Gerritschinkel.nl Columns & meer

17mei/220

Barry Hay & JB Meijers – Fiesta de la vida

Barry Hay is als zanger van Golden Earring sinds het stoppen van de wereldberoemde Haagse band in 2021 helaas noodgedwongen met pensioen. Hij woont sinds 2007 voornamelijk op Curaçao, maar hij is niet verloren voor de muziekscene. Muziek maken en optreden doet hij gelukkig nog steeds. Bijvoorbeeld met multi-instrumentalist JB Meijers (o.a. De Dijk, The Common Linnets, Acda & de Munnik). In 2019 maakten Hay en Meijers het album For you baby, en op 22 april jl. verscheen hun 2e album Fiesta de la vieda, een album met tien covers en vier eigen nummers.

Het openingsnummer Spirit in the sky is de gospelachtige song van Norman Greenbaum uit 1969. Hay en Meijers brengen een stevige versie, inclusief de fuzzy gitaar en de backing vocals. Het in januari al op single uitgebrachte Unconditionally begint rustig maar evolueert na een halve minuut in een energiek rockend nummer met zonnige Caraïbische invloeden. Tanita Tikaram ’s Twist in my sobriety is een heerlijke vlotte versie die je in Mexicaanse sferen brengt. Sterk is de zang van Hay in het funky reggae achtige met blazers en orgel versierde It’s not unusual, de hit van Tom Jones uit 1965. Apart is Magic carpet ride, de hit van Steppenwolf uit 1968. Een ‘springerig’ nummer met samenzang dat orkestraal en lichtelijk psychedelisch eindigt. Perfect stranger is een melodieuze gevarieerde rocker met een strakke ritmesectie en felle gitaarlicks. Don’t let the old man in is een fraai gezongen countrysong, een compositie van countryzanger Toby Keith uit de film The Mule van Clint Eastwood uit 2018. Hay is daarna helemaal in zijn element als rockzanger in het met overweldigende  arrangementen van Meijers toegeruste Dancing barfoot van Patty Smith uit 1979. Ook How much does it take to make you love me rockt uptempo lekker weg met zeer felle gitaarlicks. Taken in is een cover van Mike + The Mechanics uit 1986, een door piano en mooie arrangementen gedragen ballad. Fraai zijn de baslijnen, de percussie naast de bijtende gitaarlicks in het uit 1983 stammende Indian ropeman van Richie Havens. Het is weer volop rocken in 20th Century boy van T-Rex, waar de geest van Marc Bolan rondwaart. Met het door velen gecoverde You never can tell van Chuck Berry weten Hay en Meijers ook raad en ze toveren hier een enerverende met tex mex saus overgoten versie uit de hoge hoed. Het ook al eerder op single uitgebrachte titelnummer Fiesta de la vida is een feestelijke afsluiter met het Mariachi orkest dat een heerlijke Mexicaanse met een Caraïbisch sausje overgoten sfeer creëert.    

Conclusie:

Fiesta de la vida is een geïnspireerd en feestelijk album waar het muzikale plezier van afdruipt. Ik kan me voorstellen dat velen uitkijken naar het concert dat de heren op 5 november a.s. in de Ziggodome zullen geven. Naast een echt Mexicaans Mariachi-orkest zal dan ook special guest Danny Vera acte de presence geven.  

Tracks cd:

  1. Spirit in the sky
  2. Unconditionally
  3. Twist in my sobriety
  4. It’s not unusual
  5. Magic carpet ride
  6. Perfect stranger
  7. Don’t let the old man in
  8. Dancing barefoot
  9. How much does it take to make you love me
  10. Taken in
  11. Indian ropeman
  12. 20th Century boy
  13. You never can tell
  14. Fiesta de la vida
10mei/220

Edgar Winter – Brother Johnny

Het is op 16 juli a.s. acht jaar geleden dat de op 23 februari 1944 in Beaumont, Texas, geboren bluesgitarist en -zanger Johnny Winter vier dagen na een optreden op het Lovely Days Festival in Wiesen, Zwitserland, overleed.

