash

Zanger-gitarist Hans Theessink (5 april 1948, Enschede) loopt al heel lang mee in de muziekscene. Begin jaren ‘60 raakt hij aangestoken door de blues en deze muziek heeft hem sindsdien niet meer losgelaten. In zijn begintijd treedt hij met een vriendenband op in Enschede en omgeving en in Duitsland en in 1970 maakt hij zijn eerste plaatopname. Begin jaren 80 verhuist Theessink naar Wenen waar hij sindsdien met zijn vrouw woont.

Op 5 april 2018 werd Hans Theessink 70 jaar. Om dit heuglijke feit te vieren nodigde hij een groot aantal muzikale vrienden uit Europa en de VS uit om dit met hem te vieren. Op 4,5,6 en 7 april 2018 vonden in het Wiener Metropol de Birthday Bash Konzerten plaats. De musici die met Theessink optraden waren o.a. zijn eigen band Blue Groove, The Blind Boys of Alabama, tubaspeler Jon Sass, het oorspronkelijk uit Zimbabwe afkomstige trio Insingizi, de Oostenrijkse zangeressen Meena Cryle en Sassy Holzinger, de Deense zanger-gitarist Knud Moller, de Britse jazzzangeres Dorretta Carter en de Zeeuwse bluesband Champagne Charlie.

Op 5 april jl. verschenen deze opnamen op het dubbelalbum 70 Birthday bash. Cd 1 opent met Stormwarning een akoestische blues met een groot J.J. Cale gehalte. Na Jimmy Reed’s Honest I do, speelt Gait Klein Kromhof van Champagne Charlie een fraaie slepende mondharp in Vicksburg is my home. In Willie Dixon’s Built for comfort is de tuba van Jon Sass lekker en de slide van Theessink in Walking the dog van Rufus Thomas mag Meena Cryle haar niet geringe vocale kwaliteiten laten horen in Sam Cooke’s Change is gonna come. Jon Sass is weer op dreef in Cocaine blues. Een van de hoogtepunten van het album is Jesus on the mainline, een prachtige vertolking van de gospelsong van Ry Cooder met vocale hoogstandjes van Dorretta Carter en de uit Grenada afkomstige zanger Alee Thelfa. Insingizi is weer prominent te horen in Set me free en het Zuid Afrikaans getinte Zambezi. The Blind Boys of Alabama zingen de gospels Uncloudy day en Hank William’s I saw the light naar grote hoogten. Cd 1 eindigt met de klassieke gospel Will the circle be unbroken, met een absolute hoofdrol van Dorretta Carter.

Champagne Charlie is te gast in Running home, het openingsnummer van cd 2, daarbij geassisteerd door Insingizi. Na het melodieuze gitaarspel van Chris Fillmore in Leaving at daybreak voert de gospelzang van Insingizi weer de boventoon in Old man trouble. Vervolgens zingt Theessink een duet met Sassy Holzinger in If I needed you, de klassieker van Townes van Zandt. Champagne Charlie horen we weer in Stop that Alabama bus, de protestsong die gospelzanger Brother Will Hairston in 1956 schreef naar aanleiding van de boycot die ontstond toen de Amerikaanse burgerrechtenactiviste Rosa Parks in de bus weigerde haar zitplaats af te staan aan een blanke. Man with a broken heart is een mooie Willie Nelson achtige countrysong met Knud Moller die vervolgens een mooi duet aangaat met Theessink in het o.a. door Cab Calloway onsterfelijk gemaakte St. James infirmary. Na het heel korte Sabela met Insingizi gaat men op de Duits/Oostenrijkse toer in Awarakadawara en Lindschi met de Oostenrijkse singer-songwriter Ernest Molden en de Oostenrijkse zanger en mensenrechtenactivist Willie Resetarits. Kris Kristofferson’s Help me make it through the night is vertaald naar Gö du bleibst heut Nacht bei mir, In Sweet home Chicago neemt Sissy Holzinger, begeleid door o.a. Champagne Charlie, de vocalen weer voor haar rekening. In Glory of love is Milica Theessink in de backing vocals te horen. De gospelblues Slow train is een fraai slotakkoord.

Conclusie:  Birthday bash uit 2009 heeft in het album 70 Birthday bash een meer dan voortreffelijke opvolger gekregen. Wacht a.u.b. weer geen 10 jaar Hans voor je weer met zo’n prachtig ‘verjaardagsalbum’ komt.

