Gerritschinkel.nl Columns & meer

22aug/121

Taneytown – Ashes to the wind

Het mooie van cd’s recenseren is dat je vaak geconfronteerd wordt met artiesten waar je of vaag van heb gehoord of die je totaal onbekend zijn. En ja hoor, ik werd vorige week weer verblijd met een juweeltje. De hoes van het album trok meteen al mijn aandacht en ook het boekje bevat prachtig artwork van de Amerikaanse kunstenaar Gary Schirmer.

Ik heb het over de nieuwe cd van een groep uit Groningen die zich vernoemd heeft naar een nummer van Steve Earle, Taneytown. En om maar meteen met de deur in huis te vallen, het is een schitterend album. Elf nummers, waarvan er negen geschreven zijn door zanger gitarist Edwin Jongedijk en gitarist Joost Prinsen. De twee covers zijn van Rod Picott (stray dogs) en van Eddy Rabbit (driving my life away). Junction 17 is op single uitgebracht en schijnt in het Noorden al een dijk van een hit te zijn. Nu de rest van Nederland nog. Het album is opgenomen in Groningen en in Harrisburg (USA).

Ashes to the wind is een lekker dynamisch veelal countryrockend album met invloeden van The Eagles, Tom Petty, Johnny Cash, Poco, Steve Earle en Bruce Springsteen. De stem van Jongedijk doet me constant denken aan The Boss. De ritmesectie, bassist Martin Wieringa en drummer Niek Stok dragen meer dan hun steentje bij aan de sound (luister maar eens naar ready for the ride). Gastrollen zijn er van Max Hunt (toetsen en hammond), Taco Veldman (mellotron), Adrian Farmer (banjo) en Dave Hadley (pedal steel en lap steel).     

Eindconclusie: Ashes to the wind is een schitterend album zonder inzinkingen. Draai de cd lekker hard. En om met Edwin Jongedijk te spreken, “as ik de kaans zol kriegen”, dan ga ik Taneytown zeker eens tijdens een concert beluisteren. Voor mij gaat er voorlopig niets boven Groningen.

Tracks:

1.      Ain’t your fool anymore

2.      Ready for the ride

3.      Until

4.      Quality time

5.      Junction 17

6.      Sunday morning

7.      Stray dogs

8.      Moving on

9.      Industrial rust

10.  Why feel lonely

11.  Driving my life away

Gearchiveerd onder: cd-recensies 1 Reactie
8jul/120

Renegade Creation – Bullet

Na hun debuut in 2010 heeft Renegade Creation onlangs een 2e album uitgebracht. Deze supergroep is een samenwerkingsverband tussen de gitaristen Robben Ford en Michael Landau, drummer Gary Novak en bassist Jimmy Haslip. Bandleden die stuk voor stuk hun sporen ruimschoots hebben verdiend in de muziekbusiness. Robben Ford begon in de jaren ‘70 in de Charles Ford Band en heeft daarna o.a. gewerkt met Miles Davis, Joni Mitchell, George Harrison en Greg Allman en ook succesvol met de Robben Ford Band. De erelijst van Michael Landau is zeker niet korter en hij werkte als sessiegitarist o.a. met Michael Jackson, Steve Perry, Seal, James Taylor en ook met Miles Davis.  Drummer Gary Novak begon al op 8 jarige leeftijd met drummen en drumde o.a. bij George Benson en in de band van Chick Corea. Jimmy Haslip is natuurlijk bekend als een van de oprichters van Yellowjackets en hij is een pionier op de 5-snarige elektrische bas.

Bullet, het 2e album van Renegade Creation telt 10 nummers. Een groot aantal van deze nummers (o.a. All over again, het titelnummer Bullet en On a mountain) wordt gekenmerkt door de gierende gitaren van Robben Ford en Michael Landau. De ritmesectie Novak/Haslip is een hechte tandem en legt overal de basis zodat Landau en Ford zich kunnen uitleven.

Het album bevat niet alleen recht toe recht aan bluesrock, maar het gaat er ook subtieler aan toe, zoals in de prachtige bluesballad Nazareth, in het lange Greedy life en in Older today. Een van de hoogtepunten van dit album is wat mij betreft People like me, een melodieus up-tempo nummer, met als basis de drums van Gary Novak.