Johnny Winter speelt vanaf 1959 in verschillende onbekende bandjes. In 1968 komt zijn doorbraak als hij door het blad Rolling Stone samen met Janis Joplin wordt uitgeroepen tot een van de grote beloften in de rockmuziek. In dat jaar verschijnt ook zijn debuutalbum The progressive blues experiment. In 1977 gaat hij samenwerken met Muddy Waters en in de jaren ’80 maakt hij bluesrock in een eigen stijl. In de jaren ’90 gaat zijn fysieke gestel sterk achteruit (o.a. drank en drugs), maar hij blijft optreden tot hij in 2014 op 70-jarige leeftijd overlijdt.

Edgar Winter is de jongere broer van Johnny Winter (28 december 1946, Beaumont, Texas). Hij is een multi-instrumentalist en speelt o.a. saxofoon en verschillende toetseninstrumenten. Eind jaren ’60 begeleidt hij zijn broer Johnny en zij treden samen op tijdens het Woodstock Festival in 1969. In 1972 richt hij The Edgar Winter Group op en scoort een hit met Frankenstein.    

Op 15 april jl. verscheen het album Brother Johnny, waarop Edgar Winter een ode brengt aan zijn overleden broer. Op dit album weet Edgar zich omringd door een groot aantal gerenommeerde muzikanten die Johnny hebben gekend of door hem zijn geïnspireerd.

Het album opent met Mean town blues, een dampende bluesrocker met virtuoos (slide) gitaarwerk van Joe Bonamassa. Vlammende gitaarlicks van Kenny Wayne Shepherd zijn daarna te horen in Alive and well. Keb’ Mo’ levert fantastisch werk af in de prachtige countryblues Lone star blues, een compositie van Edgar en dat ook op single is uitgebracht. Billy Gibbons (ZZ Top) en Derek Trucks vechten spetterende gitaarduels uit in I’m yours and I’m hers. Joe Walsh (Eagles) neemt in Johnny B. Goode van Chuck Berry de leadvocals voor zijn rekening. In deze daverende versie is David Grissom (o.a. bekend van zijn werk met John Mellencamp), gitaristisch in topvorm naast de hamerende piano en de altsaxsolo van Edgar. Rustiger gaat het er aan toe in Stranger, een ballad met Joe Walsh op gitaar, Ringo Starr op drums en zang van Michael McDonald. Bob Dylan’s Highway 61 rockt weer stevig weg met de virtuoze gitaarlicks van Kenny Wayne Shepherd en John McFee (Doobie Brothers). Steve Lukather (Toto) verrast met een door merg en been gaande gitaarsolo in Rick Derringer’s bekende jaren ’70 rocker Rock ‘n‘ roll hoochie koo. When you got a good friend van Robert Johnson is een prachtige countryblues met fraai gitaarwerk van Doyle Bramhall II. Edgar schreeuwt het uit naast de felle gitaarsolo’s van Phil X (Bon Jovi) in de Stones klassieker Jumpin’ Jack Flash. Taylor Hawkins, de onlangs overleden drummer van Foo Fighters is de vocalist in Guess I’ll go away met Doug Rappoport,(bekend van zijn tournees met Edgar Winter en Rick Derringer), op gitaar. Drown in my own tears is een emotionele ballad met Edgar op piano en sax. Joe Bonamassa voert het tempo weer fel op in Self destructive blues. Warren Hayes’ (Gov’ Mule) gitaar vlamt in de funky bluesrocker Memory pain. Het klassieke Stormy Monday blues (T-Bone Walker) is een fraaie bluesballad met piano en een lyrische gitaarsolo van Robben Ford. Bobby Rush is top met zijn scheurende mondharp in het door Muddy Waters bekend geworden Got my mojo workin’. Het eerbetoon eindigt met End of the line, een nieuwe pianoballad van Edgar, versierd met strijkers van David Campbell.

Conclusie: Brother Johnny is een zinderend eerbetoon van een sterrenensemble aan gitaarvirtuoos Johnny Winter,

Tracks cd:

  1. Mean town blues
  2. Alive and well
  3. Lone star blues
  4. I’m yours and I’m hers
  5. Johnny B. Goode
  6. Stranger
  7. Higway 61 revisited
  8. Rock ‘n ‘ roll hoochie koo
  9. When you got a good friend
  10. Jumpin’ Jack Flash
  11. Guess I’ll go away
  12. Drown in my own tears
  13. Self destructive blues
  14. Memory pain
  15. Stormy Monday blues
  16. Got my mojo workin’
  17. End of the line
9mei/220

De tijd van beslissingen is aangebroken

De spanning in het amateurvoetbal neemt met de week toe. De eerste beslissingen zijn al gevallen in de Goudse regio. Het feit dat er deze jaargang in de 4e klasse maar liefst vier teams rechtstreeks degraderen hakt er in. Afgelopen zaterdag zijn de eerste degradanten al bekend geworden en komende weken zal voor onze regioclubs Moordrecht, ASW en Bodegraven het doek ook snel vallen vrees ik.

