Gerritschinkel.nl Columns & meer

20feb/170

De sportvrijwilligers

Buiten Noord Brabant hadden tot voor kort denk ik weinigen gehoord van voetbalvereniging VV Bladella. Maar afgelopen week was de wereld te klein en werd het bestuur van de Bladelse club van alle kanten verketterd en door eencelligen zelfs bedreigd vanwege het besluit om vier jeugdspelers die te weinig Nieuwjaarsloten hadden verkocht te royeren. Ook de KNVB deed een duit in het zakje, maar die moeten eigenlijk helemaal hun mond houden. Ik heb de indruk dat deze bond er vooral ter meerdere eer en glorie van zichzelf is. Maar dat is een ander verhaal.

Ik vind het royement van de spelertjes ook nogal wat. Die voetballertjes kun je niets kwalijk nemen, maar de rol van de ouders is voor zover ik kan beoordelen dubieus. Het beleid was al jaren geleden door de leden goedgekeurd en dan moet je achteraf niet zeuren.

Vrijwilligers liggen niet meer voor het oprapen. Regelmatig lees je oproepen voor vrijwilligers. Het is al zo ver gekomen dat verenigingen hun horeca hebben uitbesteed. En dat de bar niet meer altijd meer open is.

Het zal de tijdgeest zijn, maar het is erg gemakkelijk om langs de lijn commentaar te leveren zonder zelf de handen uit de mouwen te steken. Je bent tenslotte lid van een vereniging en dan heb je ook verplichtingen. Betrokkenheid heet dat! Is het nou echt te veel gevraagd om 2 of 3 keer per seizoen een keer achter de bar te staan? Of andere klusjes voor je club te doen? Ik dacht het niet.

 

 

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties
19feb/170

De vrijwilliger

Buiten Noord Brabant had deze week volgens mij nog nooit iemand gehoord van de voetbalvereniging Bladella uit Bladel. VV Bladella, opgericht op 10 augustus 1910. Een voetbalvereniging die dus al meer dan een eeuw bestaat. De afgelopen week was de wereld te klein en struikelde Jan en Alleman over het besluit van het bestuur van Bladella om vier jeugdspelers te royeren die niet genoeg loten voor de Nieuwjaarsloterij hadden verkocht. “Schande, hoe durven ze” was nog zo ongeveer de minst verregaande reactie. Maar zoals altijd zijn er ook eencelligen bij wie de stoppen meteen doorslaan en de meest idiote bedreigingen uitten. En vaak zijn dat figuren die van de hoed noch de rand weten, maar bij het eerste beste moord en brand schreeuwen. Zelfs de KNVB mengde zich in de discussie, maar die moeten wat mij betreft helemaal hun mond houden. Ik heb regelmatig de indruk dat deze bond er niet voor de verenigingen is, maar ter meerdere eer en glorie van zichzelf.

Ik vind het ook nogal wat dat het bestuur overgaat tot het royeren van die vier spelertjes. Die kun je niets kwalijk nemen, want zij worden ook maar met een opdracht opgezadeld. Op de rol van hun ouders is wel het nodige aan te merken, want ik begrijp dat dit beleid tijdens een Algemene Leden Vergadering van de club is aangenomen. Dan moet je achteraf niet zeuren en gewoon het ontbrekende bedrag bij leggen. En dat het bestuur desondanks de rug recht houdt is ook wel te prijzen.

Vrijwilligers liggen de laatste jaren niet meer voor het oprapen. De tijden dat er bij sportclubs voorzitters rondliepen die dat meer dan 25 jaar deden liggen ver achter ons. Voorzitterstypes als Dolf van der Speld van ONA en Bart van der Sprong van DONK zie je niet meer. De heer Oussoren stond decennia lang synoniem voor GRTC Excelsior. Regelmatig lees je oproepen voor vrijwilligers. Oproepen voor jeugdleiders, scheidsrechters, ouders die hun kinderen naar de wedstrijden willen rijden. En vooral ook barmedewerkers. Het komt regelmatig voor dat de bar wegens gebrek aan personeel op bepaalde tijden gewoon gesloten is. Bij CVC Reeuwijk was de nood een aantal jaren zelfs zo hoog dat de gehele horeca van de club is uitbesteed.