Bullet, geproduceerd door de legendarische Ed Cherney (o.a. The Rolling Stones, Bonnie Rait en Bob Dylan), is een rootsy, bluesrockalbum dat het verdiend meer dan eens gedraaid te worden.

Tracks:

1.      All over again

2.      Bullet

3.      On a mountain

4.      Nazareth

5.      People like me

6.      Too much of nothin’

7.      Greedy life

8.      High and low

9.      Older today

10.  Saint and satan

Gearchiveerd onder: cd-recensies Geen reacties
8jul/120

Cameo Blues Band – 10.000 Hours

Het nieuwe album van de in 1978 in Toronto opgerichte bluesband Cameo Blues Band heet 10.000 Hours. De Canadese band, bestaande uit Ray Harrison (piano, hammond), John Bride (gitaar), John Dickie (zang), Mike Sloski (drums) en Tom Griffiths (bas) heeft weer een prima cd afgeleverd. Een cd met 7 eigen composities van de band en 4 covers

De band knalt er met Penguin walk meteen lekker hard in. Alsof we in de hoogtijdagen van de Haagse bluesband Livin’ Blues zijn beland. Het titelnummer is “vergeven” van de soulstem van John  Dickie en Ray Harrison op hammond. Het tempo wordt vervolgens in 21st Century rocket 88 verder opgevoerd. Een boogie in optima forma met wederom Ray Harrison, maar nu op piano. Pas bij track 4 (Plowin’ our row) gaat het tempo enigszins omlaag met een mooie gitaarsolo van John Bride en een lekker bassende Tom Griffiths.

Met het Chuck Berry achtige Gasoline (wat wil je ook met zo’n titel) wordt de gashendel weer helemaal opgetrokken. Wat mij betreft en van de hoogtepunten van het album. Hold your love is het rustpunt met piano/hammond en gitaarsolo. In Talk radio is weer een hoofdrol weggelegd voor de hammond van Ray Harrison.

De vier covers zijn van Willie Dixon (Howlin’). Howlin’ Wolf’s Sittin’ on top of the world is een langzame blues waarin de mondharmonica om de hoek komt kijken.Rock and roll van Jimmy Page en Robert Plant krijgt een uitvoering waarmee Led Zeppelin naar de kroon wordt gestoken. In het laatste instrumentale nummer van Jimmy McGriff worden alle registers nogmaals opengetrokken en hiermee krijgt een prima bluesrock album een dampend besluit. Liefhebbers van The Allman Brothers, The Fabulous Thunderbirds en Steve Ray Vaughn zullen Cameo Blues Band ongetwijfeld ook in hun armen sluiten.

 Tracks:

1.      Penguin walk

2.      10.000 Hours

3.      21st Century rocket 88

4.      Plowin’ our row

5.      Gasoline

6.      Hold your love

7.      Talk radio

8.      Howlin’

9.      Sittin’ on top of the world

10.  Rock and roll

11.  All about my girl

Gearchiveerd onder: cd-recensies Geen reacties
14mrt/120

Trailhead – Bodies in the basement

Ik kreeg onlangs een cd in mijn handen geduwd van een zekere Tobias Panwitz. Nooit van gehoord, maar degene van wie ik hem kreeg weet waar ze over praat, dus ik was benieuwd. Op de hoes zit een man met een gitaar voor een oud gebouw dat zijn beste tijd zo te zien heeft gehad.

De cd “Bodies in the basement” van Trailhead in de speler gedaan en de eerste krakende tonen kwamen uit de speakers. Het korte openingsnummer Ladybird, klonk als een oude krakende grammofoonplaat. Ik wist even niet wat ik er van moest denken, maar gaandeweg werd ik enthousiast. De Berlijnse singer songwriter Tobias Panwitz, verraste me met zijn begeleiders op lekker klinkende americana. Panwitz is een goede zanger (“Catch you” is prachtig gezongen) en een multi-instrumentalist, want hij speelt niet alleen gitaar, maar ook ukelele, mandoline en piano. Hij wordt op de 13 nummers tellende cd begeleid door bassist Paul Keeves terwijl Fred Sunesen en Leonardo von Papp de drumpartijen voor hun rekening nemen. Gastrollen zijn er weggelegd voor Sean Moore op banjo en mandoline in “Yours and mine” en voor Juan Duran op elektrische gitaar in het titelnummer “Bodies in the basement”.  Een van de hoogtepunten is wat mij betreft “Sun upon my neck”, met mooie backing vocals van Karolina Kuszyk. En “Ride”, met een Johnny Cash achtig intro, zou zo een hit kunnen worden. In het lekker rockende “To the sea” komt even een mondharmonica om de hoek kijken en dan is de geest van Bob Dylan ook aanwezig.