Hoofdklasser Jodan Boys zal zich met nog vier wedstrijden te gaan geen degradatiezorgen meer hoeven te maken. In de 3e klasse A leek FC Oudewater onbedreigd op het kampioenschap af te stevenen, maar na twee opeenvolgende nederlagen neemt hier de spanning weer toe en zijn er zelfs voor CVC Reeuwijk weer mogelijkheden.

Gouda deed zaterdag wat het moest doen, winnen van Be Fair en staat nu weer boven de fatale streep. En  is ook de 3e periodetitel niet uit zicht, een titel waar GSV in 4C ook nog stiekem op mag blijven hopen.

Op zondag zit 1e klasser Olympia nog steeds in het moeras en de kans om PD wedstrijden te ontlopen is er met de 6-1 nederlaag van zondag jl. ook niet groter op geworden. Hillegersberg en CVV Zwervers zijn nog binnen bereik en die twee teams komen de Olympianen nog tegen. Na a.s. donderdag zal wellicht iets meer duidelijk worden, gezien de wedstrijden die dan op het programma staan.

DONK staat zo stevig op de 2e plaats in de 2e klasse C dat het zich al kan richten op promotiewedstrijden. En wie weet komen ze dan stadgenoot Olympia tegen.

Grote zorgen zijn er voor RVC ’33 dat na de cruciale nederlaag tegen concurrent ESTO de achterstand tot de veilige 10e plaats tot vijf punten zag oplopen. De stormvaan is gehesen op Kaagjesland.   

5mei/220

Ann Peebles & the Hi Rhythm Section – Live in Memphis

De Amerikaanse soulzangeres en songwriter Ann Peebles wordt geboren op 27 april 1947 in Kinloch, Missouri. Ze begint als kind te zingen in het koor van de kerk van haar vader. Met het Peebles Choir speelt ze met andere familieleden in het voorprogramma van gospelsterren als Mahalia Jackson en van de gospelgroep The Soul Stirrers waar o.a. ook Sam Cooke deel van uitmaakt. Peebles, die  beïnvloed wordt o.a. Muddy Waters, Mary Wells en Aretha Franklin, begint daarna met op te treden in clubs in St. Louis. Medio jaren ’60 sluit ze zich aan bij de revue van bandleider Oliver Sain. Al snel wordt ze ontdekt en krijgt ze via producer Willie Mitchell een platencontract bij Hi Records. In 1969 verschijnt haar debuutalbum This is Ann Peebles, de jaren daarna gevolgd door een aantal succesvolle albums en singles. Wegens gezondheidsproblemen is Ann Peebles in 2012 gestopt met optredens. In 2014 wordt ze opgenomen in de Memphis Music Hall of Fame.

Op 7 februari 1992 trad Ann Peebles met The Hi Rhythm Section op in Memphis, Tennessee, tijdens An Evening of Classic Soul. Dit concert (voorzover bekend de enige live-opnamen van Peebles & The Hi Rhythm Section die er zijn) is eind april uitgebracht op het door David Less geproduceerde album Live in Memphis.

Het album opent vlot met If I can’t seen you, een song van haar album The handwriting on the wall uit 1978, gevolgd door het funky door Clay Hammond geschreven Part time love, tevens een single uit 1970. Didn’t we do it is een schitterende, door Bernard Miller, Billy Always en Willie Mitchell geschreven gevoelige soulballad. Fantastisch is de zang van Peebles in het door Al Jackson jr. geschreven I feel like breaking up somebody’s home, dat in 1971 een grote hit was. Daarna volgen twee songs van Earl Randle. Allereerst Peebles’ bekende hit I’m gonna tear your playhouse down uit 1972, een song die ook door o.a. Paul Young (1984) en Graham Parker & the Rumour (1977) op de plaat werd gezet. Heerlijke blazers die ook te horen zijn in I didn’t take your man. Ann Peebles is in absolute topvorm in de fantastische soulballad (You keep) me hangin’ on (niet te verwarren met de wereldhit van The Supremes uit 1966). Let your love light shine is groovy funky gospelsoul. Het album eindigt met I can’t stand the rain, het bekendste nummer en grootste hit van Ann Peebles uit 1973. Velen hebben dit nummer gecoverd, zoals Ike & Tina Turner, Lowell George en Janis Joplin. Een prachtig slotakkoord.     