Maar gelukkig zijn ze er nog, die vrijwilligers die bijna al hun vrije tijd opofferen. Iedere sportvereniging heeft wel een of meerdere van die mensen die ik er van verdenk dat ze zelfs een bed bij hun club hebben staan. Mooie voorbeelden zijn de schoonmaakploegen die vaak op maandmorgen de rotzooi van het weekend opruimen. Tijdens het Sportgala vorige week vrijdag werd ook een aantal vrijwilligers in het zonnetje gezet. Iemand die meer dan 20 jaar elke zaterdag achter de kassa zit moet je koesteren. Ik kwam gistermorgen Ronald van Zwienen tegen. Jaren zelf voorzitter geweest van Vires et Celeritas en nog steeds actief binnen de Goudse handbalvereniging. Net als zijn halve familie. Je moet er als club toch niet aan denken dat de firma van Zwienen er om welke reden dan ook de brui aan geeft. Dan heb je als club een groot probleem lijkt mij.

Het zal allemaal wel met de tijdgeest te maken hebben. De individualisering slaat toe in onze maatschappij. Een gegeven waar je nu eenmaal mee te maken hebt. Maar het is wel erg gemakkelijk om langs de lijn allerlei commentaar te leveren zonder zelf de handen uit de mouwen te steken. Je bent tenslotte lid van een vereniging en kies je daarvoor dan betekent dat niet alleen de lusten, maar ook de lasten te dragen. Het is wel heel gemakkelijk om zaterdagmorgen om 9 uur je kind te droppen, hem of haar 5 euro in de hand te stoppen om een frietje en een colaatje te kunnen kopen en zoon-/dochterlief ’s middags om 3 uur weer te komen ophalen. Bestuursleden doen het in de ogen van velen nooit goed. Maar doe het dan lekker zelf zou ik willen zeggen.

De meeste sportverenigingen hebben een vrijwilligersbeleid. Een beleid waarin het ook mogelijk is om vrijwilligerstaken af te kopen. Nu zijn er principiële tegenstanders van, maar je moet als club toch wat. Ik ben hier in ieder geval niet op tegen, maar het komt het echte clubgevoel niet ten goede. Is het nou echt te veel gevraagd om b.v. 2 of hooguit 3 keer per seizoen een keer achter de bar te staan? Of andere klusjes te doen? Ik dacht het niet.

 

Gearchiveerd onder: Columns, Gouwestad Sport Geen reacties
16feb/170

30.000 Miles – Jocelyn & Chris Arndt

Er zijn veel familiaire betrekkingen in de muziekscene. Je hebt broederschappen als Ray en Dave Davies (The Kinks), Liam en Noel Gallagher (Oasis), Caleb, Nathan en Jared Followill (Kings of Leon), Thom, Colin en Jonny Yorke (Radiohead). Zusterschappen als Suzanne en Monique Klemann (Lois Lane). Ruth, Anita, Bonnie en June Pointer (Pointer Sisters). En muziekduo’s die bestaan uit broer en zus zoals het Amerikaanse duo Richard en Karin Carpenter en het Australische singer-songwriter duo Angus en Julia Stone..

Ook Jocelyn & Chris Arndt zijn broer en zus. Een heel jong retrorockduo, (21 en 20 jaar) uit Cambridge, Massachusetts. Zangeres Jocelyn en gitarist Chris, studenten aan de Harvard University, maar als ze niet studeren maken ze volop muziek. Vorig jaar verscheen hun in de VS goed verkochte debuutalbum Edges, een album met een gastrol voor toetsenist Danny Louis van Gov’t Mule.

In 2016 maakten Jocelyn & Chris Arndt met hun vaste band, bestaande uit bassiste Kate Sgroi en drummer David Bourgeois, een grote tournee door 21 staten van de VS. In januari 2017 verscheen het livealbum 30.000 Miles. De titel zegt het al, een album met opnamen van die grote tournee van optredens tijdens het CMJ Music Festival (NY), het Rock n‘ roots music festival Lake George (NY), The Linda Albany (NY), BBQ Joint Sugar’s Ribs in Chattanooga (TN), Viper Room on Sunset Strip in Hollywood (CA). En van live radioperformances bij WDST in Woodstock, en WEXT in Troy (NY).