Trailhead heeft met “Bodies in the basement” een lekker in het gehoor liggend en bij vlagen zeer melodieus americana album afgeleverd. De 13 nummers zijn allemaal eigen composities. Liefhebbers van Tom Petty, Crowded House, Jackson Browne, Neil Young en van westcoastmusic uit de 70-jaren van de vorige eeuw kan ik het album absoluut aanraden.   

Tracks:

  1. Ladybird
  2. Down the drain
  3. Bodies in the basement
  4. Catch you
  5. Emmanuelle Beart
  6. Ride
  7. To the sea
  8. Moon overhead
  9. Yours and mine
  10. In this place
  11. Sun upon my neck
  12. Something’s always coming up
  13. Maps and charts
Gearchiveerd onder: cd-recensies Geen reacties
14mrt/120

Morgan Davis – Drive my blues away

De uit Detroit afkomstige en al sinds 1968 in Canada wonende Morgan Davis heeft onlangs een nieuwe cd het licht laten zien. Zijn 9e sinds zijn debuutalbum “Ready to play” uit 1982.  

En om maar meteen met de deur in huis te vallen, zijn nieuwe album, getiteld “Drive my blues away”, is een lekker authentieke cd. Geen krachtpatserij, maar gewoon een album met vooral relaxte blues. Op de meeste nummers is slechts de gitaar en de stem van Davis te horen. Het begint al meteen met het J.J. Cale achtige “Sure as you live”. Vervolgens “ Thank you Mr. Reed”, een pure ode aan Jimmy Reed, met Seymour Townes op mondharmonica. Het album bevat behalve eigen composities covers van Lightnin’ Hopkins , Rice Miller, Robert Johnson en Skip James. “Look down the road” van Skip James duurt slechts 2 minuten, veel te kort, maar is wat mij betreft een van de mooiste nummers van de cd. Op “Happy song” wordt Davis begeleid door Colin Linden op slidegitaar. Het album wordt besloten met een broeiende versie van Robert Johnson’s “Ramblin’ on my mind”. Een klassieke afsluiter. 

Eindconclusie: “Drive my blues away” is een lekkere cd met veelal relaxte en traditionele bluesnummers, met country en folk invloeden, die lekker weg luisteren. Liefhebbers van klassieke bluesmannen als Lightnin’ Hopkins, Snooky Prior, Bukka White en Robert Johnson zullen vast van dit album houden. Ik weet zeker dat ik dit album nog regelmatig zal opzetten. En nu maar hopen dat het niet te lang duurt voor hij zijn 10e album gaat opnemen.

Tracks:

1.      Sure as you live

2.      Thank you Mr. Reed

3.      Anticipation

4.      When you got a good friend

5.      Arléne

6.      The money men

7.      Dissatisfied

8.      Re-break my heart

9.      Love puzzle

10.  Look down the road

11.  Drive my blues away

12.  Happy song

13.  Ramblin’ on my mind

 

Gearchiveerd onder: cd-recensies Geen reacties
22feb/120

BX Bluesband – We was playin’ vol. 1

De BX Bluesband, opgericht in 1994, maakt al vele jaren furore in clubs, bluescafés en op jazz- en bluesfestivals in Nederland. Zelfs bezoekers van het Oeralfestival op Terschelling kennen de BX Bluesband. En dan heb ik het nog niet eens over de tournees in Frankrijk en Oostenrijk. Zelfs voor feesten en partijen is de band in te huren heb ik begrepen.