Tracks cd 1:

  1. Stormwarning
  2. Honest I do
  3. Vicksburg is my home
  4. Built for comfort
  5. Walking the dog
  6. Change is gonna come
  7. Cocaine blues
  8. Jesus on the mainline
  9. Set me free
  10. Zambezi
  11. Uncloudy day
  12. I saw the light
  13. Will the circle be unbroken

Tracks cd 2:

  1. Running home
  2. Leaving at daybreak
  3. Old man trouble
  4. If I needed you
  5. Stop that Alabama bus
  6. Man with a broken heart
  7. James infirmary
  8. Sabela
  9. Awarakadawara
  10. Lindschi
  11. Gö du bleibst heut Nacht bei mir
  12. Sweet home Chicago
  13. Glory of love (feat. Milica Theessink)
  14. Slow train
29apr/190

Petanque

Deze weken verkeert de Goudse sportwereld grotendeels in een comateuze toestand. Een aantal competities is geëindigd en een aantal teams is zich aan het opwarmen voor de nacompetitie. Veel voetbalsupporters hebben helemaal niets om handen. Nauwelijks wedstrijden en om nu naar een training te gaan kijken lijkt mij niet voor de hand te liggen. Sommige voetbalverenigingen dubben nog of ze moeten overstappen van het zondag- naar het zaterdagvoetbal. De KNVB heeft een einddatum gesteld waarop gekozen moet worden, maar het zou mij niet verbazen als die ook weer ter discussie komt te staan. Het gezegde luidt dat niets veranderlijker is dan het weer, maar de wegen van de KNVB komen daar toch verdacht dicht bij in de buurt. Waarom moet ik hierbij toch steeds denken aan de Brexit?

Een van de sportclubs waar in het weekend wel wat te beleven was is de Petanque Vereniging Gouda. De vereniging die vroeger Jeu de Boules Vereniging Gouda heette heeft in 2016 haar naam aangepast. Met deze naamswijziging wilde men o.a. de vergrijzing tegen gaan. Afgelopen zondag was er een mini-maxi toernooi. En het viel mij op dat de jeugdige belangstelling behoorlijk was. Er werd me zelfs gewezen op een groot jeugdtalent dat  geconcentreerd stond te spelen.

Volgens een enthousiaste voorzitter Thom Dessing groeit de vereniging als kool en dreigt uit zijn jasje te scheuren. De Petanque Vereniging Gouda heeft goede ideeën en wil ook een meer maatschappelijke rol gaan spelen. Wat zou het dan mooi zijn als de club haar uitbreidingsplannen kan verwezenlijken. Maar dan moeten eerst nog een aantal betrokken partijen tot overeenstemming komen. Ik zeg dan, waar een wil is is een weg. Dan kan het 35-jarig bestaan van de club in 2020 extra feestelijk worden gevierd.

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties
22apr/192

Hangouderen

‘Gerrit we komen zeker wel in jouw nieuwe sportcolumn’ werd me deze week lachend toegeroepen door de ‘mannen op de markt’. En ik kreeg meteen een tirade te horen over wat voor onrecht hun was aangedaan. Ze staan al jaren voor de Waag maar mogen daar nu niet meer staan van Stadstoezicht. Er werd zelfs met bekeuringen gedreigd.

Ik ga wekelijks twee keer een babbeltje maken met deze zgn. hangouderen. Dan nemen we de hele wereldproblematiek even door en ook de Goudse sportwereld, want van dat laatste weten ze heel veel. De verhalen van vroeger toen ze zelf voetbalden voeren natuurlijk de boventoon.

Maar de oudjes moeten weg. Vrijdag jl. zag ik ze niet meer staan op hun plekje voor de Waag, maar ergens anders. Toch gezwicht? Ik vraag me trouwens net als zij af op welke rechtsgrond ze weggestuurd zijn. Ik heb de APV er op nagelezen, maar ik heb het niet kunnen vinden. Ze doen geen mens kwaad en staan ook niemand in de weg. Verstoring van de openbare orde lijkt me niet aan de orde. De mannen van Stadstoezicht kunnen beter overdag op de Kleiweg en de Korte Groenendaal al die fietsers gaan bekeuren.

Behalve van de mannen op de Markt krijg ik vaker reacties op mijn sportcolumns. ‘Herr Schienkel, dat heb je weer mooi gezegd’. Compliment van Harold Weeber Münker  Harold was een bekende in de  Goudse sportwereld en jarenlang een trouwe vrijwilliger van de Goudse Mixed Hockey Club. Twee weken geleden stond ik nog een harinkje met hem te happen maar vorige week overleed hij plotseling. Bij zijn uitvaartdienst vrijdag jl. bleek maar weer eens hoe geliefd hij was bij de Goudse hockeyclub. Harold ist tot. Scheisse.

foto Pim Mul

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant 2 Reacties