De veertien nummers op 30.000 Miles geven een goede weergave van de muzikale vaardigheden van het jonge duo. Bruisende, energieke bluesrock. Chris Arndt is een uitstekende gitarist die zich niet verliest in ellenlange solo’s, maar in songs als Cinderella en Jagged er toch lekker op los soleert. Zangeres Jocelyn heeft een stem als een megafoon en de vergelijking met Grace Slick (Jefferson Airplane) dringt zich meerdere keren op, maar zij kan ook de vergelijking met Alanis Morrisette en Janis Joplin soms moeiteloos doorstaan. Tracks als Too much to me, Where is the rain en Gaslight worden volledig gedomineerd door haar uitbundige zang. Voeg daar de voortreffelijke ritmesectie aan toe en je hebt een geweldige band. Hoogtepunten zijn verder Hot en One kiss, maar het absolute prijsnummer is Give me one reason, een cover van Tracy Chapman. “This is my favorite song” zegt Jocelyn. En dat is niet tegen dovemans oren gezegd want de band perst er een voortreffelijke versie uit. Uitbundige zang, gitaarsolo’s, drums en bas en vooral ook een schitterende orgelsolo.

Conclusie: Aan het eind van elk nummer klonk een groot applaus en dat is meer dan terecht. Blues(rock) leeft als nooit tevoren en het bewijs wordt door jonge honden als Jocelyn en Chris Arndt met hun album 30.000 Miles geleverd.

Tracks:

  1. Cinderella
  2. Too much to me
  3. Give me one reason
  4. Hot
  5. Jagged
  6. Where’s the rain
  7. Because of you
  8. Two left feet
  9. One kiss
  10. Gaslight
  11. Shame
  12. Icebreaker
  13. Give me one reason (radio edit)
  14. Hot (radio edit)

 

 

13feb/170

Het jaarlijkse Goudse sportfeest

De jaarlijkse Goudse sportverkiezingen zijn weer achter de rug. Sporthal De Mammoet was vrijdag jl. weer het sfeervolle trefpunt van sportminnend Gouda. Genomineerden met hun familie en fans namen vol verwachting hun plaatsen in. Na jaren van de grappen en grollen van de joviale Koert Westerman en de strakke en professionele presentatie van Gert van ’t Hof vorig jaar mocht nu oud wielrenster Marijn de Vries het geheel in goede banen leiden. Een andere stijl dan haar voorgangers, maar een pluim voor haar inlevingsvermogen van en interesse voor de genomineerde sporters. Je kon echt zien dat Marijn zelf topsportster is geweest.

Helaas waren niet alle genomineerden aanwezig, maar eigenlijk was dat een goed teken. De genomineerde sportvrouwen waren in actie in het buitenland of in voorbereiding op het NK. Druk bezig om al weer te werken aan een nominatie voor 2017.

Waar winnaars zijn zijn ook verliezers, maar dat heb ik vrijdagavond niet gemerkt. Er waren alleen winnaars. Ik heb geen onvertogen woord gehoord. Wel via enkele reacties op social media. Daar werd gerept van een lachertje en meewarig gesproken over kampioenen figuurzagen en juryleden die de ballen verstand hebben van topsportprestaties. Ach we worden de laatste tijd wel vaker geconfronteerd met alternatieve feiten.

O ja, nog een tip voor de verenigingen die hun vrijwilligers voordragen voor een onderscheiding. Zorg er dan ook voor dat deze helden, want dat zijn ze, ook aanwezig zijn.   Alleen vakantie of ziekte is een excuus. Laat ze hun feestje niet missen.

 

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties
8feb/170

Live 2016 – Dirty 5

België, land van speciale biertjes. Land van Suske en Wiske, van Urbanus en van mooie oude steden. Land van friteskotten en fantastische visrestaurants. Heerlijk vakantieland, waar je ongestraft de Bourgondiër kunt uithangen. Maar ook op het gebied van de bluesmuziek wordt België steeds een leuker land. Er is een bloeiende bluesscene. Wat te denken van de levende legende Roland van Campenhout. The Bluesbones, The one man bluesband Tiny Legs Tim, Blues Karloff, The Zoomatics. En zo kan ik nog even doorgaan.