Eind 2011 verscheen er een nieuwe cd van de band en dit album is het beluisteren meer dan waard. “This song is dedicated to all the fellows here, but not for the ladies”, roept zanger Henjo Hekman in de microfoon, en het feest kan beginnen. Bringin’ somebody home, een soort talking blues is het openingsnummer waarin de whiskeystem van Hekman meteen de toon zet. Can’t change the time is een langzame blues waarin halverwege Wouter Weis zijn scheurende sax tevoorschijn tovert voor een lange solo. Sologitarist Mans Minekus doet hier ook een duit in het zakje. Het tempo wordt vervolgens opgevoerd in I feel so good, een klassieker van Big Bill Broonzy. Een heerlijke ritmesectie, bestaande uit drummer Rob Puijk en bassist Sebastiaan Scholten. En we maken kennis met de mondharmonica van Dick Siersema (Bone Idle). En over klassiekers gesproken. Tunica Motel heeft dan niet helemaal de swampsound van Tony Joe White, maar het doet soms toch aan het origineel denken.

In Rollin’ and tumblin’ komt alles wat de blues zo mooi maakt terug, een rauwe stem, een goede ritmesectie, gitaarsolo en gelukkig de onvermijdelijke saxofoon.

De cd wordt besloten met een dampende boogie. BX Boogie, doet me denken aan de LB Boogie van Livin’ Blues. Echt een nummer om ook een vlammend concert mee te besluiten lijkt mij en de bezoekers vervolgens met een tevreden gevoel weer naar huis te laten gaan.

We was playin’ is een lekker album. Geen revolutionaire muziek, maar dat is absoluut geen probleem. Hier wordt blues gespeeld zoals het gespeeld moet worden. Lekker ongecompliceerd. Het smaakt naar meer. En aangezien er gerept wordt van vol. 1 mag er wat mij betreft ook wel een vol. 2 komen.

Tracks:

1.      Bringin’ somebody home (Coleman, arr. BX)

2.      Can’t change the time (Roux)

3.      I feel so good (Broonzy)

4.      Tunica Motel (White, arr. BX)

5.      Rollin’ and tumblin’ (Newburn, arr. BX)

6.      BX Boogie (BX)

 

Gearchiveerd onder: cd-recensies Geen reacties
16jan/120

Magda Piskorczyk

Afro Groove 

Het leuke van recenseren is dat je regelmatig op artiesten stuit waar je in de verste verte nog nooit van hebt gehoord. Vorig jaar had ik een zeer prettige verrassing met Kirsten Thien en nu werd ik weer verrast door Magda Piskorczyk, een jonge Poolse zangeres met een apart stemgeluid. Ze verraste eind vorig jaar met maar liefst twee cd’s. Een cd met live-opnamen en een gospelalbum.

Allereerst de dubbele cd met ruim een uur live- opnamen van de tour die zij met haar band in 2010 maakte door Polen, Duitsland en Tsjechië. De band bestond behalve Magda uit Aleksandra Siemieniuk (drobro en elektrische gitaar), Marcin Jahr (drums), Adam Rozenman (percussie). Een speciale gast tijdens de shows was Billy Gibson, de virtuoze mondharmonicaspeler uit Memphis. En deze Billy Gibson (The Prince of Beale Street) en winnaar in 2009 van de prestigieuze winnaar van de voormalige W.C. Award speelt de pannen van het dak.

De cd  begint met een mooie gospel om vervolgens over te gaan in de pure blues met Billy Gibson in een hoofdrol. De huilende harmonica gaat je door merg en been. In het lange I’m a woman kun je de aparte stem van Magda Piskorczyck horen. In Love everybody en Mississippi wordt o.a. een ode gebracht aan grote harmonicaspelers en in One more time komt de geest van Albert Collins voorbij. Too much stuff doet enigszins denken aan de woenstijnblues van Tinariwen en dat geldt ook voor Cler achel. Magda’s aparte vocalen zijn weer in Mansane cisse goed te horen. Op cd 2 staan 3 bonusnummers, waaronder crossroads van Tracey Chapman.

De cd Afro groove van Magda Piskorczyk laat ruim een uur horen dat deze Poolse met haar band van veel markten thuis is. Gospel, blues, soul, rock, jazz en funk, het komt allemaal voorbij op dit dubbelalbum. Los van het feit dat sommige nummers wat te lang worden uitgesponnen waardoor de aandacht enigszins dreigt te verslappen, kan ik bluesliefhebbers aanraden deze cd in de speler te doen.