Conclusie: Live in Memphis is een zeer fraai album. Memphis soul van grote klasse.

Tracks cd:

  1. If I can’t see you
  2. Part time love
  3. Didn’t we do it
  4. I feel like breaking up somebody’s home
  5. I’m gonna tear your playhouse down
  6. I didn’t take your man
  7. (You keep) me hangin’ on
  8. Let your love light shine
  9. I can’t stand the rain

Line up:

  • Ann Peebles – zang
  • Leroy Hodge – bas
  • Charles Hodges – keyboards
  • Howard Grimes – drums
  • Thomas Bingham – gitaar
  • David J. Hudson – backing vocals
  • Tina Crawford – backing vocals
  • John Sangster – saxofoon
  • Anthony Royal – trompet
  • Dennis Bates – trombone
2mei/220

Buitenspel?

De buitenspelregel blijft de gemoederen in de voetbalwereld flink bezighouden. Met de invoering van de videoscheidsrechter een aantal jaren geleden dacht men dat het Ei van Columbus was gevonden. Maar bij het noemen van het woord VAR gaan bij velen de haren recht overeind staan. En het beroemde wegwerpgebaar van Dick Advocaat voor de tv-camera komt nog regelmatig langs.

Er is veel onduidelijkheid over de buitenspelregel, De wijzigingen die deze regel de afgelopen jaren heeft ondergaan heeft het er voor de scheidsrechter en zijn assistenten niet gemakkelijker op gemaakt. Laat staan voor de supporters en de tv-kijkers die bijkans gek worden van het millimeterwerk dat bepaalt of een treffer goedgekeurd of afgekeurd wordt.

Marco van Basten heeft jaren geleden gepleit voor afschaffing van de buitenspelregel. Het voetbal zou er beter van worden. Tegenstanders roepen dat met de afschaffing van de buitenspelregel een wezenlijk element van het voetbalspel wordt geëlimineerd. En wat zou het nut van de grensrechter dan nog zijn?

Zaterdagmiddag deed ik verslag van de wedstrijd GSV – Floreant. De thuisploeg dacht vijf minuten voor tijd de mogelijk winnende treffer te hebben gescoord. De spelers omhelsden elkaar en waren door het dolle heen en de scheidsrechter liep al richting middenstip. Ik had de treffer al gemeld toen tot verbijstering van GSV het doelpunt door de scheidsrechter na een paar minuten alsnog werd geannuleerd. Hij was toch naar zijn assistent gelopen die stond te vlaggen alsof het Vlaggetjesdag was. Buitenspel was het Salomonsoordeel, maar daar begreep niemand iets van. En als ik dan maandagmorgen in de krant lees dat een speler van Floreant zegt dat het geen buitenspeldoelpunt was kan ik begrijpen dat men bij GSV razend was. Eerlijkheid  is soms ver te zoeken.   

29apr/220

Albert Castiglia – I got love

Blueszanger en –gitarist Albert Castiglia wordt op 13 augustus 1969 in New York City geboren als zoon van een Cubaanse moeder en een Italiaanse vader. Als hij vijf jaar oud is verhuist de familie Castiglia naar Miami, Florida. Hij leert op zijn 12e gitaar spelen. In 1990 gaat hij deel uitmaken van The Miami Blues Authority en in 1997 wordt hij door The Miami New Times uitgeroepen tot ‘best blues gitarist in Miami’. Tot de dood van Junior Wells in 1998 speelt Castiglia lead-gitaar in diens band. Daarna speelt hij o.a. met Aron Burton, Pinetop Perkins, Melvin Taylor, Sugar Blue, Phil Guy, Ronnie Earl, Billy Boy Arnold, Ronnie Baker Brooks, John Primer, Jerry Portnoy, Larry McCray, Eddy Clearwater, Otis Clay en Lurrie Bell. In 2004 verschijnt zijn eerste soloalbum Burn. 