Deze maand maakte ik kennis met Dirty 5, een Vlaamse bluesband. Dirty 5 bracht in 2015 een demo cd uit met covers van Johnny Guitar Watson, Kenny Wayne Shepherd, Lenny Kravitz en Jimi Hendrix. Onlangs verscheen hun eerste ‘echte’ album Live 2016, met 10 livetracks, vorig jaar opgenomen in Blues-Sphere in Luik. En net als op de demo zijn het ook nu weer allemaal covers.

De opener Linda Lu is een lekkere midtempo blues met een huilende mondharmoncia. Thomas Vandenabeele blaast er in Junior Wells’ Snatch it back and hol dit weer lustig op los, ondersteund door een strakke ritmesectie en een lekkere gitaarsolo. Outside woman blues van Blind Joe Reynolds uit 1929 krijgt een fantastische eigen uitvoering. Het eerste rustpunt is Magnolia, een cover van JJ Cale uit 1971. Ingetogen zang en gitaarwerk en een dromerige mondharmonica. Heel mooi en ik denk dat JJ Cale vanaf zijn wolk goedkeurend zal hebben geknikt. De vijf mannen van Dirty 5 vergeten ook hun landgenoten niet te eren en brengen een spetterende bluesrockversie van Shake ‘m van de Leuvense bluesrockband El Fish. Apart is de bluesy versie van Always on the run van Lenny Kravitz, een nummer dat Dirty 5 eerder op hun demo album uit 2015 had opgenomen. Weer die huilende mondharmoncia, de uitstekende ritmesectie en een vette gitaarsolo. Little Walter’s My baby is sweeter is een heerlijk trage slowblues met weer een prachtrol voor Thomas Vandenabeele. Just the two of us van Bill Withers valt een beetje uit de toon bij het vorige, maar echt slecht is het nou ook weer niet. In Broke and hungry  van Junior Wells is de (funky) bluessfeer weer helemaal terug met een felle gitaarsolo en uiteraard de mondharp. En over mondharp gesproken, Vandenabeele gaat helemaal los en met hem de hele band in de uptempo bluesrocker Boogie van hun landgenoten Mambo Chillum. Een feestelijk vet rockend slotakkoord.

Conclusie: Dirty 5 heeft mijn hart gestolen met hun eerlijke recht voor zijn raap bluesrock. Hun optredens lijken mij, afgaand op dit live-album, een feest. De komende maanden zijn ze op tournee in Vlaanderen en op 18 februari a.s. treden ze op in Café Koningshuys in Delft. Gaat dat zien en vooral horen.

Tracks:

  1. Linda Lu
  2. Snatch it back and hold it
  3. Outside woman blues
  4. Magnolia
  5. Shake ‘m
  6. Always on the run
  7. My baby is sweeter
  8. Just the two of us
  9. Broke and hungry’
  10. Boogie

Line up:

  • Jan Bruynooghe – zang en gitaar
  • Stefan Gulinck – gitaar
  • Thomas Vandenabeele – mondharmonica
  • Pascal Claeys – drums
  • Wolf Everaert – bas
7feb/170

Unleashed – Dave Fields

Multi-instrumentalist Dave Fields, zoon van componist/arrangeur Sammy “Forever” Fields, groeit op in New York City. Dave Fields is als kind vaak te vinden in de opnamestudio van zijn vader. Hier komt hij in contact met muzikanten als Sammy Kahn, Rupert Holmes en Stevie Wonder. Fields studeert af aan het Berkelee College of Music in Boston, Massachusetts. Na zijn studie speelt hij als gitarist en multi-instrumentalist op meerdere platen en schrijft en produceert commercials voor radio en tv. John Mayall neemt in 2009 op zijn album Tough Fields compositie Train to my heart op. In 2012 wordt hij, samen met John Hammond en Gary U.S. Bonds, voorgedragen in de New York Hall of Fame. In 2006 besluit hij aan een eigen carrière te gaan werken en in 2007 brengt hij zeer eerste album Time’s a wastin’ uit.