Tracks disc 1:

1.      Save us all

2.      The Kokomo medley

3.      I’m a woman

4.      Love everybody

5.      Mississippi

6.      One more time

7.      Too much stuff

8.      Mansane cisse

9.      Cler achel

Tracks disc 2:

1.      Crossroads

2.      Down home

3.      Rzezb mnie

Mahalia 

Samen met haar band, Aleksandra Siemieniuk (elektrische gitaar, dobro, akoestische gitaar), Roman Ziobro (double bass), Maksymilian Ziobro (drums) en Stanislaw Witta (piano) brengt Magda in 15 nummers een ode aan Mahalia Jackson ter ere van haar 100e geboortedag op 26 oktober 2011 van deze legendarische Amerikaanse gospelzangeres.

Een cd met klassieke gospelnummers. Met up-tempo nummers als Come on children let’s sing, Keep your hand on the plow en Great gettin’ up morning tot langzame klassiekers als Just a closer walk with thee (met mooi pianospel van Stanislaw Witta) en Jesus is with me. Magda werkt zich geïnspireerd door het repertoire van Mahalia heen, waarbij gezegd moet worden dat het hier en daar wat vlak dreigt te worden. Maar in het prijsnummer Elijah rock is Magda formidabel. Summertime is een waardig slot van een gospelalbum van Magda Piskorczyk waarvan liefhebbers van The Blind Boys of Alabama, Mavis Staples en natuurlijk Mahalia Jackson veel plezier aan kunnen beleven.

Tracks

1.      Come on children, let’s sing

2.      Get away Jordan

3.      Just a closer walk with thee

4.      Go tell it on the mountain

5.      Jesus met the woman at the well

6.      Lord, search my heart

7.      Elijah rock

8.      How I got over

9.      He’s got the whole world in his hands

10.  Jesus is with me

11.  Trouble of the world

12.  Keep your hand on the plow

13.  I’m goin’ to live the life I sing about in my song

14.  Great gettin’ up morning

15.  Summertime

Gearchiveerd onder: cd-recensies Geen reacties
4dec/110

The Delta Saints

In mijn cd speler ligt de cd The Delta Saints, een cd die speciaal voor de Europese markt is gemaakt en nummers bevat van twee ep’s die in de VS zijn uitgebracht, n.l. Pray On (2009) en Bird Called Angola (2010). Alle nummers zijn geschreven door de groep.

Het album The Delta Saints is één grote treinreis door het zompige Zuiden van de Verenigde Staten. Meteen na de eerste tikken van drummer Ben Azzi en de gitaar van Dylan Fitch komt de trein op gang als de harmonica van Greg Hommert de bluestrein het station uit laat daveren. Ben Ringel trekt meteen zijn scheur open en als David Supica zijn bas er tegen aan gooit in A Bird Called Angola is het hek van de dam. De trein davert door in Good in White en Company Of Thieves. Ben Ringel is niet alleen een uitstekende zanger die soms doet denken aan Johnny Winter maar in Steppin’ laat hij horen ook de dobro te beheersen. In Momma  mindert de trein even wat vaart maar loeit de harmonica van Hommert en is de sfeer van de Delta volop aanwezig. Er wordt vervolgens weer een schep kolen op het vuur gegooid en in Voodoo Walk wordt de snelheid weer opgevoerd. Callin’ Me Home is een broeierig nummer waarin Ben Ringel zijn longen voor de zoveelste keer uit zijn lijf schreeuwt en in Swamp Groove gaat hij daarmee onverminderd voort. Bij het naderen van het eindstation wordt weer gas teruggenomen in 3.000 Miles om met het toepasselijke Train Song dampend tot stilstand te komen.

The Delta Saints hebben een sterke cd gemaakt die met bijna drie kwartier veel te kort duurt. De jonge band uit Nashville maakt op dit album een daverende rondreis met swamp rock, blues, funk en southern rock die herinneringen oproept aan Johnny Winter, Jimi Hendrix, Led Zeppelin en The Allman Brothers. Een concert van deze jonge honden lijkt mij trouwens helemaal een spektakel, want ik denk dat de band live nog beter tot zijn recht komt.

De cd The Delta Saints is kortom een aanrader van de bovenste plank die het verdient keihard gedraaid te worden.