Onlangs kwam er weer een nieuw album van Castiglia uit. Dit album, I got love, is ook nu weer geproduceerd door Mike Zito en opgenomen in diens studio. Tien van de elf songs zijn geschreven door Castiglia zelf of samen met anderen.

Het album opent met het titelnummer I got love, een keiharde gitaarrocker met een hoog ZZ Top gehalte. De vaart blijft er daarna goed in met het stevige funky Don’t pray with the devil en de harde funky rocker Burning bridges, met felle gitaarlicks, orgelflarden en een strakke ritmesectie. Melodieus en lyrisch is het gitaarspel van Castiglia in Sanctuary. Na het felle Double down pakt Castiglia uit met vet slidespel in het zinderende Long haul daddy. What’s wrong with you is een midtempo bluesrocker met een stampende ritmesectie en felle gitaarlicks. De enige cover op het album is Melvin Taylor’s Depression blues, een fraaie funky versie met veel wah wah gitaar. Striemend is Castiglia’s gitaarwerk in het zompige Freedomland. De invloeden van Stevie Ray Vaughan zijn aanwezig in You don’t know hell. Het slotnummer Take my name out of your mouth is een straffe slowblues met vette slide, sterke zang en een tinkelende piano.

Conclusie: Liefhebbers van stevige melodieuze recht toe recht aan bluesrock kunnen hun hart ophalen aan dit sterke album.

Tracks cd:

  1. I got love
  2. Don’t pray with the devil
  3. Burning bridges
  4. Sanctuary
  5. Double down
  6. Long haul daddy
  7. What’s wrong with you?
  8. Depression blues
  9. Freedomland
  10. You don’t know hell
  11. Take my name out of your mouth

Line up:

  • Albert Castiglia – zang, gitaar
  • Justine Tompkins – bas, zang
  • Ephraim Lowell – drums, zang
  • Lewis Stephens – orgel, piano
25apr/220

Spannende weken

De voetbalcompetities lopen langzaam naar het einde. Het ziet er naar uit dat de jaargang 2021-2022 nu wel normaal kan worden beëindigd. De spanning neemt wekelijks toe voor de Goudse clubs en dan worden soms ook noodmaatregelen getroffen. Zoals afgelopen zaterdag toen Jodan Boys angstgegner Achilles Veen ontving, een tegenstander tegen wie zelden punten werden behaald. Dan zet je je laatste man in de spits en voilà, een driepunter! Of deze ‘truc’ de doorslag heeft gegeven weet ik niet, maar het vertrouwen in een goede afloop van de competitie lijkt mij toegenomen. Handhaving in de hoofdklasse is denk ik nu vrijwel zeker.

Gouda is bezig om na twee achtereenvolgende overwinningen uit de degradatiezone te ontsnappen. Optimisten dromen daar nu al van de 3e periodetitel. Dit mirakel is jaren geleden ook gebeurd en toen promoveerde Gouda naar de 1e klasse. Die enerverende zaterdagmiddag in mei 2008 in Nieuwerkerk a/d IJssel staat me nog goed voor de geest. Het fenomeen Pietje van Offeren met de winnende treffer. Dromen mag wat mij betreft hoor maar probeer eerst definitief uit de gevarenzone te raken.

GSV voetbalt ongedwongen gewoon lekker door en zal volgend jaar ook weer in de 4e klasse voetballen.

Dan de twee overgebleven Goudse zondagclubs. Voor Olympia en DONK zijn de belangen totaal verschillend. DONK wordt geen kampioen en heeft zijn blik op de 2e plaats gericht om via de nacompetitie te proberen promotie af te dwingen om volgend seizoen in de 1e klasse op zaterdag te gaan spelen. Daar zouden ze dan stadgenoot Olympia kunnen treffen, maar dan moet Olympia zich wel handhaven en dat zal nog een hele klus worden vrees ik. Op PD-wedstrijden zit men aan de Bodegraafstraatweg ongetwijfeld niet te wachten.

Het worden spannende weken.