Vorige maand verscheen het nieuwe album van Dave Fields, Unleashed, als opvolger van het album All-in uit 2014. Unleashed heeft 14 tracks, waarvan 11 eigen nummers en 3 covers. En van die 14 tracks zijn er 7 nummers live opgenomen. De opener, de instrumental Anticipating you, knalt er meteen keihard in. Heavy jazzrock met een swingende ritmesectie, keys en gitaarsolo’s. Gierende gitaarsolo’s en een beukende ritmesectie zijn te horen in de Don Nix klassieker Going down. Striemende en striemende gitaarsolo’s bepalen ook het geluid van de midtempo bluesrocker Child of the world en de slowblues My mama’s got the blues. Het funky The boys want to play swingt de pan uit met mondharmonica, gitaar, congas en backingvocals van Lisa Sherman. In Jagged line pt 1 en pt 2 verhaalt Fields volgens zeggen over zijn jeugd. Better be good en How am I doing zijn keiharde bluesrockers met wah wah gitaar en een doordenderende ritmesectie en Pocket full of dust is een slowblues. Met de livetracks Hey Joe en The star spangled banner brengt Fields een ode aan Jimi Hendrix. Hij steekt hier de legendarische Hendrix niet naar de kroon, maar Dave bewijst wel degelijk dat hij een uitstekende gitarist is. En in de jazzy ballad NYC Nights, een ode aan The Big Apple, speelt hij alle instrumenten, behalve de viool, zelf. Een ware multi-instrumentalist. In de laatste track, de bluegrass achtige rocker L.E.S. Hoedown, probeert Fields het wereldrecord snel gitaarspelen te verbeteren. Alsof wijlen Alvin Lee van Ten Years After hem in de coulissen staat aan te moedigen.

 

Conclusie: Liefhebbers van keiharde gitaar-blues-rock kunnen hun hart met Unleashed ophalen. Een uitstekend album.

Tracks:

  1. Anticipating you (live at Al Weber’s)
  2. Going down (Don Nix) (live at The Stanhope House)
  3. Child of the world
  4. My mama’s got the blues
  5. The boys want to play
  6. Jagged line pt. 1
  7. Jagged line pt. 2
  8. Better be good (live at The Stanhope House)
  9. How am I doing?
  10. Pocket full of dust (live at The Robin’s Nest)
  11. Hey Joe (Billy Roberts) (live at The Robin’s Nest)
  12. The star spangled banner/Hey Joe (reprise) (live at The Robin’s Nest)
  13. NYC Nights
  14. E.S. Hoedown (live at Al Weber’s)

 

Line up:

  • Dave Fields – zang, gitaren, bas, drums en keys
  • Erik Boyd – bas (tracks 1,4,9,14)
  • Andy Huenerberg – bas (tracks 2,8,10,11,12)
  • Buddy Alen – bas (tracks 2,5)
  • Chris Tristram – bas (tracks 6,7)
  • Kenny Soule – drums (tracks 1,3,5,9)
  • Sam Bryant – drums (tracks 2,8)
  • Van Romaine – drums (tracks 6,7)
  • Dave Moore – drums (tracks 10,11,12,14)
  • Vladimir Barsky – keys (track 1), orgel (track 3,6,7) en piano (track 14)
  • Doug Hinrichs – percussie (track 1)
  • J.T. Lauritsen – mondharmonica (track 4,5)
  • Lisa Sherman – backingvocals (track 5)
  • Juan Pertuz – congas (track 5)
  • Gary Oleyar – viool (track 13)
6feb/170

Een zondagmiddagje rugby

Liefhebbers van American football waren zondagnacht in de ban van de Super Bowl, het grootste sportevenement van de Verenigde Staten. The New England Patriots versloegen in Houston in de finale The Atlanta Falcons. Quarterback Tom Brady was de superster en Lady Gaga bumgeejumpte van het dak.

Ik heb het ‘gedoe’ van de Super Bowl voor kennis aangenomen. Ik kijk liever naar een sport die verwantschap vertoont met American football. Zondagmiddag was ik in sportpark de Uiterwaarden, waar RFC Gouda de strijd aanbond tegen een team van het roemruchte Ascrum. Wat een verschil met de glamour en glitter van de Super Bowl. De eenvoud straalt er van af. Spelers komen niet in grote bolides aangescheurd en hebben ook geen koptelefoons op hun hoofd. De van oorsprong Australische scheidsrechter had zijn hond meegenomen en staat na afloop van de wedstrijd rustig een sigaretje te roken en is al heel blij met een paar biertjes en een broodje frikandel met mayonaise.