Tracks:

1.      A bird called Angola

2.      Good in white

3.      Company of thieves

4.      Steppin’

5.      Momma

6.      Pray on

7.      Voodoo walk

8.      Callin’ me home

9.      Swamp groove

10.  3.000 Miles

11.  Train song

Gearchiveerd onder: cd-recensies Geen reacties
2okt/110

Delicious

Ik kreeg onlangs een cd in mijn handen geduwd van een voor mij totaal onbekende zangeres. Op de voorkant van de cd staat een prachtige dame met lang haar afgebeeld die wat dromerig voor zich uit staart. Op de achterkant staat diezelfde dame als een stoere rockchick leunend op een gitaar verwachtingsvol omhoog te kijken. Ik wist niet wat ik voor muziek zou aantreffen en schoof de schijf in de speler. De blazers en de gitaren knallen er meteen bij de openingstrack “Love that’s made to share” in. Dan een stem die me meteen doet denken aan Bonnie Raitt en een jonge Aretha Franklin. Bij de eerste tonen van “Nobody’s ever loved me like you do” denk je dat B.B. King mee doet, maar dat blijkt gitarist Arthur Neilson te zijn. De zang van Kirsten Thien, want dat is de zangeres doet me in de verte denken aan een jonge Janis Joplin. Op de langzame blues “Please drive” horen we een mooie gastrol van de 79 jarige bluesgitarist Hubert Sumlin, die speelt als in zijn beste tijd bij de band van Howlin’ Wolf. “Taxi love” is een nummer met een hoofdrol van organist Tommy Mandel en de prachtige arrangementen van trompettist Kent Smith. Voeg daarbij de tenorsaxofoon van Andy Snitzer en je weet nu waarom The Rolling Stones deze blazers op hun tournee’s meenemen. Robert Cray zou zich voor dit nummer niet schamen. Het titelnummer “Delicious” is een heerlijke rocker die niet zo misstaan op een album van Bonnie Raitt. “Ain’t that the truth” is voor mij het prijsnummer op deze verrassende cd. Een soms fluisterende Kirsten en weer die arrangementen waarbij je je weer thuis waant in die goede oude soultijd van Memphis. En over rocken gesproken, “Treat ‘im like a man” knalt uit de speakers. Kirsten Thien in topvorm. Het Ida Cox nummer “Wild women don’t have the blues is een verpletterende blues met een soms huilende mondharmonica van Billy Gibson (is Walter Horton weer uit zijn as verrezen?) Willie Dixon’s “I ain’t superstitious begint met forse klappen van drummer Dylan Wissing, waarna de gitaar van Arthur Neilson a la Freddie King tekeer gaat. De rust keert weer even terug in “A woman knows” waarna “Get outta the funk, get into the groove” de lading dekt met een solerende Neilson en een strakke ritmesectie Dylan Wissing en Erik Boyd. De CD wordt besloten met twee radio edits van “Treat ‘im like a man”en “Taxi love”.

Delicious, het 3e album van Kirsten Thien is een heerlijke, zeer gevarieerde cd die je soms kippenvel bezorgt. Ik zal deze cd nog vaak draaien en ik hem dat iedere muziekliefhebber aanraden. Ik heb zelden een cd gehoord waarvan de titel zo extreem de lading dekt.

Tracks:

1.        Love that’s made to share (Kirsten Thien and Erik Boyd)

2.        Nobody’s ever love me like you do (Kirsten Thien and Noel Cohen)

3.        Please drive (Kirsten Thien)

4.        Taxi love (Charlie Feldman and Jon Tiven)

5.        Delicious (Kirsten Thien and Noel Cohen)

6.        Ain’t that the truth (Kirsten Thien and Erik Boyd)

7.        Treat ‘im like a man (Kirsten Thien)

8.        Wild women don’t have the blues (Ida Cox)

9.        I ain’t superstitious (Willie Dixon)

10.     A woman knows (Kirsten Thien)

11.     Get outta the funk, get into the groove (Kirsten Thien, Galia Arad and Erik Boyd)

12.     Treat ‘im like a man (radio edit)

13.     Taxi love (radio edit)

Gearchiveerd onder: cd-recensies Geen reacties