22apr/220

Ken Newman – What am I afraid of

Ken Newman is een singer-songwriter-gitarist uit San Francisco. Naast zijn optredens in een rockduo met drummer David Rabkin, geeft Newman ook akoestische shows als soloartiest in Noord-Californië.  

Deze maand verschijnt zijn debuutalbum What am I afraid of. Het album is geproduceerd door Scott Mickelson en opgenomen in diens studio in Mill Valley, California. Newman heeft het album opgedragen aan zijn moeder Estelle Newman. De teksten zijn veelal maatschappijkritisch en zijn bijgevoegd bij het album. 

Het openingsnummer What am I afraid of, een opwindende uptempo rocker, schreef Newman samen met Scott Mickelson, die op veel nummers ook gitaar en bas speelt. Van dit titelnummer is een indrukwekkende videoclip gemaakt die op internationale filmfestivals prijzen heeft gewonnen in de categorie Music Video. Nothing to see here is ook een  uptempo rocker met lekker gitaarwerk. Het tempo gaat daarna iets terug in de ballad Danny don’t go upstairs. Totaal anders is het jazzy Talk to you, met trombone en trompet en fraai pianospel van Brendan Getzell. Fraai zijn de gitaarlicks in het opwindende I can’t breathe. We should do this again is mooi ingetogen gezongen ballad met fraai pianospel van Adam Rossi. Het soms lichtelijk psychedelische Dreaming of guns en het uptempo met strak drumwerk van Frank Reina gelardeerde I’m your .45 zijn songs over (de verheerlijking van) het wapenbezit. Melodieus is de bijdrage van gitarist Dennis Haneda in Away from you. The fish song is geschreven door de eveneens uit San Francisco afkomstige singer-songwriter E.G. Phillips. De zang van Newman, die hier ook keyboards speelt, roept in dit nummer herinneringen op aan David Bowie. Het album sluit af met een prachtige ingetogen akoestische versie (alleen zang en gitaar) van I can’t breathe.

Conclusie: Mijn eerste kennismaking met Ken Newman is mij goed bevallen. What am I afraid of ie een mooi debuutalbum.

Tracks cd:

  1. What am I afraid of
  2. Nothing to see here
  3. Danny don’t go upstairs
  4. Talk to you
  5. I can’t breathe
  6. We should do this again
  7. Dreaming of guns
  8. I’m your .45
  9. Away from you
  10. The fish song
  11. I can’t breathe (acoustic)

Line up:

  • Ken Newman – gitaar, zang, keyboards (track 10)
  • Scott Mickelson – gitaar (track 1,2,3,5,7,8), bas (track 1,2,3,6,8,10), percussie (track 6), keyboards (track 7,10)
  • Frank Reina – drums (track 1,2,4,5,8,9)
  • Kyle Caprista – drums (track 3,7)
  • Lilan Kane – zang (track 4)
  • Brendan Getzell – piano (track 4)
  • Luke Kirley – trombone (track 4)
  • Dave Len Scott – trompet (track 4)
  • David Hayes – bas (track 4)
  • Kevin White – bas (track 5,7,9)
  • Adam Rossi – piano (track 6)
  • Dennis Haneda – gitaar (track 9)
20apr/220

Jack Bottleneck & Band – Cow country

Johan Venema, in muziekkringen beter bekend onder zijn artiestennaam Jack Bottleneck, is een zanger-gitarist uit Rinsumageest, (gemeente Dantumadeel), een dorp in de Friese Wouden. Bottleneck was voor mij ook een onbekende totdat ik in 2015 kennis maakte met zijn lovend ontvangen debuutalbum Lost and found. Een album met een authentieke en eigenzinnige mix van country, rauwe blues, bluegrass, folk en americana.

Jack Bottleneck deelde het podium met o.a. Danny Vera, Julian Sas, The Hackensaw Boys, Scott H Biram en Henhouse Prowlers. Sinds 2019 speelt hij met zijn vaste band, bestaande uit bassist Rob Taekema, sologitarist Herman Frank en drummer Johannes Blanksma, alle drie door de wol geverfde musici die het podium met vele grootheden hebben gedeeld.

Deze maand verscheen Cow country, het nieuwe album van Jack Bottleneck. Net als zijn voorganger bestaat zijn tweede langspeler ook uit covers. Slechts het titelnummer werd door Rob Taekema geschreven.