Dan de wedstrijd zelf. Spelers die wegens onsportief gedrag een gele kaart kregen en voor straf 10 minuten naar de kant moesten accepteerden dit deemoedig en zonder protest en worden na die straf weer door de tegenstander met applaus werden begroet alsof er niets was gebeurd. Het publiek was wel kritisch, vooral op hun eigen spelers, maar verbale en andere ellende heb ik niet gezien. Het woord hooligan kennen ze niet. Een verademing!

De Goudse rugbyers namen sportief wraak voor de in Amsterdam geleden nederlaag. De handen werden geschud en men ging gezamenlijk op weg naar de 3e helft.

 

 

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties
3feb/170

After hours early years 1957 – 1962 recordings – Roy Buchanan

Roy Buchanan wordt op 23 september 1939 geboren in Ozark, Arkansas. Aanvankelijk toont hij begin jaren 50 talent voor de steelgitaar. Zijn professionele carrière als gitarist begint als hij 15 jaar is in de Rhytm and Blues Revue van Johnny Otis. In 1958 maakt Roy Buchanan zijn platendebuut met Dale Hawkins. In de vroege jaren 60 speelt Buchanan als gitarist bij diverse rockbands en is hij als sessiemuzikant te horen op platen van Freddy Cannon, Merle Kilgore, Danny & the Juniors en vele anderen. Eind jaren 60 heeft Buchanan genoeg van de muziekindustrie en gaat een opleiding tot kapper volgen. In 1971 ziet Buchanan de televisiedocumentaire ‘Introducing Roy Buchanan’. In deze documentaire wordt hij geprezen door o.a. John Lennon en Merle Haggard en schijnt hij zelfs een uitnodiging te hebben gekregen om toe te treden tot The Rolling Stones, hetgeen hij weigert.

Mijn eerste kennismaking met Roy Buchanan dateert van 1972 toen het album Roy Buchanan uit kwam. Zijn volgende album The second album uit 1973 heb ik helemaal grijs gedraaid. Fenomenale gitaarkunsten op nummers als After hours, Five string blues, I won’t tell you no lies en Tribute to Elmore James. En het schitterende livealbum Livestock uit 1975 met het huiveringwekkend mooie Roy’s bluz. Roy Buchanan was op slag een van mijn grote gitaarhelden.

Er bleven regelmatig nieuwe albums van Roy Buchanan verschijnen tot zijn dood. De gitarist werd op 14 augustus 1988 in de gevangenis van Faifax County Jail, Virginia dood aangetroffen, opgehangen aan zijn eigen shirt. Als officiële doodsoorzaak werd zelfmoord gezegd, hoewel niet iedereen daarvan overtuigd was. ‘The Master of the Telecaster’ die ook heel goed overweg kon met de Gibson Les Paul, en een inspiratiebron was voor gitaristen als Gary Moore en Jeff Beck, werd slechts 48 jaar.

In november 2016 verscheen er een dubbelalbum met vroege opnamen van Roy Buchanan uit de periode 1957 – 1962. Een verzameling van maar liefst 40 songs van een groot aantal artiesten waarop Roy Buchanan als sessiegitarist is te horen en 4 vroege solonummers van Roy Buchanan.

Van deze solonummers vinden we ook zijn eerste eigen opname, het rockende Mule train stomp uit 1961 en een oerversie van After hours, het nummer dat uiteindelijk in 1973 terecht zou komen op The second album. Buchanan bewijst op deze opnamen een veelzijdig gitarist te zijn. Hij kan alles aan, van rock ‘n ‘ roll met rock and roll zanger Freddy Cannon, rockabilly en tearjerkerscountry met Bob Luman en zangeres Alis Lesley (de vrouwelijke Elvis), opwindende doo-wop/rock ‘n ‘ roll met Danny & the Juniors en zelfs pure country met Merle Kilgore. Buchanan jamt er lustig op los met drummer Bobby Gregg and his Friends. Blues bij Dale Hawkins en diens broer Jerry. Soms is zijn gitaarwerk slechts begeleidend, maar in nummers als Twin exhaust (The Secrets) en de opnamen met Cody Brennan and the Temptations vlamt de gitaar van Buchanan als een bezetene. Ook voor de vroege garagerock van Perry Mates draait Buchanan zijn hand niet om. Lekker is zijn gitaarwerk op de bluesklassiekers My babe (Dale Hawkins) en Route 66 (Paul Curry). Zijn ‘bijtende’ twangy gitaarstijl is te horen in nummers als Lonely nights (Jerry Hawkins) en Honeysucle rose (Paul Curry).

Conclusie: Ik kende Roy Buchanan alleen van zijn werk vanaf 1972, maar mijn kennismaking met zijn oude sessiewerk is me uitstekend bevallen. Het dubbelalbum After hours Early Years 1957 – 1962 Recordings is een prachtige staalkaart van een heel grote (sessie)gitarist.

Tracks cd 1:

  1. Pretty please (Roy Buchanan)
  2. My babe (Dale Hawkins)
  3. Wild guy (Freddy Cannon)
  4. Buttercup (Bob Luman)
  5. Route 66 (Paul Curry)
  6. The kick step (Perry Mates)
  7. Twin exhaust (The Secrets)
  8. Cha cha chu (Jerry Hawkins)
  9. It’ll be my first time (Merle Kilgore)
  10. He will come back to me (Alis Lesley)
  11. The jam part 1 (Bobby Gregg and his Friends)
  12. The jam part 2 (Bobby Gregg and his Friends)
  13. When the saints go twistin’ in (Danny & the Juniors)
  14. Ruby baby (Cody Brennan and the Temptations)
  15. The shuffle (Bobby and the Temps)
  16. Gotta go (Perry Mates)
  17. Potato peeler (Bobby Gregg and his Friends)
  18. Need your lovin’ (Jerry Hawkins)
  19. Hot toddy (The Secrets)
  20. My baby walks all over me (Bob Luman)
  21. My blue heaven (Freddy Cannon)
  22. After hours (Roy Buchanan)

Tracks cd 2:

  1. Mule train stomp (Roy Buchanan)
  2. Teen queen of the week (Freddy Cannon)
  3. I got a heart (Jerry Hawkins)
  4. I take a trip to the moon (Merle Kilgore)
  5. Mary Lou (Bobby and the Temps)
  6. I want to love you (Dale Hawkins)
  7. Take my heart (Dale Hawkins)
  8. Take my heart (Dale Hawkins)
  9. Wild, wild world (Dale Hawkins)
  10. Someday one day (Dale Hawkins)
  11. Dreamy doll (Bob Luman)
  12. Honeysuckle rose (Paul Curry)
  13. The twist/Mother’s club twist (Danny & the Juniors)
  14. Shake the hand of a fool (Cody Brennan and the Temptations)
  15. Blue skies (Freddy Cannon)
  16. Swing, daddy swing (Jerry Hawkins)
  17. Lonely nights (Jerry Hawkins)
  18. Lucky Johnny (Jerry Hawkins)
  19. Am I the one (Cody Brennan and the Temptations)
  20. Class of 59 (Bob Luman)
  21. The blacksmith blues (Freddy Cannon)
  22. Whiskers (Roy Buchanan)

 

30jan/170

Broers en zussen in de sport

Het was zaterdag weer feest bij de familie Williams. Voor de zoveelste keer werd de Sister Act opgevoerd. De zussen Serena en Venus lieten de tenniswereld weer eens versteld staan van hun grote kwaliteiten. De voetbalbroertjes Jordan en André Ayew schoten zondag met hun doelpunten hun land Ghana naar de halve finales van de Afrika Cup.

Broers en zussen in de sport, het is van alle tijden. Wie kent ze niet. De voetbalbroers Ronald en Frank de Boer, Erwin en Ronald Koeman, Willy en René van de Kerkhof. De schaatsers Ronald en Michel Mulder. De Vlaamse wielrenners Eddy, Willy en Walter Planckaert. De judobroers Elco en Dennis van der Geest. Zo kan ik nog even door gaan.