Het soepele openingsnummer Ain’t waitin’ is een van de drie covers van de betreurde Amerikaanse singer-songwriter Justin Townes Earle (1982 - 2020). Meteen valt de rauwe gruizige zang op. De stem van Bottleneck in Blind love van Tom Waits doet me behalve aan Waits ook denken aan Michael de Jong. Prachtig is ook de lyrische gitaarsolo. Rory Gallagher ’s boogie Loanshark blues is een live-uitvoering, met prominent drumwerk, keyboards en een felle gitaarsolo. Through the aches is een mooie bluesballad geschreven door de Zweedse singer-songwriter Daniel Norgren. Een van de hoogtepunten van het album is Who’s gonna shoe your pretty little feet, een traditional die voor het eerst in 1929 door de stringband Mc Cartt Brothers & Patterson werd opgenomen, maar vooral bekend is geworden in de uitvoering van Woody Guthrie. De uitvoering van Bottleneck en de zijnen is ook authentiek met fraai mandolinespel. Halfway to Jackson van Justin Townes Earle rockt lekker weg met felle gitaarsolo’s en fraaie basloopjes. Het titelnummer Cow country is het enige eigen nummer. Rob Taekema schreef deze prachtige ballad. De tweede cover van Daniel Norgren is uptempo met keyboards en aanstekelijk gitaarwerk. What ever turns you on is een song van de uit Virginia afkomstige bluegrassband The Hackensaw Boys. Mooi gezongen, droog drumwerk, flarden keyboards en een indringende gitaarsolo. Het album eindigt met een strakke versie van Christchurch woman, de derde cover van Justin Townes Earle.

Conclusie: Na Lost and found heeft Jack Bottleneck met Cow country wederom een authentiek en zeer smaakvol album afgeleverd.   

Tracks cd:

  1. Ain’t waitin’
  2. Blind love
  3. Loanshark blues (live)
  4. Through it aches
  5. Who’s gonna shoe your pretty little feet
  6. Halfway to Jackson
  7. Cow country
  8. What ever turns you on
  9. The sweet
  10. Christchurch woman

Line up:

  • Jack Bottleneck – zang, gitaar
  • Rob Taekema – bas, keyboards
  • Herman Frank – gitaar
  • Johannes Blanksma – drums
17apr/220

Mentaliteit

Opnieuw heeft een voetbalvereniging moeten besluiten een voetbalteam met onmiddellijke ingang terug te trekken uit de competitie. Selectiespelers van het standaardelftal van de Rotterdamse derdeklasser HOV/DJSCR hadden besloten te stoppen, en mede daardoor verloor het team zondag vorige week zondag met maar liefst 0 - 13 van GSC/ODS. De Dordtenaren waren trouwens blij dat ze, in tegenstelling tot die week daarvoor, nu zelf geen personele problemen hadden.

Wat is er aan de hand vraag je je af. Waar hebben we eerder gezien dat voetballers er midden in het seizoen geen zin meer in hebben en doodleuk de meest uiteenlopende smoesjes verzinnen om maar niet te hoeven spelen. Laat staan trainen, want als trainer moet je toch gek worden als je op een training maar 6 of 7 spelers ziet verschijnen. ONA kan er helaas ook over meepraten want ook hier zag het bestuur geen andere mogelijkheid dan de stekker er uit te trekken.

Maar het betreft niet alleen standaardelftallen. Eind vorig jaar trok Olympia hun tweede zondagteam terug. Veel spelers hadden geen zin meer begreep ik. En dan speel je notabene in de reserve hoofdklasse. Behalve dat terugtrekking de club duizenden euro’s kost, dupeer je ook je teamgenoten die wel graag een balletje willen trappen. En de gevolgen voor de tegenstanders zijn soms ook niet echt leuk.

Of het een probleem is van het zondagvoetbal weet ik niet. Zaterdagmiddag deed ik verslag van de wedstrijd GSV – Moordrecht. De bezoekers, die binnenkort een prachtige nieuwe accommodatie in gebruik hopen te nemen, hebben ook regelmatig grote moeite om een representatief elftal op te been te brengen hoorde ik uit betrouwbare bron. Men heeft zich nu al verzoend met degradatie naar de 5e klasse. 

Het zal de tijdgeest wel zijn. Maar begrijpen doe ik het eigenlijk niet.