Dichter bij huis herinner ik me de gebroeders Ard en Remco Blok van Jodan Boys. Menno en Jeroen de Jong van SV DONK. Hassan en Hoessein Ouahabi bij SV Gouda. De snelle aanvallers Jelle en Thomas van de Poel bij RVC’33. Bij ILAC was het vroeger allemaal Raghunath wat de klok sloeg. roep bij WDS de naam de Koning en half Driebruggen kijkt om.

Als voetbalverslaggever is het soms wel lastig om broers uit elkaar te houden. Gelukkig bieden rugnummers uitkomst. Maar als je ze na afloop van de wedstrijd in de kantine tegenkomt wordt het soms lastig, want op hun burgerkloffie staan nu eenmaal geen rugnummers. Zeker bij tweelingen zoals de gebroeders Ouahabi krab ik me dan wel eens achter de oren wie ik voor me heb. Maar daar heb ik mijn trucs voor.

 

Gearchiveerd onder: Columns, Dé Weekkrant Geen reacties
29jan/170

Alabama town – Peter Karp

De veelgeprezen in Leonie, New Jersey geboren Amerikaanse singer-songwriter, gitarist en pianist Peter Karp groeit op in New Jersey en Alabama. Critici vergelijken zijn manier van songs schrijven met John Hiatt en John Prine. Uit zijn manier van gitaar spelen blijkt zijn liefde voor Freddie King en Elmore James. Hij vermengt naadloos blues en roots muziek. Peter Karp debuteert in 2007 met het album Shadows and cracks. In 2010 volgt het album He said she said, dat hij samen opnam met de Canadese zangeres-gitariste Sue Foley. In 2012 brengt het duo Karp & Foley weer een album uit, Beyond the crossroads. Peter Karp krijgt vooral bekendheid als hij op een gegeven moment gaat toeren en platen opnemen met gitarist Mick Taylor, bekend van o.a. John Mayall’s Bluesbreakers en The Rolling Stones.

Begin deze maand verscheen Alabama town, het nieuwe album van Peter Karp, de opvolger van zijn vorig jaar goed ontvangen album The Arson’s Match. Karp produceerde zijn 8e album samen met Dae Bennett (zoon van Tony Bennett). Karp werd bij het maken van Alabama town geïnspireerd door de muziek die hij hoorde in de jaren ’60 in Alabama en hij heeft het album opgedragen aan zijn vorig jaar overleden stiefmoeder Ruth Turner.

Het titelnummer is een broeierige rootsrocker met een stevige ritmesectie en een gitaarbijdrage van Todd Wolfe (o.a. Sheryl Crow). Het tempo blijft hoog in ‘Til you get home, een rocker, met een klaterende piano. That’s how I like it is een bluesstomper met harmonica. Blues in mind swingt de pan uit met de backing vocals en een heerlijke pianosolo.

Net als op het vorige album van Karp is ook Mick Taylor weer aanwezig met zijn prachtige gitaarsolo’s op de soms stevige soulballad I’m not giving up en met zijn fantastische slidespel op de southern rocker Her and my blues. Karp’s zoon James Otis speelt gitaar op de countryblues The prophet. Iets heel anders is Kiss the bride, een uptempo folkrock song waarin Karp en mooi duet zingt met Leanne Westover. John Zarra maakt het nummer ‘af’ met zijn mandoline. Na de pianoblues Nobody really knows, belanden we met het opwindende Lost highway in de New Orleans sferen. ‘Gesproken’ zang en een piano in de stijl van Dr. John. Op de bluesshuffle Y’ll be lookin’, is puntig gitaarwerk te horen van Paul Carbonara (Blondie). Een glansrol is in het folky I walk alone, weggelegd voor Garth Hudson (The Band) op accordeon. Prachtig! Het album wordt besloten met Beautiful girl, een countryblues met een virtuoze Dennis Gruenling op mondharmoncia.

Conclusie: Met Alabama town heeft Peter Karp weer een voortreffelijk album afgeleverd.

Tracks:

  1. Alabama town
    2. 'Til you get home
    3. That's how I like it
    4. Blues in mind
    5. I'm not giving up
    6. Her and my blues
    7. The prophet
    8. Kiss the bride
    9. Nobody really knows
    10. Lost highway
    11. Y'all be lookin'
    12. I walk alone
    13. Beautiful girl